Hoe kun je beter focussen?

Hoe kun je 
beter focussen? 
Les 3
1 / 31
volgende
Slide 1: Tekstslide
MediawijsheidBurgerschapsonderwijs+1Middelbare schoolvmbo, mavo, havo, vwoLeerjaar 1-3

In deze les zitten 31 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 6 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Instructies

Dit thema gaat over de impact van smartphone en (sociale) media op ons brein en lichaam en hoe we daar het beste mee kunnen omgaan. Het doel is dat leerlingen ondanks alle digitale verleidingen en afleidingen, toch grip krijgen op hun mediagebruik en geen nadelige gevolgen voor gezondheid en welzijn ondervinden.

Het thema bestaat uit vier lessen die een geheel vormen. Bij voorkeur worden ze als serie gegeven. In de eerste twee lessen staat centraal hoe en waarom ons brein zo makkelijk afgeleid wordt door onze smarpthone en sociale media. Deze lessen bevatten breinkennis waardoor je bijvoorbeeld begrijpt wanneer je wel en wanneer niet kunt multitasken. Met die kennis wordt onderzocht hoe je grip kunt krijgen op je eigen mediagebruik.

De derde en vierde les bevatten tips over het optimaal leren benutten van je hersenen: hoe kun je het beste focussen? En hoe kun je juist ont-focussen, wat net zo belangrijk is? Een rode draad door de lessen is het nadenken over mensen die topprestaties leveren en waar jongeren bewondering voor hebben, zoals topsporters, bekende artiesten maar ook influencers of wetenschappers.

Onderdelen in deze les

Hoe kun je 
beter focussen? 
Les 3

Slide 1 - Tekstslide

Voorbereiding: open ter voorbereiding van de les de website www.mynoise.net en zoek een rustgevend geluid uit. Laat dit zachtjes aan staan als de leerlingen binnenkomen. 

Vraag als iedereen zit, of ze kunnen waarnemen wat dit geluid met hen doet. Geef ze ongeveer een halve minuut de tijd en vraag dan of ze er iets over kunnen zeggen.
   
Bespreek: hoe is het huiswerk gegaan (als dat gegeven is)? Welke inzichten hebben jullie sinds de vorige les gehad? Heb je iets veranderd in je gedrag of zijn je dingen opgevallen? 
Thema 6
Lespakket over online veiligheid en digitaal burgerschap
Zorg goed 
Reflecteren op je digitale balans
voor jezelf

Slide 2 - Tekstslide

Dit thema gaat over de impact van smartphone en (sociale) media op ons brein en lichaam en hoe we daar het beste mee kunnen omgaan. Het doel is dat leerlingen zich bewust worden van alle digitale verleidingen en afleidingen, en leren hoe ze grip kunnen krijgen op hun mediagebruik om zo min mogelijk nadelige gevolgen voor gezondheid en welzijn ondervinden.

Het thema bestaat uit vier lessen die een geheel vormen. Bij voorkeur worden ze als serie gegeven.

In de eerste twee lessen staat centraal hoe en waarom ons brein zo makkelijk afgeleid wordt door onze smartphone en sociale media. Deze lessen bevatten breinkennis waardoor je bijvoorbeeld begrijpt wanneer je wel en wanneer niet kunt multitasken. Met die kennis wordt onderzocht hoe je grip kunt krijgen op je eigen mediagebruik.

De derde en vierde les bevatten tips over het optimaal leren benutten van je hersenen: hoe kun je het beste focussen? En hoe kun je juist ont-focussen, wat net zo belangrijk is? 

Een rode draad door de lessen is het nadenken over mensen die topprestaties leveren en waar jongeren bewondering voor hebben, zoals topsporters, bekende artiesten maar ook influencers of wetenschappers.

Elke les bevat een of twee instructievideo’s met ‘cognitieve fitness’-oefeningen. Cognitieve Fitness, een bewezen effectieve methode, combineert fysieke beweging met cognitieve uitdagingen om het brein beter te laten functioneren. Zo kunnen leerlingen leren over hun brein en lichaam door zelf te ervaren.

De oefeningen zijn fysieke uitdagingen; ze zorgen regelmatig voor hilariteit en dat is ook prima! Door de oefeningen te doen, word je geconfronteerd met je grenzen: je hersens kunnen nu eenmaal niet alles. Je kunt veel leren met training, maar ook dat is niet onbeperkt.

