De tijd van Grieken en Romeinen

De tijd van Grieken en Romeinen
Kenmerkende aspecten:
  • De ontwikkeling van wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap en politiek in de Griekse stadstaat
  • De groei van het Romeinse imperium waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa verspreidde
  • De klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur
  • De confrontatie tussen de Grieks-Romeinse cultuur en de Germaanse cultuur van Noordwest-Europa
  • De ontwikkeling van het jodendom en het christendom als de eerste monotheïstische godsdiensten
1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

De tijd van Grieken en Romeinen
Kenmerkende aspecten:
  • De ontwikkeling van wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap en politiek in de Griekse stadstaat
  • De groei van het Romeinse imperium waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa verspreidde
  • De klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur
  • De confrontatie tussen de Grieks-Romeinse cultuur en de Germaanse cultuur van Noordwest-Europa
  • De ontwikkeling van het jodendom en het christendom als de eerste monotheïstische godsdiensten

Slide 1 - Tekstslide

Wetenschap en politiek in de Griekse stadstaat

  • Hoe de klassieke cultuur van de Griekse stadstaten tot ontwikkeling kwam.
  • Hoe Grieken dachten over burgerschap en politiek.
  • Hoe het Griekse wetenschappelijk denken ontstond. 


Kenmerkende aspecten:

  • Ontwikkeling van wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap en politiek in de Griekse stadstaat.
  • De vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur.

Slide 2 - Tekstslide

De cultuur van de Griekse stadstaten
  • omstreeks 3000 v.C. begint (dankzij het schrift) de oudheid (tijd van de Grieken en Romeinen
  • onafhankelijke stadstaten
  • landbouwstedelijke samenleving'
  • bloeiende economie

  • Bevolkingsgroei

  • kolonisatie

Slide 3 - Tekstslide

Leg uit waarom een bloeiende economie kan leiden tot bevolkingsgroei

Slide 4 - Open vraag

Leg uit waarom bevolkingsgroei kan leiden tot kolonisatie

Slide 5 - Open vraag

De cultuur van de Griekse stadstaten
  • Dankzij kolonisatie  nam de handel en welvaart van de stadstaten toe

  • 5e eeuw v.C. bloei van Griekse cultuur
  • Wetenschap, bouw- en beeldhouwkunst
  • klassieke vormentaal

  • Antieke Grieken voelde zich met elkaar verbonden
  • niet-Grieken waren in hun ogen barbaren
Op deze afbeelding zijn de restanten van het Parthenon te zien. Dit gebouw geeft een goed voorbeeld van de klasieke vormentaal. Het dak ruste op zuilen (ronde stenen palen) en het timpaan (driehoekige dak) was versierd met reliëf beeldhouwwerk. Ook is het gebouw symetrisch wat ook een kenmerk was van Griekse architectuur.
klassiek
voorbeeld van een modern gebouw dat duidelijk elementen uit de klassieke vormentaal genomen heeft.
Het rijk van Alexander de Grote
Griekenland werd pas één staat toen het veroverd werd door de Macedonische koning in 338 v.C. 

De prins, en later koning, Alexander de Grote kreeg les van een grote Griekse filosoof, namelijk Aristoteles. Hierdoor was hij erg onder de indruk van de Griekse kunst en cultuur. Toen hij aan de macht kwam breidde hij zijn rijk enorm uit. Hij veroverde b.v. Egypte en het Perzische rijk. Overal waar hij kwam verspreidde hij de Griekse cultuur (dit noemen we hellenisme). Na zijn dood viel het rijk uit elkaar, maar in veel gebieden bleef de Griekse elite heersen over de inheemse bevolking.

Slide 6 - Tekstslide

Burgerschap en politiek
politiek stamt af van het Griekse woord voor stadstaat (polis)

  • monarchie (vorst aan de macht, wordt opgevolgd door zijn zoon)
  • Aristocratie (groep edelen hebben de macht)
  • Oligarchie (kleine groep rijke mensen hebben de macht)
  • Democratie (het volk regeert)
Democratie
Demos = Griekse woord voor volk
Kratien = Griekse woord voor regeren

Athene had een directe democratie, dit betekent dat alle mensen die stemrecht hadden bij de vergadering aanwezig waren en zelf stemde. Tegenwoordig zouden we de Atheense democratie niet als een echte democratie zien, veel mensen uit het volk mochten namelijk niet stemmen.

