Formative Grammar - Genitive 's H3C 0103

Today's class
Start unit 5: Forever young!

Explanation on grammar 2.1: van wie of wat iets is: genetive TB. p. 83

Do: ex. 17 WB. p. 98
1 / 29
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Today's class
Start unit 5: Forever young!

Explanation on grammar 2.1: van wie of wat iets is: genetive TB. p. 83

Do: ex. 17 WB. p. 98

Slide 1 - Tekstslide

Genitive 's of s' of 'of'

Slide 2 - Tekstslide

Wat is de Genitive 's/'of'?
De genitive ('s of s') geeft bezit aan. Je gebruikt de genitive bij:
- Personen
- woorden die te maken hebben met tijd en afstand
- Plaatsen
 

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Practice
Do: ex. 17 WB. p. 98

Slide 6 - Tekstslide

1. Could you please take this tent to (het huis van Tim en Becky)?

Slide 7 - Open vraag

2. He bought some sleeping pills (bij de drogist).

Slide 8 - Open vraag

3. I almost fell asleep during (het praatje van Anna).

Slide 9 - Open vraag

4. They're having a sleepover party (bij Jennifer).

Slide 10 - Open vraag

5. I don't want my problem to become (het probleem van mijn ouders).

Slide 11 - Open vraag

6. I like (het logo van Barcelona) on your shirt.

Slide 12 - Open vraag

6. I like (het logo van Barcelona) on your shirt.

Slide 13 - Open vraag

7. Is this sleeping bag yours or (van je zus)?

Slide 14 - Open vraag

8. We usually have (een vakantie van zes weken) in summer!

Slide 15 - Open vraag

Practice
Hierna volgen oefeningen. Maak een genitive van de woorden tussen haakjes. Als antwoord geef je alleen de genitive, niet de hele zin. 

Slide 16 - Tekstslide

They visited the (palace/queen) ____.

Slide 17 - Open vraag

Excuse me, can you tell me where the (department/children) ____ is?

Slide 18 - Open vraag

The (bikes/boys) ____ looked pretty new.

Slide 19 - Open vraag

(parents/my friend) ____ are both teachers.

Slide 20 - Open vraag

The colour of (bike/my daughter) ____ is pink.

Slide 21 - Open vraag

(friend/Jess) ____ is also a teacher.

Slide 22 - Open vraag

Let’s go to (John) ____ .

Slide 23 - Open vraag

'Joy' is the (name/the school)______.

Slide 24 - Open vraag

These are the (pencils/boys)____.

Slide 25 - Open vraag

(Sisters/Peter)____ are twelve years old.

Slide 26 - Open vraag

I need some bread, could you get one at the (baker)___.

Slide 27 - Open vraag

Her office is at the (top/the building)_____

Slide 28 - Open vraag

Einde van de oefening
Controleer hoeveel fouten je had (zonder spel/hoofdletter fouten) en besluit aan de hand hiervan of je naar de extra uitleg gaat of niet. 

Slide 29 - Tekstslide