De docent kan kiezen om de instructievideo’s te gebruiken of de uitleg over de oefeningen zelf te geven.

De inhoud van de lessen is gebaseerd op recente wetenschappelijke inzichten over het brein en mediagebruik. Belangrijke bronnen zijn het Digitale Balansmodel van het Trimbos Instituut en het onderwijsboek Van brokkelbrein naar focus van Gerjanne Dirksen e.a. Beide bronnen zijn aanraders voor docenten die zich verder willen verdiepen in dit thema.

De docent hoeft zelf geen expert te zijn om de lessen te geven. Een open, onderzoekende houding en positieve insteek zijn voldoende. Daarnaast is herhaling van (delen van) de lessen aan te raden, liefst met een fysieke oefening erbij, zodat gemotiveerd blijven om nieuwe digitale gewoontes te ontwikkelen en een duurzame focus.

Leerdoelen van het thema Gezond:
  • reflecteren op je eigen digitale balans (evenwicht tussen online en offline); 
  • weten wat het verschil is tussen het reflexbrein (dat zich makkelijk laat afleiden) en het denkbrein (dat niet kan multitasken); 
  • herkennen van digitale triggers die je afleiden en leren wat je daaraan kan doen; 
  • leren hoe je grip kunt krijgen op je eigen mediagebruik;
  • begrijpen hoe je je brein optimaal kunt gebruiken voor focus en concentratie;
  • ervaren hoe je stress vermindert via ademhaling en bodyscan.

  • Je leert dat focussen te trainen is.

  • Je begrijpt wat het betekent om ‘in de flow’ te zijn. 

  • Je oefent met focussen. 

  • Je reflecteert over de rol van muziek en geluiden bij focus (wat werkt bij jou?).
Lesdoelen
Les 3
Hoe kun je 
beter focussen? 

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is dat eigenlijk:
focussen?

Slide 4 - Woordweb

Introduceer het onderwerp van deze les: focussen

We hebben tot nu toe geleerd dat ons reflexbrein snel afgeleid is door onze smartphone en (sociale) media. En dat we die impulsen moeten leren beheersen. We hebben ook geleerd dat ons denkbrein, dat pas rond je 25 is uit-ontwikkeld, maar één ding tegelijk kan en dat we dus niet kunnen multitasken. Als je het toch doet, kost dat tijd, je maakt fouten en je wordt eerder moe. 

Nu gaan we het juist omdraaien en kijken hoe we ons denkbrein optimaal kunnen gebruiken. Hoe kunnen we beter leren focussen? En waarom is dat belangrijk? Het goede nieuws is: focussen kun je trainen, net zoals je je spieren traint. 

Zoals we eerder bespraken hebben topsporters en andere toppresteerders hun eigen strategieën om met afleiding om te gaan. Ze doen bijvoorbeeld oefeningen voor zelfbeheersing en focus. 

Slide 5 - Video

We gaan weer oefenen. Deze vier staande oefeningen gaan over focus. Iedereen moet zich even even concentreren op zichzelf en niet te veel naar anderen kijken. Laat je dus niet afleiden en doe het met volle aandacht. 

Slide 6 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 7 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 8 - Video

Deze slide heeft geen instructies


Hoe was dit om te doen?
😒🙁😐🙂😃

Slide 9 - Poll

Bespreek: hoe was dit om te doen? Kun je je voorstellen dat je hier beter in wordt als je het vaker oefent? Zou je zo’n oefening doen vlak voordat je een belangrijke toets hebt? Waarom wel/niet? 

Kun je je voorstellen dat je hier beter in 
wordt als je het vaker oefent?
Ja
Nee
Weet ik niet

Slide 10 - Poll

Bespreek: hoe was dit om te doen? Kun je je voorstellen dat je hier beter in wordt als je het vaker oefent? Zou je zo’n oefening doen vlak voordat je een belangrijke toets hebt? Waarom wel/niet? 

