VOEDING · VOEDING EN GEZONDHEID
Voeding en gezondheid
Examenstof biologie vmbo
VOEDING · VOEDING EN GEZONDHEID
Voeding en gezondheid
Examenstof biologie vmbo
Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: BI/K/9, specificatie 3 en 4 (BB, KB, GT). Image credit: Acabashi / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
VOEDING · VOEDING EN GEZONDHEID
Wat ga je kunnen?
Ik kan de functies van voedingsstoffen noemen, voedingswaarde vergelijken en uitleggen hoe energie en genotmiddelen je gezondheid beïnvloeden.
Deze slide heeft geen instructies
Wat at je gisteren en waarom heeft je lichaam dat nodig?
Verwacht: brood, fruit, patat, snoep, water. Koppel de woorden aan voedingsstoffen en functies in de les. Veelgemaakte fout: eten alleen zien als iets wat je energie geeft, terwijl je lichaam het ook gebruikt om te bouwen en te beschermen.
Groente en fruit op een markt in Romford (Engeland)
VOEDING · VOEDING EN GEZONDHEID
Zes groepen voedingsstoffen
Voedsel bevat voedingsstoffen. Je lichaam heeft er zes groepen van nodig.
Water, eiwitten, vetten en koolhydraten (zetmeel en suikers).
Daarnaast mineralen en vitamines.
Eén product bevat meestal meer dan één groep.
Syllabus BI/K/9, specificatie 3 (BB, KB, GT): water, eiwitten, vetten, koolhydraten (zetmeel en suikers), mineralen en vitamines. Laat leerlingen bij de foto noemen welke groepen ze zien (vitamines en mineralen in groente en fruit, koolhydraten in banaan). Veelgemaakte fout: denken dat een product maar één voedingsstof bevat. Image credit: Acabashi / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
Gegrilde zalm, een bron van eiwitten en vetten
VOEDING · VOEDING EN GEZONDHEID
Waarvoor gebruik je voedingsstoffen?
Bouwstof: voor de opbouw van je lichaam, zoals spieren. Eiwitten zijn vooral bouwstof.
Brandstof: levert energie. Koolhydraten en vetten zijn vooral brandstof.
Reservestof: een voorraad voor later, zoals de vetlaag onder je huid.
Een groot deel van je lichaam bestaat uit water.
Syllabus BI/K/9, specificatie 3. KB/GT: bouwstoffen zijn uitdrukkelijk de opbouw van het lichaam en brandstoffen het vrijmaken van energie. Een stof kan meerdere functies hebben: vet is brandstof en reservestof. Veelgemaakte fout: denken dat eiwitten de belangrijkste brandstof zijn. Image credit: DanaTentis / Wikimedia Commons, CC0
VOEDING · VOEDING EN GEZONDHEID
Mineralen en vitamines
Mineralen zijn zouten. Kalkzouten zijn nodig voor sterke botten en tanden.
IJzerzouten heb je nodig voor je bloed.
Vitamines zijn beschermende stoffen: ze helpen je lichaam goed te werken.
Je hebt maar kleine hoeveelheden van mineralen en vitamines nodig.
Syllabus BI/K/9, specificatie 3: mineralen (zouten, met name kalkzouten en ijzerzouten) en vitamines. Beschermende stoffen: vitamines en mineralen beschermen het lichaam tegen tekorten en ziekte. Veelgemaakte fout: vitamines en mineralen als brandstof zien. Ze leveren geen energie.
Je lichaam maakt nieuwe spiercellen. Welke stof is daar vooral voor nodig?
Koolhydraten
Eiwitten
Vetten
Vitamines
Eiwitten zijn vooral bouwstof. Verwachte fout: koolhydraten kiezen, omdat sporters daar veel van eten. Dat is brandstof.
Vul in
Kalkzouten zijn een soort mineralen en nodig voor sterke botten. Vitamines zijn beschermende stoffen.
Kalkzouten zijn mineralen, nodig voor botten en tanden. Vitamines zijn beschermende stoffen. Verwachte fout: brandstoffen invullen.