Alleen autochtone mannen mochten meebeslissen, zij waren burgers. Mensen uit een andere stadstaat, slaven en vrouwen mochten niet stemmen. Dus eigenlijk regeerde niet heel het volk maar slechts een deel van het volk.

Slide 7 - Tekstslide

Wetenschappelijk denken
  • Filosofen probeerden alles met hun verstand (ratio) te beredeneren. Door de rationele manier denken gingen de Grieken de wereld beter begrijpen.

  • wetenschap was voor de Grieken puur praktisch, zij begonnen ook abstracte concepten te onderzoeken.

  • Zoeken naar wetmatigheden.
Wet van Archimedes
Archimedes is een goed voorbeeld van een Griekse wetenschapper die zocht naar wetmatigheden in de natuur. 
Volgens de verhalen ging hij op een dag in bad en zag hij dat het waterniveau steeg toen hij in het bad stapte. Dit deed hem denken over waarom dit kwam. Vervolgens ging hij onderzoek doen, hij deed verschillende voorwerpen in het water. Hij ontdekte hierdoor dat de hoeveelheid water die verplaatst wordt altijd even groot is als het volume van het voorwerp. Daardoor ontdekte hij de wet van Archimedes.

Deze wet wordt gebruikt om te berekenen of iets kan drijven of juist gaat zinken.

Slide 8 - Tekstslide

Cultuur in het Romeinse rijk

  • Hoe het Romeinse wereldrijk zich ontwikkelde
  • Hoe de Grieks-Romeinse cultuur ontstond en werd verspreid


Kenmerkende aspecten:

  • De groei van het Romeinse imperium waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa verspreidde
  • De klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Video

Stichting Rome
Over de eerste eeuwen van Rome is weinig bekend. De Romeinen dachten dat hun stad in 753 v.C. was gesticht door Romulus. 

Rome werd rijk een machtig voor een groot deel vanwege de gunstige ligging. Dicht aan zee voor handel, en gevestigd bij een doorwaadbaar stuk van de rivier de Tiber. Veel handelstromen die van Noord-Italië naar Zuid-Italië liepen (en vice versa) gingen door Rome. Hiervan wist de stadstaat Rome te profiteren en kon met de welvaart zijn grondgebied uitbreiden.

800 v.C.
700
600
500
500 n.C.
400
300
200
100
0
100
200
300
400
Monarchie
Republiek
Keizerrijk
Koning Proca had twee zoons, Numitor en Amulius. Op zijn dood erfde Numitor de troon en Amulius al het goud van zijn vader. De troon zonder geld was weinig waard en Amulius zette zijn broer af en kroonde zichzelf. Amulius dwong de dochter van Numitor, Rhea, om een Vestaalse maagd te worden om zodoende zijn eigen claim op de troon te bewaken.
Rhea werd verleid (of verkracht in andere versies van het verhaal) door de god Mars. Van hem kreeg ze twee zoons, Romulus en Remus. Amulius was angstig dat de jongens zouden opgroeien en hem van de troon stoten, dus beval hij zijn soldaten de baby's te vermoorden. De soldaten konden dit niet over hun hart verkrijgen en legt de tweeling in plaats daarvan te drijven in een rieten mand. De jongens werden gevonden, gevoed en opgevoed door een moederwolf. Na enkele jaren worden ze gevonden die een herder die ze verder opvoed. Wanneer Romulus en Remus volwassen zijn komen ze achter hun familiegeschiedenis en stoten Amulius van zijn troon. Ze stichten een stad aan de Tiber. De twee krijgen ruzie over welke naam de stad moet krijgen, Romulus vermoord tijdens deze ruzie Remus en vervolgens geeft hij de stad zijn naam.
Verovering Italië
Vanaf omstreeks 350 v.C. breidden de Romeinen hun rijk uit. In een halve eeuw veroverden ze Midden- en Zuid-Italië.
Stichting Republiek
Nadat de laatste koning, Tarquinius Superbus, verjaagd was werd de romeinse Republiek gesticht.
Bestuurders en legeraanvoerders werden voor korte tijd benoemd en legden verantwoording af aan het senaat, een vergadering van mannen uit aanzienlijke families (patriciërs).
Romeinse rijk grootste omvang
De kaart laat het Romeinse wereldrijk zien in 117 n.C. toen het zijn grootste omvang had bereikt.
SPQR is de afkorting van het Latijnse Senatus Populusque Romanus, "De Senaat en het Volk van Rome"
Julius Caesar
Na een lange tijd vol burgeroorlogen tussen legeraanvoerders kreeg Julius Caesar alle macht in handen. In 44 v.C. liet hij zich benoemen tot dictator voor het leven. Kort daarna werd hij vermoord in het senaat.
Gaius Julius Caesar
Expansie buiten Italië
Octavianus Augustus
Na de dood van Caesar brak een nieuwe burgeroorlog uit die gewonnen werd door Octavianus. De achterneef en geadopteerde zoon van Caesar.

