cross

KP-3 Les 2

KOSTPRIJS
1 / 34
volgende
Slide 1: Tekstslide
Kostprijs 3Tertiary Education

In deze les zitten 34 slides, met tekstslides.

Onderdelen in deze les

KOSTPRIJS

Slide 1 - Tekstslide

Lesplanning

Slide 2 - Tekstslide

Inhoud 
Hoofdstuk 5
5.3 De kostprijsformule  opgave 9 t/m 12
5.4 Transactieresultaat, bezettingsresultaat en bedrijfsresultaat opgave 13, 14 en 16


Slide 3 - Tekstslide

5.3 De kostprijsformule

Slide 4 - Tekstslide

De kostprijsformule
Voor de aanvang van het productieproces moet de ondernemer de kostprijs van zijn producten kennen.

Vaak zal de de verkoopprijs op basis van die kostprijs worden bepaald.

Slide 5 - Tekstslide

Integrale kostencalculatie
De kostprijs van een product bestaat uit alle onvermijdbare kosten.

Integraal betekent dat zowel de vaste als variabele kosten in de kostprijsberekening worden meegenomen

Slide 6 - Tekstslide

Integrale kostprijs
De kostprijs die we bereken noemen we de integrale kostprijs.

Slide 7 - Tekstslide

Integrale kostprijs (Kp)
Berekenen aan de hand van een formule:
NC+WV

Slide 8 - Tekstslide

Voorbeeld 10 t/m 12
QAS

Slide 9 - Tekstslide

Opgave 9 t/m 12

Slide 10 - Tekstslide

Bezettingsraad (opgave 9)
De mate waarin de aanwezige capaciteit wordt benut.
(welk percentage van de productiecapaciteit wordt gebruikt):
  • Normale bezettingsraad (%)

  • Verwachte bezettingsraad(%)

  • Gemiddelde Constante kosten ($)


BestaandeCapaciteitNormaleProductie=
BestaandeCapaciteitVerwachteProductie
NormaleProductie(N)Constan(te)kosten(C)

Slide 11 - Tekstslide

Opgave 9
9a. Normale Bezettingsraad
25.500=  0.85 = 85%
30.000
9b. Verwachte Bezettingsraad
24.900 = 0.83 = 83%
30.000
 9c. Gemiddelde constante kosten
71.400= 2,80
25.500


Slide 12 - Tekstslide

Opgave 10
Bereken de Kostprijs



12 + 13= 25

NC+WV
12.000144.000+13.000169.000

Slide 13 - Tekstslide

Opgave 11
11a. Bereken Kostprijs 2003



55+25 =80
NC+WV
1.60088.000+1.70042.500

Slide 14 - Tekstslide

Opgave 11
11b. Bereken Kostprijs werkelijke productie van 1600 stuks
1.600x25 (Variabel 11a)= 40.000 



55+25= 80
Je ziet dat de V-kosten per product onveranderd blijven!




NC+WV
1.60088.000+1.60040.000

Slide 15 - Tekstslide

Opgave 12
12a. Bereken de kostprijs:




6 + 6,75=12,75

12b. Totale constante kosten blijft 30.000
Totale variabele: 4500 x  6,75= 30.375
NC+WV
5.00030.000+4.00027.000

Slide 16 - Tekstslide

Opgave 13
Bereken totale kosten van 5000 eenheden

Constante kosten: 70% van € 24.000= € 16.800
Variabele kosten: €24.000-€16.800= €7.200



16.800 + (5.000x € 1,80)= € 25.800




4.0007.200=1,80perproduct

Slide 17 - Tekstslide

5.4 Transactieresultaat, bezettingsresultaat en bedrijfsresultaat 

Slide 18 - Tekstslide

Transactieresultaat (voorbeeld 13)
Transactieresultaat =verkoopresultaat
 Het resultaat dat wordt behaald door de werkelijke (verwachte) afzet te vermenigvuldigen met de winst opslag per eenheid product.