Volkorenbrood in plakken, een product uit het vak brood en graanproducten
VOEDING · VOEDING EN GEZONDHEID
De schijf van vijf
De schijf van vijf laat zien wat je dagelijks kunt eten om gezond te eten.
Vakken 1 en 2: groente en fruit, en brood, graanproducten en aardappelen.
Vak 3: zuivel, vis, vlees, ei, noten en peulvruchten. Vak 4: smeer- en bereidingsvetten.
Vak 5: dranken. Kies elke dag uit alle vakken.
Syllabus BI/K/9, specificatie 3: met de schijf van vijf de kwaliteit of voedingswaarde van maaltijden vergelijken. De vakken zijn de vijf groepen voedingsmiddelen van het Voedingscentrum. Exacte hoeveelheden uit de schijf hoeven niet uit het hoofd geleerd te worden. Veelgemaakte fout: denken dat snoep en chips een eigen vak hebben, die staan buiten de schijf. Image credit: Veganbaking.net / Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.0
VOEDING · VOEDING EN GEZONDHEID
De voedingsmiddelentabel
Een voedingsmiddelentabel geeft de voedingswaarde van producten.
Meestal staat de waarde per 100 gram: energie, eiwit, vet, koolhydraten en vezels.
Eet je meer of minder dan 100 gram? Reken dan om met een verhoudingstabel.
Zo vergelijk je ook de voedingswaarde van twee maaltijden.
Syllabus BI/K/9, specificatie 3 en vaardigheid 3.2 en 3.4. De getallen in de tabel zijn afgeronde voorbeeldwaarden voor de les en geen exacte productgegevens. Reken samen een voorbeeld door: 200 gram is twee keer de waarde per 100 gram. KB/GT: ook met decimale getallen, breuken en percentages. Veelgemaakte fout: de waarde per 100 gram aanzien voor de waarde van de hele portie.
VOEDING · VOEDING EN GEZONDHEID
Vezels en je darmen
Vezels zitten in groente, fruit en volkorenproducten. Je kunt ze niet verteren.
Vezels houden je darmen in beweging. Zo schuift het voedsel goed door.
De golfbeweging van de darmwand heet darmperistaltiek.
Syllabus BI/K/9, specificatie 3: invloed van vezels op de darmperistaltiek. Het verteringsstelsel zelf krijgt een eigen les. Veelgemaakte fout: denken dat vezels energie leveren of in het bloed worden opgenomen.
Vul in
Een voedingsmiddelentabel geeft de voedingswaarde van een product per 100 gram, zoals energie en vet.
Voedingswaarde per 100 gram. Verwachte fout: een andere hoeveelheid kiezen.
Waarom is eten met veel vezels goed voor je darmen?
Vezels worden in het bloed opgenomen
Vezels geven je veel energie
Vezels verteren het eten sneller
Vezels houden de darmen in beweging
Vezels bevorderen de darmperistaltiek. Verwachte fout: denken dat vezels worden verteerd en energie leveren.
Twee sprinters op een atletiekbaan, New Orleans (2007)
VOEDING · VOEDING EN GEZONDHEID
Energieverbruik en grondstofwisseling
Je energieverbruik hangt af van wat je doet en van de temperatuur.
Bij sporten verbruik je meer energie dan bij zitten. In de kou ook: je lichaam moet warm blijven.
De grondstofwisseling is de energie die je in rust nodig hebt, bijvoorbeeld voor ademhaling en hartslag.
Syllabus BI/K/9, specificatie 4: energieverbruik hangt af van activiteit en omgevingstemperatuur. Grondstofwisseling en het evenwicht tussen opname en verbruik (volgende dia) staan alleen bij KB/GT. BB hoeft de term grondstofwisseling niet te kennen, maar het past bij de uitleg. Veelgemaakte fout: denken dat je in rust geen energie verbruikt. Image credit: Tulane Public Relations / Wikimedia Commons, CC BY 2.0
VOEDING · VOEDING EN GEZONDHEID
Evenwicht, overgewicht en vermagering
Neem je evenveel energie op als je verbruikt, dan blijft je lichaamsmassa gelijk.
