Thema 2 Les 2.9
Learning objective
Thema 2 Les 2.9
Learning objective
π₯ Pannenkoeken
Betekenis: Dunne, platte koekjes die je bakt in een pan.
Enkelvoud: Pannenkoek
Voorbeeld: Wij eten pannenkoeken met suiker.
π Het recept
Betekenis: Geschreven uitleg hoe je iets moet koken of bakken.
Meervoud: De recepten
Voorbeeld: Ik lees het recept voordat ik begin.
πΎ Het meel
Betekenis: Wit poeder om brood of pannenkoeken mee te maken.
Voorbeeld: Ik koop 3 kilo meel voor de pannenkoeken.
π₯£ De kom
Betekenis: Ronde schaal om iets in te mengen.
Meervoud: Kommen
Voorbeeld: We mengen het pannenkoeken beslag in een grote kom.
π Roeren
Betekenis: Met een lepel bewegen zodat het mengt / mixt.
Ik roer
jij roert
hij/zij/u roert
wij/hun roeren
Voorbeeld: Ik roer het beslag goed door.
π³ Bakken
Betekenis: Eten maken/koken in de pan of oven
ik bak
jij bakt
hij/zij/u bakt
Wij/hun bakken
Voorbeeld: Ik bak de pannenkoek in een hete pan.
π Omdraaien
Betekenis: Iets draaien zodat de onderkant boven komt.
Draai .... om
Voorbeeld: Draai de pannenkoek om wanneer hij bruin is.
π― Gooien
Betekenis: Iets met je hand de lucht in laten gaan.
Ik gooi
jij gooit
hij/zij/u gooit
wij/hun gooien
Voorbeeld: Hij gooit de pannenkoek omhoog.
βοΈ De lucht
Betekenis: Alles boven ons, waar lucht en wolken zijn.
Voorbeeld: Er is geen wolk in de lucht
π€² Vangen
Betekenis: Pakken wat gegooid wordt.
ik vang
jij vangt
hij/zij/u vangt
wij/hun vangen
Voorbeeld: Hij vangt de bal.
π Zo
Betekenis: Dit woord gebruik je om te laten zien hoe je iets doet.
Voorbeeld: Kijk, zo draai je de pannenkoek om.
βοΈ Beide
Betekenis: Twee dingen; allebei.
Voorbeeld: Bak beide kanten bruin.
π Leggen
Betekenis: Iets neerzetten.
ik leg
jij legt
hij/zij/u legt
wij/hun leggen
Voorbeeld: Leg de pannenkoek op het bord.
βΆοΈ Ga door
Betekenis: Niet stoppen; verder gaan.
Voorbeeld: Ga door met roeren.
π De jam
Betekenis: Zoete pasta van fruit.
aardbeienjam / frambozenjam
Uitspraak: Sjem
Voorbeeld: Hij doet de jam op de pannenkoek