In 27 v.C. maakte hij een definitief einde aan de Republiek en vestigde hij het keizerrijk waarvan hij de eerste keizer werd. Hij werd gezien als verheven (augustus) boven de gewone stervelingen en moest als een god worden vereerd.
pax Romana
De pax Romana was een periode van twee eeuwen van rust en vrede binnen het Romeinse imperium. Generaals bestreden elkaar niet meer want de keizer was opperbevelhebber van alle strijdkrachten.
De keizers stelde bestuurders (gouverneurs) in voor de provincies van het rijk.
De pax Romana bevorderde de welvaart binnen het rijk, ze legden tienduizenden kilometers verharde wegen aan, waarover handelaren veilig en snel konden reizen. Onderdanen uit alle onderworpen volken vestigden zich in Rome, waar een multiculturele samenleving ontstond. 
val van het West-Romeinse rijk
Er zijn veel oorzaken die hebben meegespeeld bij de val van het West-Romeinse rijk. De laatste keizer werd afgezet in 476 n.C. en wordt gezien als het definitieve eind van het West-Romeinse rijk. Het oosterlijke gedeelte bleef nog ruim duizend jaar langer bestaan.

Oorzaken die waarschijnlijk hebben bijgedragen tot de val:
  • onophoudelijke burgeroorlogen die ten koste gingen van goed bestuur of verdediging van de grenzen van het rijk.
  • imperial overstretch (het rijk was te groot geworden om effectief bestuurd te kunnen worden)
  • Epidemiën
  • volksverhuizingen van buitenaf (aangedreven door Mongoolse horde)
Tweedeling v/h rijk
Splitsing van het Romeinse imperium in een westerlijk en oosterlijk deel. Beide rijken kregen hun eigen keizer en hoofdstad. 
Christendom staatsgodsdienst
Keizer Theodosius verhief in 391 n.C. het christendom tot nieuwe staatsgodsdienst en verklaarde alle tempels van de oude Romeinse religie tot verboden gebied.

Slide 11 - Tekstslide

Romanisering
In het Romeinse rijk was sprake van godsdienstige tolerantie, zolang de keizer en de staatsgodsdienst werden vereerd.

Na verovering Griekenland ontstond de Grieks-Romeinse cultuur, die dankzij de expansie van het Romeinse imperium, ver verspreid raakte.

Het leger en de inheemse elite speelde een grote rol in de romanisering.
Romanisering door inheemse elite

Slide 12 - Tekstslide

Jodendom en christendom

  • Hoe het jodendom zich ontwikkelde
  • Hoe het christendom ontstond
  • Hoe het christendom de Romeinse staatsgodsdienst werd


Kenmerkende aspecten:

  • De ontwikkeling van het jodendom en het christendom als de eerste monotheïstische godsdiensten.

