Multitasken en je denkbrein

Multitasken en
je denkbrein
Les 2
1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
MediawijsheidBurgerschapsonderwijs+1Middelbare schoolvmbo, mavo, havo, vwoLeerjaar 1-3

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 7 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Instructies

Dit thema gaat over de impact van smartphone en (sociale) media op ons brein en lichaam en hoe we daar het beste mee kunnen omgaan. Het doel is dat leerlingen ondanks alle digitale verleidingen en afleidingen, toch grip krijgen op hun mediagebruik en geen nadelige gevolgen voor gezondheid en welzijn ondervinden.

Het thema bestaat uit vier lessen die een geheel vormen. Bij voorkeur worden ze als serie gegeven. In de eerste twee lessen staat centraal hoe en waarom ons brein zo makkelijk afgeleid wordt door onze smarpthone en sociale media. Deze lessen bevatten breinkennis waardoor je bijvoorbeeld begrijpt wanneer je wel en wanneer niet kunt multitasken. Met die kennis wordt onderzocht hoe je grip kunt krijgen op je eigen mediagebruik.

De derde en vierde les bevatten tips over het optimaal leren benutten van je hersenen: hoe kun je het beste focussen? En hoe kun je juist ont-focussen, wat net zo belangrijk is? Een rode draad door de lessen is het nadenken over mensen die topprestaties leveren en waar jongeren bewondering voor hebben, zoals topsporters, bekende artiesten maar ook influencers of wetenschappers.

Onderdelen in deze les

Multitasken en
je denkbrein
Les 2

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Thema 6
Lespakket over online veiligheid en digitaal burgerschap
Zorg goed 
Reflecteren op je digitale balans
voor jezelf

Slide 2 - Tekstslide

Dit thema gaat over de impact van smartphone en (sociale) media op ons brein en lichaam en hoe we daar het beste mee kunnen omgaan. Het doel is dat leerlingen zich bewust worden van alle digitale verleidingen en afleidingen, en leren hoe ze grip kunnen krijgen op hun mediagebruik om zo min mogelijk nadelige gevolgen voor gezondheid en welzijn ondervinden.

Het thema bestaat uit vier lessen die een geheel vormen. Bij voorkeur worden ze als serie gegeven. 

In de eerste twee lessen staat centraal hoe en waarom ons brein zo makkelijk afgeleid wordt door onze smartphone en sociale media. Deze lessen bevatten breinkennis waardoor je bijvoorbeeld begrijpt wanneer je wel en wanneer niet kunt multitasken. Met die kennis wordt onderzocht hoe je grip kunt krijgen op je eigen mediagebruik.

De derde en vierde les bevatten tips over het optimaal leren benutten van je hersenen: hoe kun je het beste focussen? En hoe kun je juist ont-focussen, wat net zo belangrijk is? 

Een rode draad door de lessen is het nadenken over mensen die topprestaties leveren en waar jongeren bewondering voor hebben, zoals topsporters, bekende artiesten maar ook influencers of wetenschappers.

Elke les bevat een of twee instructievideo’s met ‘cognitieve fitness’-oefeningen. Cognitieve Fitness, een bewezen effectieve methode, combineert fysieke beweging met cognitieve uitdagingen om het brein beter te laten functioneren. Zo kunnen leerlingen leren over hun brein en lichaam door zelf te ervaren.

De oefeningen zijn fysieke uitdagingen; ze zorgen regelmatig voor hilariteit en dat is ook prima! Door de oefeningen te doen, word je geconfronteerd met je grenzen: je hersens kunnen nu eenmaal niet alles. Je kunt veel leren met training, maar ook dat is niet onbeperkt.

De docent kan kiezen om de instructievideo’s te gebruiken of de uitleg over de oefeningen zelf te geven.

De inhoud van de lessen is gebaseerd op recente wetenschappelijke inzichten over het brein en mediagebruik. Belangrijke bronnen zijn het Digitale Balansmodel van het Trimbos Instituut en het onderwijsboek Van brokkelbrein naar focus van Gerjanne Dirksen e.a. Beide bronnen zijn aanraders voor docenten die zich verder willen verdiepen in dit thema.

De docent hoeft zelf geen expert te zijn om de lessen te geven. Een open, onderzoekende houding en positieve insteek zijn voldoende. Daarnaast is herhaling van (delen van) de lessen aan te raden, liefst met een fysieke oefening erbij, zodat gemotiveerd blijven om nieuwe digitale gewoontes te ontwikkelen en een duurzame focus.