Kun je je voorstellen dat je hier beter in 
wordt als je het vaker oefent?
Ja
Nee
Weet ik niet

Slide 11 - Poll

Bespreek: hoe was dit om te doen? Kun je je voorstellen dat je hier beter in wordt als je het vaker oefent? Zou je zo’n oefening doen vlak voordat je een belangrijke toets hebt? Waarom wel/niet? 
Focus door
beweging
Je kunt dus niet alleen je spieren trainen, maar ook je hersens. Maar je hersens staan niet los van je lijf: trainen van je hersens gaat vaak ook via beweging. Uit wetenschap-pelijk onderzoek blijkt dat beweging, zoals sporten of een stuk lopen in stevig tempo, een positief effect heeft op je denkbrein. Je kunt er beter door focussen


Maar let op: je moet tijdens het bewegen wel een verhoogde hartslag hebben om de positieve effecten op je brein te ervaren. Flink naar huis fietsen na school is dus een goede voorbereiding op het maken van huiswerk. Terwijl je in de bus of in de auto een beetje in slaap sukkelt. 
!

Slide 12 - Tekstslide

Kennisoverdracht: Je kunt dus niet alleen je spieren trainen, maar ook je hersens. Maar je hersens staan niet los van je lijf: trainen van je hersens gaat vaak ook via beweging. 

Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat beweging, zoals sporten of een stuk lopen in stevig tempo, een positief effect heeft op je denkbrein. Je kunt er beter door focussen. 

Maar let op: je moet tijdens het bewegen wel een verhoogde hartslag hebben om de positieve effecten op je brein te ervaren. Flink naar huis fietsen na school is dus een goede voorbereiding op het maken van huiswerk. Terwijl je in de bus of in de auto een beetje in slaap sukkelt. 

Wat werkt bij jou als goede voorbereiding 
voor het maken van huiswerk?  

Slide 13 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Flow

Slide 14 - Tekstslide

Kennisoverdracht: flow

We weten nu dat ons denkbrein gebruiken veel energie kost. Maar als je langere tijd geoefend hebt met focussen, dan ga je ervaren dat je ‘in de flow’ kunt komen. Je hoeft dan niet meer bewust na te denken over het focussen zelf. Je laat je niet meer afleiden en dat kost geen enkele moeite. Je gaat helemaal op in wat je doet en je verliest het idee van tijd. Je bent superproductief, je wordt niet moe, en je voelt je heel goed. 

Wie kent dat gevoel, in flow zijn? 
Wanneer heb je dat wel eens?

Slide 15 - Open vraag

Vraag: Wie kent dat gevoel? Wanneer heb je dat wel eens? 

(Laat ze even nadenken, misschien iets voor zichzelf opschrijven. en help met voorbeelden: vraag naar sport, muziek maken, iets creëren.) Vraag ze na te denken over de voorwaarden: wat is ervoor nodig om in de flow te komen? Het je het vaak of weinig? (Het idee is dat je dat wat je doet graag moet willen doen, het is een combinatie van focus én ontspanning: wie zich verzet of er geen zin in heeft, komt niet in flow.)

Kun je het zien aan mensen, 
als ze in de flow zijn?
Ja
Nee
Weet ik niet

Slide 16 - Poll

Leg uit: Voor mensen die topprestaties willen leveren, is in de flow zijn het ultieme doel. In het Engels wordt het ook wel ‘being in the zone’ genoemd. 

Kun je voorbeelden noemen van mensen die in de flow moeten zijn om topprestaties te kunnen leveren? Denk aan muzikanten, die in hun eentje of als groep in een flow komen. Of kunstenaars, of schrijvers, die in deze toestand schilderen, een gedicht of boek schrijven. Kun je het zien aan mensen, als ze in de flow zijn?
Flow
In flow lever je vaak topprestaties. 
Flow is vaak het gevolg van langere tijd je focus getraind hebben.
Flow is vaak het gevolg van een hoge motivatie hebben voor de taak/activiteit. 

Slide 17 - Tekstslide

Leg uit dat er twee soorten mensen zijn: mensen die wel én mensen die niet kunnen werken met muziek. En soms hangt het ook af van je stemming. 

Ben je introvert, dan is de kans dat je liever in stilte werkt groter. Ben je juist extravert, dan werk je misschien liever met muziek aan. (Leg eventueel introvert/extrovert uit.)

Heb je adhd, dan is de kans ook groter dat je fijn vindt om huiswerk te maken met muziek. Maar het kan niet met alle muziek. 

Leg uit: de muziek mag niet een te snelle beat hebben en de tekst mag niet afleiden. Als je namelijk probeert te focussen op een paar sommen en je gaat opeens naar de tekst luisteren, dan ben je weer aan het multitasken. Het kost dan extra tijd om je weer te kunnen concentreren op de taak waar je mee bezig was.


