Thema 3 theorie + instructievideo's

Thema 3 FIGUREN
1 / 49
volgende
Slide 1: Tekstslide
WiskundeMiddelbare schoolvmbo t, havoLeerjaar 1

In deze les zitten 49 slides, met tekstslides en 11 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Thema 3 FIGUREN

Slide 1 - Tekstslide

LEERDOEL:
Ik weet wat vlakke figuren zijn en kan ze benoemen (vierkant, rechthoek, driehoek en cirkel).
vierkant
rechthoek
driehoek
cirkel

Slide 2 - Tekstslide

LEERDOEL:
Ik weet wat het verschil is tussen een vierkant en een rechthoek.

Slide 3 - Tekstslide

LEERDOEL:
Ik weet wat hoekpunten zijn.
Ik weet wat zijden zijn.
 Ik kan de hoekpunten en zijden van een vierkant of rechthoek met letters benoemen.
 Ik kan een vierkant of rechthoek met diagonalen tekenen. 

Slide 4 - Tekstslide

Zijden: AB, BC, CD, AD

Slide 5 - Tekstslide

video
Vierkant: hoekpunten en zijden

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Link

diagonalen

Slide 8 - Tekstslide

LEERDOEL:

 Ik kan een vierkant of rechthoek met diagonalen tekenen. 

Hoe teken je een vierkant EFGH af? 
                    werkblad

Slide 9 - Tekstslide

video
Rechthoek tekenen + aftekenen
Vierkant schuin tekenen

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Video

Slide 12 - Video

Leerdoel
Ik weet de begrippen cirkel, straal en diameter.
Een cirkel heeft :
  • een middelpunt
  • een straal 
  • een diameter (middellijn)

Slide 13 - Tekstslide

video
Straal, diameter en middelpunt

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Video

Leerdoel:
Ik kan de straal berekenen als ik de diameter weet.
Ik kan de diameter berekenen als ik de straal weet.
straal
diameter
2 cm
4 cm
5 cm
10 cm
11 cm
22 cm
7,5
15 cm
5,5 cm 
11 cm

Slide 16 - Tekstslide

Leerdoel:
Ik kan een cirkel tekenen als ik de diameter of straal weet.  
Om een cirkel te tekenen, moet de passeropening zo groot zijn als de lengte van de STRAAL.
- Teken een cirkel met een diameter van 4 cm. 

- Teken een cirkel met een straal van 2 cm. 

Slide 17 - Tekstslide

video
Cirkel tekenen met straal of diameter gegeven.

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Video

DRIEHOEK
=

Slide 20 - Tekstslide

Leerdoel:
Ik kan een driehoek met drie gegeven zijden tekenen (met behulp van een passer).
Ik weet wat het snijpunt is.
Teken △ABC met AB = 2,5 cm, AC = 1 cm en BC = 2 cm. 
1. Maak een schets. 
2. Teken AB = 2,5 cm.
    Zet de hoofdletters en maat erbij. 
3. AC = 1 cm. Zet de passerpunt in A en de passeropening op 1cm.
    Teken een deel van de cirkel.
4. BC = 2 cm. Zet de passerpunt in B en de passeropening op 2 cm.
    Teken een deel van de cirkel.
5. Noem het snijpunt C.
6. Teken zijde AC en BC en zet de hoofdletters en maten erbij.
    GUM NIETS WEG!
   

Slide 21 - Tekstslide

video
Driehoek met passer tekenen. 

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Video

VLAKKE FIGUREN
RUIMTEFIGUREN
Leerdoel:
Ik weet wat ruimtefiguren zijn en kan ze benoemen
(kubus, balk, bol, cilinder, piramide, kegel, prisma). 

Slide 24 - Tekstslide

Leerdoel:
Ik weet wat ruimtefiguren zijn en kan ze benoemen
(kubus, balk, bol, cilinder, piramide, kegel, prisma). 