Leerdoelen van het thema Gezond:
  • reflecteren op je eigen digitale balans (evenwicht tussen online en offline);
  • weten wat het verschil is tussen het reflexbrein (dat zich makkelijk laat afleiden) en het denkbrein (dat niet kan multitasken);
  • herkennen van digitale triggers die je afleiden en leren wat je daaraan kan doen;
  • leren hoe je grip kunt krijgen op je eigen mediagebruik;
  • begrijpen hoe je je brein optimaal kunt gebruiken voor focus en concentratie;
  • ervaren hoe je stress vermindert via ademhaling en bodyscan.

  • Je leert en ervaart dat ons denkbrein niet kan multitasken. 

  • Je weet wat de negatieve gevolgen zijn van multitasken.

  • Je oefent met impulscontrole.

  • Je weet hoe je grip kunt krijgen op je mediagebruik.
Lesdoelen
Les 2
Multitasken en
je denkbrein

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Ben je jezelf bewuster geworden 
van je digitale triggers, na de vorige les? 
Ja
Nee
Weet ik niet

Slide 4 - Poll

Bespreek met elkaar de inzichten uit de vorige les. Betrek ook de huiswerkopdracht erbij als die gegeven is. 

Ga na in hoeverre de leerlingen zich bewuster zijn geworden van hun digitale triggers en de momenten waarop ze hun telefoon erbij pakken. Wat levert dit bewustzijn op?
Kleurentest
ROOD      GEEL      PAARS       GROEN

    ROZE        BLAUW      ORANJE  

BLAUW          GEEL               ROOD

Slide 5 - Tekstslide

Activiteit: de kleurentest. 

Instrueer de leerlingen om hardop in koor, de woorden voor te lezen van links naar rechts. Lees wat er staat.

Bespreek: was dit moeilijk? Nee. Woorden lezen kun je goed: je reflexbrein doet dat snel; het is een gewoonte. Maar nu de volgende opdracht.

Zeg samen hardop wat de kleur van de letters is van het woord, ook weer van links naar rechts. 

Bespreek: dit gaat duidelijk langzamer! Dat komt doordat je de automatische reactie van je reflexbrein moet onderdrukken: je moet niet de woorden lezen, maar je moet nadenken over de kleur van de letters. Hiervoor gebruiken we een deel van onze hersenen dat heel anders werkt dan ons reflexbrein. Dit noemen we ons denkbrein.

Reflexbrein
Denkbrein
Gewoonten en reflexen, beloningssysteem en angstsysteem
Kost veel energie
Onbewust
Razendsnel
Automatische reflexmatige aandacht
Actieve gerichte aandacht
Langzaam
Bewust
Kost weinig energie
Aanleren van nieuwe kennis en vaardigheden

Slide 6 - Tekstslide

Kennisoverdracht: reflexbrein versus denkbrein

Bespreek de verschillen tussen het reflexbrein en het denkbrein, aan de hand van dit schema. Is het herkenbaar? Kun je voorbeelden uit je eigen leven noemen? Gebruiken we op dit moment ons reflexbrein of ons denkbrein? (Het denkbrein want je bent bezig met nieuwe kennis.)


Wat is multitasken?
A
Dingen tegelijk doen
B
Dingen achter elkaar doen
C
Dingen een paar keer doen
D
Dingen met elkaar doen

Slide 7 - Quizvraag

Kennisoverdracht: Wat is multitasken? 

We zijn de hele dag allerlei dingen tegelijk aan het doen. Zo kun je fietsen en praten. Of lopen en eten. Met media ben je soms een film aan het kijken en tegelijk aan het scrollen op sociale media. Dat dingen tegelijk doen, heet ook wel: multitasken.

Welke dingen doe je eigenlijk allemaal tegelijk

Slide 8 - Woordweb

Bespreek samen: Welke dingen doen we allemaal nog meer tegelijk? Verzamel zoveel mogelijk voorbeelden. 

Denk aan: fietsen en muziek luisteren, fietsen en bellen, op het verkeer letten en praten die naast je fietst, gamen en met je moeder praten, eten en tv kijken. Denk ook aan multitasken met twee of meer apparaten (gamen en mobiel, tv en laptop), multitasken met online en offline taken (luisteren en een berichtje typen, lopen en een filmpje kijken).
Welk brein?
Reflexbrein
Denkbrein
afwassen
gamen
eten
lopen
fietsen
praten
film kijken

Slide 9 - Sleepvraag

Onderzoek samen: Doe je al die dingen met dezelfde aandacht op hetzelfde moment? Nee, sommige dingen doe je met je reflexbrein (fietsen, eten, lopen, afwassen) en sommige met je denkbrein (gamen, praten, film kijken). 