Het verschil tussen de verkoopprijs en de inkoopprijs








Slide 19 - Tekstslide

Transactieresultaat(voorbeeld 13)
Transactieresultaat = verkoopresultaat​
Manier 1:
​Opbrengst verkopen – Kostprijs verkopen(Variabele kosten+constante kosten) = transactieresultaat​ ​ 
Stap 1: Omzet (opbrengst verkopen) verwachte productie x  verkoopprijs
Stap 2: Varialbele kosten ( Verwachte productie x Variabele kosten)
Stap 3: Constante kosten (Vast Bedrag)

Slide 20 - Tekstslide

Transactieresultaat (2 manieren)
Manier 2:Transactiewinst
Transactieresultaat = afzet (verwachte productie) x winst per product​
Stap 1: Kostprijs


Stap 2: Winst per product: Verkoopprijs (GEGEVEN) - kostprijs (STAP 1)

STAP 3: VERWACHTE WINST: afzet (verwachte productie  (GEGEVEN) ) x winst per product  (STAP2)


NC+WV

Slide 21 - Tekstslide

Verwachte winst (MANIER 1)

Omzet - (variabele kosten + constante kosten)

Het verschil tussen transactieresultaat en de verwachte winst wordt veroorzaakt  doordat de constante kosten gelijk blijven

Slide 22 - Tekstslide

Bezettingsresultaat
Als de werkelijke productie lager is dan de normale productie (bezetting) wordt er minder dan normaal gebruik gemaakt van de productie capaciteit van de onderneming
Bezettingsresultaat = (W-N) x C/N

W > N bezettingsresultaat = positief (bezettingswinst)
W < N bezettingsresultaat= negatief (bezettingsverlies)
W=N bezettingsresultaat = 0 NIHIL

Slide 23 - Tekstslide

Bedrijfsresultaat

Manier 1:

*Transactieresultaat 270.000
*Bezettingsresultaat 25.000 +/-
Bedrijfsresultaat 245.000

Bedrijfsresultaat

Manier 2:

Opbrengst Verkopen - (variabele kosten + constante kosten)

1.575.000 - (1.080.000 + 250.000)=
1.575.000 -1.330.000 = € 245.000


Slide 24 - Tekstslide

Opgave 14 en 16
Huiswerk 

Slide 25 - Tekstslide

Opgave 14
14a. Bereken Integrale kostprijs



€ 0,60 + € 1,15= € 1,75 voor één balpen

Verwachte productie = werkelijke productie
NC+WV
200.000120.000+180.000207.000

Slide 26 - Tekstslide

Opgave 14
14b. Verwachte bezettingsresultaat
(W-N) x C/N=

(180.000 - 200.000) x € 120.000/  200.000 = - 12.000
- 20.000 x € 0.60 = -12.000 verlies/ nadelig/ negatief

Nadelig (negatief) verlies bezettingsresultaat


Slide 27 - Tekstslide

Opgave 14
C. Bereken verwachte transactieresultaat

afzet (verwachte/werkelijke productie) x winst per product​ (verkoopprijs - kostprijs)

180.000 x (€ 2,50 - € 1,75 (14.a))=  € 135.000
180.000 x € 0.75 = € 135.000

Slide 28 - Tekstslide

Opgave 14
d. Verwachte bedrijfsresultaat:

Transactie Resultaat             €135.0000
Bezettingsresultaat               €.   12.000 - (negatief daardoor -)
Bedrijfsresultaat                      € 123.000 

Slide 29 - Tekstslide

Opgave 16
A. Bereken de totale kosten voor 2003

Variabele Kosten € 13.200 x 110% (100%+10%)= € 14.520


Verwachte productie in 2003 = 2400 eenheden
2.400 x € 6,60= € 15.840


2.20014.520=6,60
NC+WV

Slide 30 - Tekstslide

Opgave 16
Constante kosten € 10.000 x 105% (100% + 5%) = € 10.500 

Totale Kosten: € 10.500 + € 15.840= €26.340

B. Kostprijs voor een product.
2.00010.500=(5,25+6,60)11,85
NC+WV

Slide 31 - Tekstslide

Opgave 16
C1. Bezettingsresultaat 2003
Bezettingsresultaat = (W-N) x C/N
(2.200-2.000) x € 5,25= € 1.050


C2. Doordat er meer dan normaal gebruikt is gemaakt van de normale productie capaciteit.
2.00010.500=5,25

Slide 32 - Tekstslide

Opgave 16
D1. Bij een werkelijke bezetting van 2.000 eenheden zou er geen bezettingsresultaat zijn geweest (2.000-2.000 =0 X €5,25= € 0).

D2. Werkelijke bezetting van 1.700 eenheden onstaat een bezettingsverlies
(1.700-2.000) x € 5,25 = € -1.575 Verlies

(W-N) x C/N

Slide 33 - Tekstslide

The end!

Slide 34 - Tekstslide