cross

English House and Home

Home
English
1 / 39
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolvmboLeerjaar 1

In deze les zitten 39 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Home
English

Slide 1 - Tekstslide

Now
You will see some words and pictures. Write them down. Then, add the translation to it.
Je zult woorden en foto's zien. Schrijf ze op en schrijf daarachter de vertaling.

Slide 2 - Tekstslide

Bedroom

Slide 3 - Tekstslide

Living room

Slide 4 - Tekstslide

Garden

Slide 5 - Tekstslide

Kitchen

Slide 6 - Tekstslide

Front door

Slide 7 - Tekstslide

Dining room

Slide 8 - Tekstslide

Window

Slide 9 - Tekstslide

Lift

Slide 10 - Tekstslide

Stairs

Slide 11 - Tekstslide

Bathroom

Slide 12 - Tekstslide

Balcony

Slide 13 - Tekstslide

Gate

Slide 14 - Tekstslide

Hoe zeg je dat - How do you say?
- Je in een groot huis woont.
- Jouw huis 3 slaapkamers heeft.
- Je in een apartement woont.
- De woonkamer klein is.

Slide 15 - Tekstslide

Hoe zeg je dat - How do you say?
- Je in een groot huis woont. - I live in a big house.
- Jouw huis 3 slaapkamers heeft. - My house has 3 bedrooms.
- Je in een apartement woont. - I live in an apartement.
- De woonkamer klein is. - The living room is small.

Slide 16 - Tekstslide

Badkamer
Woonkamer
Slaapkamer
Keuken
Eetkamer
Raam
Living room
Dining Room
Window
Kitchen
Bathroom
Bedroom

Slide 17 - Sleepvraag

house.
We
a small
have got

Slide 18 - Sleepvraag

has got
garden.
My house
a big

Slide 19 - Sleepvraag

room
very messy.
Sarah's
is

Slide 20 - Sleepvraag

to have (got)
- Have you got a big house?
- We have got a small house.
- I have got my own room.
- I haven't got a bunk bed.

Slide 21 - Tekstslide

Vragen met to have (got)
- Liz has got a bunk bed.
   - Has Liz got a bunk bed?
- You have got a nice house.
   - Have you got a nice house?

Wat valt je op?

Slide 22 - Tekstslide

Vraagzinnen met have got maak je door have of has vooraan in de zin te zetten. Het woordje got  verandert niet van plaats.

Bij I, you, we en they gebruik je have got.
Bij he, she en it gebruik je has got.

shit-regel: Snap je die?

Slide 23 - Tekstslide

For example
- They have got a nice house.
   - Have they got a nice house?
- She has got a big room.
   - Has she got a big room?

Slide 24 - Tekstslide

Je kunt ook vragen maken met alleen have of has, dus zonder got. Je gebruikt dan een vorm van to do.

Bij I, you, we en they begin je met do.
Bij he, she en it begin je met does.

Weer de shit-regel

Slide 25 - Tekstslide

- She has her own bathroom.
   - Does she have her own bathroom.
- We have a big kitchen.
   - Do we have a big kitchen.

Slide 26 - Tekstslide

Welke zin is goed geschreven?
Which sentence is correct?
A
Has they got a big house?
B
Have they got a big house?
C
Do they have a big house?
D
Does they have a big house?

Slide 27 - Quizvraag

Welke zin is goed geschreven?
Which sentence is correct?
A
Does Sarah have a nice room?
B
Do Sarah have a nice room?
C
Do Sarah has a nice room?
D
Does Sarah has a nice room?

Slide 28 - Quizvraag

7

Slide 29 - Video

Badkamer
Woonkamer
Slaapkamer
Keuken
Eetkamer
Raam
Living room
Dining Room
Window
Kitchen
Bathroom
Bedroom

Slide 30 - Sleepvraag

Now
You will do an interview with each other. Together, you will find the answers.

Slide 31 - Tekstslide

00:30
What is the name of this room?
A
Bedroom
B
Kids'room
C
Living room
D
Kitchen

Slide 32 - Quizvraag

01:11
What is the name of this room?
A
Gaming room
B
Living room
C
Bedroom
D
Bathroom

Slide 33 - Quizvraag

01:41
What is the name of this room?
A
Bathroom
B
Living room
C
Kitchen
D
Stairs

Slide 34 - Quizvraag

01:49
Is the kitchen big or small?

Slide 35 - Open vraag

03:24
What is the name of this place?
A
Kitchen
B
Garden
C
Bedroom
D
Stairs

Slide 36 - Quizvraag

03:35
Can you play football in the garden?

Slide 37 - Open vraag

04:05
Do you like his home?
A
Yes
B
No

Slide 38 - Quizvraag

Okay!
Now, make the assignment! Good luck!

Slide 39 - Tekstslide