14.1 Werken met hefbomen

Startopdracht
Pak je chromebook in log in op de les.
1 / 35
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolvmbo g, tLeerjaar 4

In deze les zitten 35 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Startopdracht
Pak je chromebook in log in op de les.

Slide 1 - Tekstslide

Waar wil je na de oefentoets van H11 nog meer uitleg over hebben?
Fossiele brandstoffen
Rendement
Bewegingsenergie
Zwaarte-energie
Ez = Eb
Het energielabel
Helemaal niets. Ik snap alles

Slide 2 - Poll

Over welke onderwerpen van H11 wil je nog meer uitleg?
Kies uit: 1 Fossiele brandstoffen, 2. Rendement, 3. Bewegingsenergie, 4. Zwaarte-energie, 5. Ez = Eb en energielabel, 6. Helemaal niets

Slide 3 - Open vraag

Noteer drie soorten krachten.

Slide 4 - Open vraag

Vul in: Met een flessenopener kun je gemakkelijk een kroonkurk van een fles afhalen. De flessenopener werkt daarbij als een hefboom. De kracht die via de hefboom op de kroonkurk wordt uitgeoefend is de:
A
lastkracht
B
werkkracht
C
lastarm
D
werkarm

Slide 5 - Quizvraag

Op een voorwerp van 5 kg werkt de zwaartekracht.
Hoe groot is de zwaartekracht?
A
0,5 N
B
5 N
C
50 N
D
5000 N

Slide 6 - Quizvraag

Kris heeft een gewicht van 2 kg aan een touw opgehangen.


Welke kracht zorgt ervoor dat het gewicht niet naar beneden valt?
A
veerkracht
B
zwaartekracht
C
normaalkracht
D
spankracht

Slide 7 - Quizvraag

Je zit op een schommel die aan twee touwen hangt.


Welke kracht trekt de schommel en jou naar beneden?
A
spankracht
B
veerkracht
C
spierkracht
D
zwaartekracht

Slide 8 - Quizvraag

In de figuur zie je een klauwhamer waarmee een spijker uit een plank wordt getrokken.


Waar bevindt zich het draaipunt van deze hefboom?
A
bestaat niet
B
B
C
C
D
D

Slide 9 - Quizvraag

Hans wil een kracht van 30 N tekenen met krachtenschaal: 1 cm ≙ 20 N.
Hoe lang wordt de pijl dan?
A
0,66 cm
B
1,5 cm
C
20 cm
D
30 cm

Slide 10 - Quizvraag

Hans heeft een massa van 56 kg.
Hoe groot is de zwaartekracht op Hans?

Slide 11 - Open vraag

Slide 12 - Video

Een eenvoudige hefboom
Een hefboom vergroot je kracht.
Een hefboom heeft altijd een draaipunt.







Slide 13 - Tekstslide

14.1 Werken met hefbomen
Je kunt uitleggen wat een moment is en hoe het ontstaat.
Je kunt rekenen met kracht, arm en moment.
Je kunt uitleggen hoe een hefboom werkt en wanneer deze in evenwicht is.

Slide 14 - Tekstslide

Moment = Kracht x Arm

  • Een moment vertelt hoe goed een kracht iets kan laten draaien.
  • De arm is de afstand tussen het draaipunt en de plek waar de kracht werkt. Hoe groter de arm, hoe makkelijker iets draait.

Slide 15 - Tekstslide

Moment van kracht

Slide 16 - Tekstslide

Oefensom (blz 131)
Bereken het moment van deze momentsleutel.
Denk aan: formule, berekening, antwoord met eenheid
timer
3:00

Slide 17 - Tekstslide

Momentenwet
Dubbele hefboom

Slide 18 - Tekstslide

Momentenwet

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Link

1: massa's omrekenen naar kg

Slide 21 - Tekstslide

Momentenwet

Slide 22 - Tekstslide

Oefensom: Bereken F2 (blz 131)
Dubbele hefboom
F1 =
F2 = ?
l 1 =
l 2 =
timer
3:00

Slide 23 - Tekstslide

Oplossing Bereken F2 (blz 131)
M1 = M2
F1 x l1 = F2 x l2
1 x 12 =  F2 x 3
12 = F2 x 3
F2 = 12 : 3 = 4N

Slide 24 - Tekstslide

Oefensom: Bereken L2 via 
de momentenwet
timer
3:00

Slide 25 - Tekstslide

Huiswerk 14.1 Vraag 1 t/m 6
Waar wil je nog extra uitleg over?
A
Wat een moment is en hoe het ontstaat.
B
Rekenen met kracht, arm en moment (M=Fxl)
C
Hefbomen in evenwicht (M1 = M2)
D
Nergens over. Ik snap het wel.

Slide 26 - Quizvraag

Slide 27 - Video

Slide 28 - Video

Hoe bereken je het moment?

Slide 29 - Open vraag

Bereken het moment van een kracht van 950 N op een afstand van 45 cm

Slide 30 - Open vraag

De arm van een kracht van 20 N is 5,2 meter.
Bereken het moment.

Slide 31 - Open vraag


Bereken hoe groot kracht 2 is voor evenwicht 
timer
3:00

Slide 32 - Open vraag

Bereken het moment wat het massablok uitoefent.

Slide 33 - Open vraag

Bereken of deze hefboom in evenwicht is.

Slide 34 - Open vraag

Bereken het moment in D:

Slide 35 - Open vraag