Laat de leerlingen de activiteiten plaatsen onder het 'juiste brein'. De leerlingen kunnen dit hun devices doen.
Kun je voorbeelden geven waarbij multitasken niet goed gaat?

Slide 10 - Woordweb

Verzamel nu voorbeelden van multitasken waarbij het eigenlijk niet goed gaat om het tegelijkertijd te doen,  

bijv. met je docent praten en op je telefoon kijken. Een ongeluk voorkomen op de fiets en tegelijkertijd met een vriend bellen. Huiswerk maken en gamen. Laat ook hiervan zoveel mogelijk voorbeelden noemen.

Bij die momenten dat mulitasken minder goed gaat, ben je eigenlijk heel snel je aandacht aan het verdelen tussen de ene en de andere taak. Het lijkt wel alsof je het tegelijkertijd doet, maar je doet het eigenlijk heel snel afwisselend: je switcht je aandacht. Dat heet dus ook wel: switchtasken.

Anders gezegd: multitasken kan eigenlijk niet als je twee dingen doet die allebei je denkbrein nodig hebben.

Slide 11 - Video

Activiteit (video): Hoe goed kun jij multitasken? Er volgen nu drie staande oefeningen.

Jullie gaan een cognitieve fitness oefening doen waarbij je moet multitasken: twee dingen tegelijk doen dus. Doe de drie oefeningen en bepreek de ervaringen.
ABC Fitness

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 13 - Video

Deze slide heeft geen instructies

ABC Fitness

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 15 - Video

Bespreek na: hoe heb je het ervaren? Wat gebeurde er in je hoofd? Voelde je een effect ergens in je lijf? Vooral bij de tweede oefening werd ons denkbrein flink op de proef gesteld. Je hebt nu aan den lijve ervaren dat je denkbrein niet echt kan multitasken. 

Welk brein is nu eigenlijk actief als we op 
onze telefoon kijken?
A
Reflexbrein
B
Denkbrein
C
Beide
D
Geen van beide

Slide 16 - Quizvraag

Kennisoverdracht: De gevolgen van multitasken

Welk brein is nu eigenlijk actief als we op onze telefoon kijken? Beide. 

Ons reflexbrein wordt actief omdat allerlei alarmsignalen onze aandacht trekken en omdat je de gewoonte hebt om op allerlei momenten je mobiel te pakken (als je wakker wordt, als je even niets te doen hebt enz.). En ons denkbrein gebruiken we om alle informatie te verwerken die voorbij komt.

Leg nog een keer uit dat talloze onderzoeken hebben aangetoond dat de mens met zijn denkbrein niet kan multitasken: als je verschillende taken moet doen waarbij je je denkbrein nodig hebt, gaat het mis. 
Denk aan: onder het huiswerk maken een gesprek voeren via Whatsapp. Het blijkt dat je dan dat je een prijs betaalt:
  • je doet 1,5 keer zo lang over je huiswerk (of een andere taak)
  • je maakt meer fouten
  • je lichaam heeft meer stress
  • je wordt sneller moe
Let op! Sommige mensen denken dat ze het wel kunnen. Maar juist deze mensen schatten hun prestaties te hoog in. Ze kennen zichzelf dus minder.

Multitasken geeft wel een fijn gevoel: alsof je volledig ‘in control’ bent. Het geeft dopamine, dat stofje waardoor je je lekker voelt. En daardoor wil je het blijven doen. Maar het geeft ook stress en daardoor worden we moe en gaan we fouten maken. In het verkeer is dat echt erg gevaarlijk. Ook al merk je dat niet zo. Dat merk je meestal pas als het te laat is…

Als het om schoolwerk gaat, kan multitasken voor onvoldoendes zorgen. 

Dus: We hebben in de eerste les gesproken over de digitale afleiding via de digitale triggers die zo verleidelijk zijn. Deze triggers verleiden ons om te multitasken, terwijl ons denkbrein dat eigenlijk niet goed kan en dan slechter gaat functioneren. Zo kun je dus wel denken dat je én de les kunt volgen én kunt gamen tegelijkertijd, maar één van die dingen moet je dan met je reflexbrein doen. Is dat de les volgen, of gamen? Eerlijk? 

