MARKTEN · VRAAG EN AANBOD
Examentraining
Markt en marktvormen: zo pak je examenvragen aan
MARKTEN · VRAAG EN AANBOD
Examentraining
Markt en marktvormen: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Raimond Spekking / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
MARKTEN · VRAAG EN AANBOD
Wat ga je kunnen?
Ik kan examenvragen over evenwicht, verschuivingen, overheidsingrijpen en marktvormen beantwoorden met een casus.
Deze slide heeft geen instructies
MARKTEN · VRAAG EN AANBOD
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: de casus. Om welke markt of welk product gaat het?
2. Zoek: de gegevens: prijzen, vraag, aanbod, aantal aanbieders.
3. Denk: waar zijn vraag en aanbod gelijk, of welke lijn verschuift?
4. Kies: het antwoord en kijk of het logisch is.
Deze slide heeft geen instructies
MARKTEN · VRAAG EN AANBOD
Vraagtype 1: evenwicht aflezen
Evenwicht: de prijs waarbij vraag en aanbod gelijk zijn. Daar lees je ook de hoeveelheid af.
Vraag groter dan aanbod: tekort, de prijs stijgt. Aanbod groter dan vraag: overschot, de prijs daalt.
Alleen GL/TL.
Bij 4 euro: vraag 70, aanbod 30. Bij 6 euro: vraag 50, aanbod 50. Evenwichtsprijs?
4 euro
50 euro
6 euro
20 euro
Bij 6 euro zijn vraag en aanbod gelijk. Verwachte fout: de hoeveelheid (50) als prijs noemen.
Bij 8 euro is de vraag 30 en het aanbod 70. Wat is er op de markt?
Een tekort van 40
Een overschot van 100
Een overschot van 40
Evenwicht
Aanbod 70 min vraag 30 is 40: overschot, de prijs daalt. Verwachte fout: overschot en tekort omdraaien.
MARKTEN · VRAAG EN AANBOD
Vraagtype 2: verschuivingen
Meer vragers of meer voorkeur: vraaglijn naar rechts. Minder: naar links.
Meer aanbieders of een innovatie: aanbodlijn naar rechts.
Alleen GL/TL.
Er komen meer aanbieders van broodjes. Wat gebeurt er met de evenwichtsprijs?
Die daalt, de hoeveelheid stijgt
Die stijgt, de hoeveelheid daalt
Die blijft gelijk
Die daalt, de hoeveelheid ook
Aanbodlijn naar rechts: lagere prijs, grotere hoeveelheid. Verwachte fout: denken dat meer aanbieders de prijs omhoog duwen.
Een trend maakt jeans minder populair. Welke verschuiving?
De vraaglijn schuift naar rechts
De aanbodlijn schuift naar links
De aanbodlijn schuift naar rechts
De vraaglijn schuift naar links
Minder voorkeur betekent minder vraag bij elke prijs: de vraaglijn naar links. Verwachte fout: de aanbodlijn kiezen.
MARKTEN · VRAAG EN AANBOD
Vraagtype 3: overheidsingrijpen
Maximumprijs onder het evenwicht: tekort. Minimumprijs boven het evenwicht: overschot.
Sociale wetgeving, zoals de wet op het minimumloon, beschermt werknemers.
Alleen GL/TL.
Evenwichtsprijs is 6 euro. De overheid stelt een minimumprijs van 8 euro in. Gevolg?
De vraag is groter dan het aanbod
Het aanbod is groter dan de vraag
Er is evenwicht
De prijs daalt tot 4 euro
Bij 8 euro is de vraag klein en het aanbod groot: overschot. Verwachte fout: een tekort noemen.
Welke maatregel is sociale wetgeving?
De wet op het minimumloon
Een prijs die door vraag en aanbod ontstaat
Het plan van de overheid voor alle bedrijven
Een afspraak tussen aanbieders over de prijs
De wet op het minimumloon beschermt werknemers. Verwachte fout: de planeconomie kiezen.
MARKTEN · VRAAG EN AANBOD
Vraagtype 4: marktvormen herkennen
Let op vier dingen: aantal aanbieders, homogeen of heterogeen, toetreding en transparantie.
Monopolie: één aanbieder, natuurlijk, overheids of economisch.
Alleen GL/TL.
Drie bedrijven maken al het cement, overal gelijk. Nieuwe bedrijven kunnen niet beginnen. Marktvorm?
Heterogeen oligopolie
Monopolistische concurrentie
Homogeen oligopolie
Volkomen concurrentie
Weinig aanbieders en een gelijk product: homogeen oligopolie. Verwachte fout: heterogeen kiezen.
Alleen de overheid mag rijbewijzen afgeven. Welke marktvorm?
Natuurlijk monopolie
Overheidsmonopolie
Economisch monopolie
Volkomen concurrentie
De wet bepaalt dat alleen de overheid het mag: overheidsmonopolie. Verwachte fout: natuurlijk monopolie.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Evenwicht aflezen
Verschuivingen
Overheidsingrijpen
Marktvormen herkennen
Deze slide heeft geen instructies
MARKTEN · VRAAG EN AANBOD
Tips voor op het examen
Evenwicht: zoek de prijs waar vraag en aanbod gelijk zijn. De prijs is niet de hoeveelheid.
Meer vraag of meer aanbod: de lijn schuift naar rechts. Bij minder naar links.
Maximumprijs onder het evenwicht: tekort. Minimumprijs boven het evenwicht: overschot.
Marktvorm: tel de aanbieders en kijk of het product gelijk of verschillend is.
Deze slide heeft geen instructies