Maak jij huiswerk met muziek aan?
Ja, met oortjes
Ja, zonder oortjes
Soms
Nee

Slide 18 - Poll

Kennisoverdracht: vraag eerst welke leerlingen huiswerk maken met muziek aan. En hoe doen ze dat? Met of zonder oortjes in? Werkt dat goed? Is er speciale muziek waarbij je je goed huiswerk kunt maken? Wat voor muziek is dat?

Werkt dat goed voor jou?
Ja
Meestal
Soms
Nee

Slide 19 - Poll

Leg uit dat er twee soorten mensen zijn: mensen die wel én mensen die niet kunnen werken met muziek. En soms hangt het ook af van je stemming. 

Ben je introvert, dan is de kans dat je liever in stilte werkt groter. Ben je juist extravert, dan werk je misschien liever met muziek aan. (Leg eventueel introvert/extrovert uit.)

Heb je adhd, dan is de kans ook groter dat je fijn vindt om huiswerk te maken met muziek. Maar het kan niet met alle muziek. 

Leg uit: de muziek mag niet een te snelle beat hebben en de tekst mag niet afleiden. Als je namelijk probeert te focussen op een paar sommen en je gaat opeens naar de tekst luisteren, dan ben je weer aan het multitasken. Het kost dan extra tijd om je weer te kunnen concentreren op de taak waar je mee bezig was.
Is er speciale muziek waarbij je je goed huiswerk kunt maken?

Slide 20 - Woordweb

Vertel dat er twee soorten mensen zijn: mensen die wel én mensen die niet kunnen werken met muziek. En soms hangt het ook af van je stemming. 

Ben je introvert, dan is de kans dat je liever in stilte werkt groter. Ben je juist extravert, dan werk je misschien liever met muziek aan. (Leg evt. introvert/extravert uit). 

Heb je adhd, dan is de kans ook groter dat je het fijner vindt met muziek. Maar het kan niet met alle muziek. 

Leg uit: de muziek mag niet een te snelle beat hebben en de tekst mag niet afleiden. Als je namelijk probeert te focussen op een paar sommen en je gaat opeens naar de tekst luisteren, dan ben je weer aan het multitasken. Het kost dan extra tijd om je weer te kunnen concentreren op de taak waar je mee bezig was.

Werkt dat goed voor jou?
Ja
Meestal
Soms
Nee

Slide 21 - Poll

Open opnieuw de website www.mynoise.net en bespreek: er is ook speciale muziek speciaal bedoeld om beter te kunnen focussen. Wie gebruikt er wel eens focusmuziek of -geluiden bij het leren? 

Tip: wat het beste werkt, is het maken van een vaste playlist met focusmuziek of focusgeluiden Sommige mensen houden van kletterende regen, of bosgeluiden of white noise (witte ruis). Met zo’n eigen playlist kom je direct in een goede focus-stemming en gaat leren veel makkelijker. 

Wie gebruikt er wel eens focusmuziek of -geluiden bij het leren?

Slide 22 - Video

Activiteit: Extra focus-oefeningen – twee Tikspel-oefeningen met video

Het is de bedoeling dat leerlingen deze oefeningen in tweetallen doen. (Als docent doe je dus zelf even mee als iemand overblijft). 

Slide 23 - Video

Deze slide heeft geen instructies


Hoe ging het?
😒🙁😐🙂😃

Slide 24 - Poll

Bespreek weer na: hoe ging het? Voelde je verschil: wordt het makkelijker naarmate je je meer concentreert? Hoe zorgde je ervoor dat je niet afgeleid werd?

Voelde je verschil: wordt het makkelijker 
naarmate je je meer concentreert? 
Ja
Nee

Slide 25 - Poll

Bespreek: Voelde je verschil: wordt het makkelijker naarmate je je meer concentreert? 

Klassikale vervolgvraag: Hoe zorgde je ervoor dat je niet afgeleid werd?

Conclusie: een goede focus, ofwel volgehouden gerichte aandacht, valt inderdaad te trainen. Je wordt er dus beter in naarmate je het meer doet! Dat betekent dus ook dat jij je nog veel beter kunt focussen dan je nu waarschijnlijk denkt. Je moet er alleen aan willen werken. 