Slide 25 - Tekstslide

  RUIMTEFIGUREN
Leerdoel:
Ik weet wat wordt bedoeld met platte vlakken en gebogen vlakken en kan ze bij de verschillende ruimtefiguren benoemen. 
platte vlakken
gebogen vlakken
kubus/balk
6
geen
bol
geen
1
kegel
1
1
prisma
5
geen
cilinder
2
1
piramide
5
geen

Slide 26 - Tekstslide

video
Ruimtefiguren
 

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Video

Denk aan de hoofdletters.
Tegen de klok in. 
Bij één hoekpunt komen altijd 3 ribben samen.
Leerdoel:
Ik kan de hoekpunten, ribben en zijvlakken van een kubus of balk met letters benoemen. 

Slide 29 - Tekstslide

Leerdoel:
Ik kan de hoekpunten, ribben en zijvlakken van een kubus of balk met letters benoemen. 
KUBUS ABCD EFGH
  • Alle ribben zijn even lang.
  • Elk zijvlak heeft de vorm van een vierkant.
  • Ondervlak: ABCD
  • Bovenvlak: EFGH
  • Rechterzijvlak: BCGF 

Slide 30 - Tekstslide

Leerdoel:
Ik kan de hoekpunten, ribben en zijvlakken van een kubus of balk met letters benoemen. 
BALK PQRS TUVW
  • De ribben zijn niet even lang.
  • Elk zijvlak heeft de vorm van een vierkant of rechthoek.
  • Zijvlakken in de vorm van een vierkant:
     PQUT en SRVW

Slide 31 - Tekstslide

video
Kubus: hoekpunten, grensvlakken en ribben.

Slide 32 - Tekstslide

Slide 33 - Video

Leerdoel:
Ik kan de top, het grondvlak, de ribben en de zijvlakken van een piramide benoemen.

Het grondvlak ligt onder de top. 
piramide T ABCD

Slide 34 - Tekstslide

Leerdoel:
Ik kan de top, het grondvlak, de ribben en de zijvlakken van een prisma benoemen.

Twee zijvlakken zijn hetzelfde. 
Eén van die zijvlakken is het grondvlak. 

Slide 35 - Tekstslide

video
Grondvlakken piramide en prisma.

Slide 36 - Tekstslide

Slide 37 - Video

Leerdoel:
Ik weet wat een uitslag is.


Een bouwplaat heeft 
plakrandjes.
Een uitslag is een bouwplaat zonder plakrandjes.

Slide 38 - Tekstslide

Leerdoel:
Ik herken de uitslag van een ruimtefiguur.


Bij de kubus is de uitslag 
een figuur van zes vierkanten.  


Een kubus heeft 11 
soorten uitslagen. 
Ze staan hiernaast. 

Slide 39 - Tekstslide

video
Uitslagen kubus.

Slide 40 - Tekstslide

Slide 41 - Video

Leerdoel:
Ik kan de uitslag van een ruimtefiguur op ware grootte tekenen.


KUBUS

Slide 42 - Tekstslide

Leerdoel:
Ik herken de uitslag van een ruimtefiguur.


Bij de balk zijn de zijvlakken die tegenover elkaar liggen even groot. 
Welke uitslag is van een balk?
Uitslag 2. 
BALK

Slide 43 - Tekstslide

Leerdoel:
Ik kan de uitslag van een ruimtefiguur op ware grootte tekenen.


BALK
Teken de plattegrond altijd zoals hiernaast (denk aan een kruis). 

Bij de balk zijn de zijvlakken die
tegenover elkaar liggen even groot. 

Slide 44 - Tekstslide

video
Uitslag van een balk tekenen.

Slide 45 - Tekstslide

Slide 46 - Video

Leerdoel:
Ik herken de uitslag van een ruimtefiguur.


CILINDER
KEGEL

Slide 47 - Tekstslide

Leerdoel:
Ik herken de uitslag van een ruimtefiguur.


cilinder
kegel

Slide 48 - Tekstslide

Slide 49 - Video