Slide 13 - Tekstslide

Het jodendom
  • Tenach (heilige boek van het jodendom
  • Mozes leidde de joden uit slavernij in Egypte, naar het "beloofde land"
  • Mozes kreeg de tien geboden van god
  • Monotheïsme (eerste gebod)
  • Geleidelijke ontwikkeling, vanaf de 6e eeuw v.C. ontkende ze dat andere goden bestonden
  • synagogen 
  • Judea werd onderdeel v/h Romeinse rijk
  • Geloof in Messias die hun zou verlossen, dit leidde in 66 n.C. tot een grote opstand tegen de Romeinen
  • Romeinen sloegen de opstand bloedig neer, Jeruzalem werd verboden gebied voor joden
Kenmerken van de joodse God
  • Schepper van hemel en aarde
  • Almachtig
  • Rechtvaardig
  • Bijzondere band met het joodse volk

Slide 14 - Tekstslide

Het ontstaan van het Christendom
  • Oude testament zijn de verhalen uit de Tenach (1e deel van de bijbel, het heilige boek v/h christendom)
  • Weinig met zekerheid bekend over de joodse prediker Jezus van Nazareth

  • Omstreeks 30 n.C. ter dood veroordeeld door Romeinse gouverneur
  • Paulus van Tarsus sloot zich aan bij volgelingen, volgens hem was Jezus de Christus (Grieks voor Messias)
  • Geloof opengesteld voor 'niet joden' door te laten dopen
  • Vanaf 52 v.C. reisde Paulus rond en bekeerde mensen tot het christendom
  • Uitzicht op een beter leven in het hiernamaals maakte het christendom populair

Slide 15 - Tekstslide

Het christendom wordt staatsgodsdienst
  • Christenen actief in bekering (alle lagen v/d bevolking) 
  • Afkeuring van de Romeinse normen en waarden
  • Afzondering van de rest van de bevolking       'vijanden van de mensheid'
  • christendom verboden, maar geen systematische vervolging (wel incidentele geweldsuitbarstingen)
  • Sommige christenen stierven graag als martelaar voor hun geloof
  • 3e eeuw n.C. pogingen het christendom uit te roeien (zonder succes)
  • In 313 n.C. gaf keizer Constantijn godsdienstvrijheid (bijeenkomsten waar geloofsleer werd vastgelegd in het nieuwe testament)
  • In 380 n.C. maakte keizer Theodosius het tot staatsgodsdienst
  • In 392 n.C. werden andere godsdiensten verboden (afgezien van jodendom) einde tolerantie

Slide 16 - Tekstslide

Romeinen en Germanen

  • Hoe het jodendom zich ontwikkelde
  • Hoe het christendom ontstond
  • Hoe het christendom de Romeinse staatsgodsdienst werd


Kenmerkende aspecten:

  • De ontwikkeling van het jodendom en het christendom als de eerste monotheïstische godsdiensten.

Slide 17 - Tekstslide

De Germaanse cultuur
  • Germanen werden gezien als primitieve barbaren, maar de Romeinen hadden ook ontzag voor hun vechtkracht

  • Was niet één volk
  • Leefden in landbouwsamenlevingen
  • geen schrift

  • Romeinse rijk was aantrekkelijk vanwege de welvaart 

Slide 18 - Tekstslide

Romeinen en Germanen
  • Aan de Rijngrens waren de Romeins-Germaanse contacten meestal vreedzaam

  • Romeinen sloten verdragen met sommige volken in de grensgebieden, deze bondgenootschappen waren gericht op de verdediging van de grens
  • Germaans-Romeinse mengcultuur

  • Handel over en weer (Romeinse munten)

Slide 19 - Tekstslide

Het Romeinse erfgoed
  • 3e eeuw n.C. verval in het West-Romeinse rijk

  • Epidemieën, daling inwoneraantal, daling productie & handel
  • Burgeroorlogen (binnen 50 jaar 25 keizers vermoord) 
  • Theodosius splitste in 395 n.C. het rijk in tweeën 
  • moeite met Europese grenzen bewaken, meer invallen. Daarom werden meer Germaanse soldaten geworven en Germaanse bondgenoten in het rijk gelaten ter verdediging.
  • 395 n.C. groep Germaanse Goten kwamen in opstand en omdat het bestuur verzwakt was konden ze zelfs Rome plunderen.
  • Volksverhuizingen dreven steeds meer barbaarse volkeren om binnen de grenzen van het rijk zich te vestigen.
Splitsing van het rijk
West-Romeinse rijk met als hoofdstad Rome
Oost-Romeinse rijk met als hoofdstad Constantinopel

Slide 20 - Tekstslide

Het jodendom
Tekst

Slide 21 - Tekstslide