Slide 17 - Video

Activiteit: Kun jij je beheersen? We gaan nu weer oefenen (vier staande oefeningen).

Hoe kunnen we voorkomen dat we ons te veel laten verleiden tot multitasken? Daarvoor moet je oefenen in zelfbeheersing. Jullie gaan een oefening doen waarbij je je moet beheersen en impulsen moet onderdrukken. Met een ander woord: inhibitie.

Slide 18 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 19 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 20 - Video

Deze slide heeft geen instructies


Hoe was dit om te doen?
😒🙁😐🙂😃

Slide 21 - Poll

Bespreek: hoe was het om te doen? 

Lukte het om de automatismen (reflexen) van je reflexbrein te onderdrukken met je denkbrein? 



Lukte het om de automatismen van je reflexbrein te onderdrukken met je denkbrein? 
1100

Slide 22 - Poll

Bespreek: Lukte het om de automatismen van je reflexbrein te onderdrukken met je denkbrein? 

Laat de leerlingen dit aangeven met hun devices, waarbij 100% voor 'altijd' staat, en 1% voor 'nooit'

Automatismen zijn erg ingesleten en die krijg je er niet zomaar uit. Dat is vaak heel handig! Bijvoorbeeld als je opeens een bal moet vangen, of als er echt gevaar is: dan moet je meteen iets doen zonder te hoeven nadenken.

Maar met onze smartphone gaat het erom dat we leren om onze impulsen te bedwingen: je denkbrein moet de baas worden over je reflexbrein, zodat je niet meteen je mobiel pakt bij elk piepje. En daar moet je dus hard voor werken.

Maar gelukkig kun je daar met training steeds beter in worden. Zelfbeheersing is als een spier: dat kun je trainen. Daar weten toppresteerders alles van!


Doe zelf dingen zoveel mogelijk één voor één met volle aandacht, dus monotasken in plaats van multitasken. En dus ook niet switchtasken. Eerst je huiswerk, dan op je telefoon kijken, gamen, enz.
1
Zelfbeheersing:
Tips en Tricks!
Les 2
Multitasken en 
je denkbrein
Leg je telefoon weg of op z’n kop als je (huis)werk moet doen. Beter nog: helemaal uit het zicht.
2
Houd je schermtijd bij. Zijn er apps die je echt te veel gebruikt? Overweeg dan om die of (tijdelijk) te verwijderen, of er een limiet op te zetten. 
3
Neem je mobiel niet mee naar bed, dan kom je ook niet in de verleiding: je hersens hebben nog steeds veel slaap nodig om te groeien. Hoe beter je slaapt, hoe beter je je overdag kunt concentreren. En hoe beter je je kunt concentreren, hoe makkelijker het wordt om digitale afleiding te weerstaan. Zorg dus goed voor jezelf!
4
Gebruik een app als Forest om minder afgeleid te worden.
5

Slide 23 - Tekstslide

Kennisoverdracht: hoe krijg je meer grip op je mediagebruik?

Wist je dat je denkbrein pas volledig ontwikkeld is als je 23-25 jaar oud bent? En dat terwijl je reflexbrein nu wel al prima functioneert. Dus juist voor jongeren is zelfbeheersing moeilijk, omdat hun denkbrein nog minder sterk is. Tot die tijd zul je dus geregeld moeite hebben met zelfbeheersing, plannen, organiseren enz. En dus heb je goed tips en tricks nodig.

Om te beginnen kun je observeren hoe goed je bent in zelfbeheersing.

  1. Oefen met jezelf te beheersen op momenten dat dat nodig is, bijvoorbeeld tijdens het maken van huiswerk. Let ook eens op hoe anderen in je omgeving omgaan met het beheersen van hun reflexbrein (je vader die toch die koektrommel leeg eet, of je moeder die een hele serie bingewatcht in het weekend). Zeg er niets van. Je kunt eventueel wel vertellen dat je aan het oefenen bent met zelfbeheersing en dat je wilt weten hoe goed anderen daarin zijn.
  2. Probeer je bewust te zijn wanneer je aan het multitasken bent met je denkbrein. Merk het op. Vraag je af waarom je het doet. Dat is een eerste stap: bewustwording.