Neem je meer op dan je verbruikt, dan sla je reservestoffen op. Dat kan overgewicht geven.
Neem je te weinig op, dan verbruik je reservestoffen. Dat geeft vermagering.
Syllabus BI/K/9, specificatie 4 (BB: overgewicht en vermagering als gevolg van over- en ondervoeding; KB/GT: evenwicht tussen opname en verbruik en het opslaan of verbruiken van reservestoffen bij een constante lichaamsmassa). Veelgemaakte fout: overgewicht alleen aan vet eten koppelen. Het gaat om de energiebalans, ook een overschot aan suikers wordt opgeslagen.
VOEDING · VOEDING EN GEZONDHEID
Genotmiddelen en medicijnen
Alcohol, tabak en drugs zijn genotmiddelen. Medicijnen gebruik je om beter te worden.
Overmatig alcohol beschadigt onder andere je lever en hersenen.
Tabak bevat nicotine, daar word je verslaafd aan. Roken beschadigt je longen.
Te veel medicijnen kunnen schadelijk zijn. Volg altijd de gebruiksaanwijzing.
Syllabus BI/K/9, specificatie 4: wat er kan gebeuren bij overmatig gebruik van alcohol en medicijnen en bij gebruik van tabak en drugs. Leerlingen hoeven geen details van afzonderlijke drugs te kennen, wel dat gebruik schadelijk is. Ga zonder oordeel met dit onderwerp om, sommige leerlingen maken dit thuis mee. Veelgemaakte fout: denken dat medicijnen nooit schadelijk zijn.
Zet op volgorde, van laag naar hoog verbruik
Hoe actiever, hoe meer energie je verbruikt. Slapen valt onder de grondstofwisseling. Verwachte fout: slapen en zitten omdraaien.
Noem één genotmiddel.
Goed: alcohol, tabak of drugs. Verwachte fout: een medicijn noemen, dat is geen genotmiddel.
Wat vond je vandaag het lastigst?
De functies van voedingsstoffen
Een voedingsmiddelentabel gebruiken
Energieverbruik en evenwicht
Genotmiddelen en gezondheid
Gebruik de uitslag om te bepalen welk onderdeel je de volgende les nog eens met een voorbeeld doorloopt.
Welke gezonde keuze maak jij morgen?
Elk antwoord dat past bij de schijf van vijf is goed, zoals fruit in plaats van snoep. Verwachte fout: een antwoord dat alleen iets weglaat zonder iets gezonders te kiezen.
VOEDING · VOEDING EN GEZONDHEID
Begrippen (1/2)
voedingsstof: Stof in voedsel die je lichaam nodig heeft: water, eiwitten, vetten, koolhydraten, mineralen en vitamines.
bouwstof en brandstof: Een bouwstof gebruik je voor de opbouw van je lichaam. Een brandstof levert energie.
beschermende stof en reservestof: Beschermende stoffen helpen je lichaam gezond te blijven. Een reservestof is een voorraad voor later.
mineraal: Zout dat je lichaam nodig heeft, zoals kalkzouten voor botten en ijzerzouten voor je bloed.
vitamine: Beschermende stof die je in kleine hoeveelheden nodig hebt.
Deze slide heeft geen instructies
VOEDING · VOEDING EN GEZONDHEID
Begrippen (2/2)
schijf van vijf: Overzicht van vijf vakken met voedingsmiddelen voor gezond eten.
voedingsmiddelentabel: Tabel met de voedingswaarde van producten, meestal per 100 gram.
vezels: Stoffen in plantaardig voedsel die je niet verteert en die de darmperistaltiek bevorderen.
energieverbruik: De energie die je lichaam verbruikt. Dit hangt af van activiteit en temperatuur.
grondstofwisseling: De energie die je in rust nodig hebt voor ademhaling, hartslag en warm blijven.
Deze slide heeft geen instructies