Doe één ding tegelijk met volle aandacht
1
Meer focus:
Tips en Tricks!
Les 3
Hoe kun je 
beter focussen?
Gebruik een timer en werk in tijdsblokjes van 15-25 minuten, pauzeer tussendoor kort voor 5 minuten om je denkbrein even rust te gunnen
2
Gebruik focusmuziek of focusgeluiden, bijvoorbeeld een vaste playlist
3
Beweeg voordat je gaat leren: een verhoogde hartslag betekent een beter werkend denkbrein
4
Zorg dat je gezond eet en (ook tijdens het maken van huiswerk) veel water drinkt
5
Zorg voor een opgeruimde kamer en bureau (dat leidt minder af, maakt focussen makkelijker)
7
Focus op je lange-termijndoelen (school afronden, reizen, studeren) om je motivatie hoog te houden.
6

Slide 26 - Tekstslide

Deel Tips om gefocust te leren: In de vorige les hebben we al geleerd hoe we grip kunnen krijgen op ons mediagebruik zodat we niet te veel afgeleid worden. 

Nu hebben we het gehad over hoe je met meer focus je (huis)werk kunt doen. Naast de focusoefeningen (focus kun je trainen), geven wetenschappers ook nog deze 7 tips.
Probeer je bewust te zijn van momenten waarop je goed gefocust bent, of zelfs ‘in de flow’. Hoe kwam je in die staat? Heb je daar bewust iets aan gedaan of ging het vanzelf? 
1
Extra: 
Opdrachten voor thuis
Les 3
Hoe kun je 
beter focussen?
Probeer op momenten dat je juist afgeleid wordt, heel bewust je aandacht weer terug te richten op wat je eigenlijk moet doen. Hoe voelt het als dat lukt? 
3
Experimenteer met focusmuziek of focusgeluiden, via playlists (zoek op: ‘focus’, ‘concentration’, ‘game soundtrack focus’) of via de website www.mynoise.net.
2

Slide 27 - Tekstslide

Voor de docent:
Om met focus te oefenen, kun je opdrachten voor thuis geven. Niet te veel; beter is het om steeds te laten oefenen met één tip uit de Afronding, of één van de volgende opdrachten.
  • In de vorige les hebben we al geleerd hoe we grip kunnen krijgen op ons mediagebruik zodat we niet te veel afgeleid worden. Nu hebben we het gehad over hoe je met meer focus je (huis)werk kunt doen. 

  • Een goede focus, ofwel volgehouden gerichte aandacht, valt te trainen. Je wordt er dus beter in naarmate je het meer doet! Dat betekent dus ook dat jij je nog veel beter kunt focussen dan je nu waarschijnlijk denkt. Je moet er alleen aan willen werken. 

Samengevat
Les 3
Hoe kun je
beter focussen?

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aandacht: hersenproces dat ervoor zorgt dat we ons bewust kunnen concentreren op bepaalde dingen.

Cognitieve fitness: wetenschappelijk onderbouwde beweegmethode om het brein en lichaam gezond te houden.

Denkbrein: het bewuste deel van je hersens waarmee je focust. Het denkbrein kan maar met één ding tegelijk bezig zijn, kost veel energie en is traag.

Digitale balans: een goed evenwicht balans tussen offline- en online leven, zowel fysiek, mentaal als sociaal. 

Flow: een toestand waarin je moeiteloos langere tijd kunt focussen en alles voor je gevoel vanzelf gaat. In die toestand vliegt de tijd voorbij zonder dat het doorhebt, en het kost weinig energie.  






Woordenlijst
Les 3
Hoe kun je
beter focussen?

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Focus: volgehouden, gerichte aandacht.
Inhibitie: jezelf remmen, ofwel: het onderdrukken van een automatische reactie op een prikkel of impuls. Zo’n automatische reactie heet ook wel: respons. Inhibitie heet ook wel: impulscontrole.

Inhibitie: jezelf remmen, ofwel: het onderdrukken van een automatische reactie op een prikkel of impuls. Zo’n automatische reactie heet ook wel: respons. Inhibitie heet ook wel: impulscontrole.

Multitasken: de poging om twee of meer taken tegelijk te doen. Soms gaat dat goed samen en soms niet. Als twee taken dezelfde hersendelen (met name je denkbrein) nodig hebben, gaat dat niet goed samen. Je wordt moe, maakt fouten en doet overal langer over.







Woordenlijst
Les 3
Hoe kun je
beter focussen?

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Help ons de lessen verbeteren.

Slide 31 - Tekstslide

Help ons de lessen verbeteren.