Probeer gedurende de dag bewust te zijn van momenten waarin je eigenlijk probeert te focussen op iets met je denkbrein, maar waarop je je toch laat afleiden door je reflexbrein. Wat zijn dat voor momenten? Schrijf ze op. Kun je ook weer terug naar je focus door zo’n impuls te beheersen?
1
Extra: 
Opdrachten voor thuis
Les 2
Multitasken en
je denkbrein
Wees je bewust van momenten waarop je aan het multitasken bent: bijvoorbeeld appen tijdens het kijken van een serie, of op je mobiel kijken tijdens je huiswerk. Wat valt je op? Merk je de nadelen van multitasken? Of zijn er ook voordelen? Maak een verslagje (een of twee alinea’s).
3
Pas een paar van de tips uit de les toe om grip te krijgen op je mediagebruik. Kies er minimaal twee. Zoals je notificaties uitzetten, je schermtijd bijhouden, je telefoon wegleggen of bepaalde apps een limiet geven. Doe dat drie dagen achter elkaar. Merk je een verbetering? Schrijf er een verslagje over (een of twee alinea’s).
2

Slide 24 - Tekstslide

Voor de docent:
Onderzoek naar het eigen mediagebruik kan worden verdiept en uitgebreid door een of meer van de volgende opdrachten te geven voor thuis.
  • We kennen nu twee netwerken in ons brein met totaal verschillende werking: ons reflexbrein en ons denkbrein. Ons reflexbrein is heel handig voor overleving, maar het zorgt er ook voor dat we heel snel afgeleid zijn. Ons denkbrein is traag en kost veel energie, maar het is wel precies dat deel van onze hersens dat we hard nodig om nieuwe dingen te kunnen leren. Voor succes in deze maatschappij dus. En ons denkbrein kan echt maar één ding tegelijk.

Samengevat
Les 2
Multitasken en
je denkbrein

Slide 25 - Tekstslide

Afronding: 
We kennen nu twee netwerken in ons brein met totaal verschillende werking: ons reflexbrein en ons denkbrein. Ons reflexbrein is heel handig voor overleving, maar het zorgt er ook voor dat we heel snel afgeleid zijn. Ons denkbrein is traag en kost veel energie, maar het is wel precies dat deel van onze hersens dat we hard nodig om nieuwe dingen te kunnen leren. Voor succes in deze maatschappij dus. En ons denkbrein kan echt maar één ding tegelijk.
Aandacht: hersenproces dat ervoor zorgt dat we ons bewust kunnen concentreren op bepaalde dingen.

Cognitieve fitness: wetenschappelijk onderbouwde beweegmethode om het brein en lichaam gezond te houden.

Denkbrein: het bewuste deel van je hersens waarmee je focust. Het denkbrein kan maar met één ding tegelijk bezig zijn, kost veel energie en is traag.

Digitale trigger: iets op je scherm wat jou afleidt en ervoor zorgt dat je je mobiel er weer bij pakt, bijvoorbeeld een pushmelding van een app.

Dopamine: hersenstofje dat ervoor zorgt dat je je beloond en tevreden voelt. Dat is zo lekker, dat je er meer van wilt. Sommige mensen zijn gevoeliger voor dopamine dan anderen en zijn daardoor gevoeliger voor verslavingen. En sommige mensen maken minder dopamine aan dan anderen en voelen zich daardoor vaker niet zo lekker.






Woordenlijst
Les 2
Multitasken en
je denkbrein

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Focus: volgehouden, gerichte aandacht.
Inhibitie: jezelf remmen, ofwel: het onderdrukken van een automatische reactie op een prikkel of impuls. Zo’n automatische reactie heet ook wel: respons. Inhibitie heet ook wel: impulscontrole.

Inhibitie: jezelf remmen, ofwel: het onderdrukken van een automatische reactie op een prikkel of impuls. Zo’n automatische reactie heet ook wel: respons. Inhibitie heet ook wel: impulscontrole.

Multitasken: de poging om twee of meer taken tegelijk te doen. Soms gaat dat goed samen en soms niet. Als twee taken dezelfde hersendelen (met name je denkbrein) nodig hebben, gaat dat niet goed samen. Je wordt moe, maakt fouten en doet overal langer over.






Woordenlijst
Les 2
Multitasken en 
je denkbrein

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Help ons de lessen verbeteren.
Geef uw feedback op De InternetHelden via DeInternetHelden@bureaujeugdenmedia.nl

Slide 28 - Tekstslide

Help ons de lessen verbeteren.
Geef uw feedback via DeInternetHelden@bjm.nl