VORM · SYMFONIE EN SONATE
EXAMENTRAINING
Symfonie en sonatevorm: zo pak je examenvragen aan
VORM · SYMFONIE EN SONATE
EXAMENTRAINING
Symfonie en sonatevorm: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: SintaBerzins / Wikimedia Commons, CC0
♪ VORM · SYMFONIE EN SONATE
WAT GA JE KUNNEN?
Ik kan bij een luisterfragment of beschrijving het onderdeel van de hoofdvorm noemen en een contrast vaststellen.
Deze slide heeft geen instructies
♪ VORM · SYMFONIE EN SONATE
ZO PAK JE EEN EXAMENVRAAG AAN
1. Lees: wat voor deel is het, en wat wordt er gevraagd?
2. Luister: let op tempo, hard of zacht, majeur of mineur en wie er speelt.
3. Koppel: welk onderdeel of welk contrast past bij wat je hoort?
4. Controleer: kan een ander antwoord ook kloppen? Kies het antwoord dat bij alle kenmerken past.
Deze slide heeft geen instructies
Wolfgang Amadeus Mozart, onvoltooid portret door Joseph Lange, rond 1782
♪ VORM · SYMFONIE EN SONATE
VRAAGTYPE 1: ONDERDELEN VAN DE HOOFDVORM
Je krijgt een beschrijving van een onderdeel en noemt de naam.
Thema I, overgangszin en thema II horen bij de expositie.
Terugkeer in de beginstoonsoort wijst op de reprise.
Image credit: Joseph Lange / Wikimedia Commons, publiek domein
Een deel heeft thema I, een overgangszin en thema II. Welk onderdeel is dit?
De expositie
De doorwerking
De reprise
De coda
Thema I, overgangszin en thema II vormen samen de expositie. Wie reprise kiest, denkt aan thema I en II zonder te letten op de overgangszin.
Thema I keert terug, thema II volgt in de beginstoonsoort. Welk onderdeel?
De expositie
De doorwerking
De coda
De reprise
In de reprise keren de thema's terug en staat thema II in de beginstoonsoort. Wie expositie kiest, vergeet dat thema II in de expositie in een andere toonsoort staat.
♪ VORM · SYMFONIE EN SONATE
VRAAGTYPE 2: TOONSOORTEN
Je koppelt de toonsoort van thema II aan het onderdeel.
Bij een mineurdeel staat thema II in de expositie in de parallelle majeur.
In de reprise staat thema II in de beginstoonsoort.
Deze slide heeft geen instructies
In welke toonsoort staat thema II in de expositie van een deel in g-mineur?
g-mineur, de beginstoonsoort
Bes-majeur, de parallelle majeur
D-majeur, een kwint hoger
Es-majeur, een kwart hoger
Bij een mineurdeel staat thema II in de expositie in de parallelle majeur: voor g-mineur is dat Bes-majeur. Verwachte fout: D-majeur kiezen uit gewoonte voor een kwint hoger bij een majeurdeel.
Welke toonsoort heeft thema II in de reprise?
Een goed antwoord: dezelfde toonsoort als thema I, de beginstoonsoort. Verwachte fout: de toonsoort uit de expositie noemen.
Ludwig van Beethoven, geschilderd door Joseph Karl Stieler, 1820
♪ VORM · SYMFONIE EN SONATE
VRAAGTYPE 3: CONTRAST IN EEN LUISTERFRAGMENT
Je hoort een fragment en benoemt het contrast.
Let op tempo, volume, toonsoort en bezetting.
Kies het contrast dat je echt kunt horen.
Image credit: Joseph Karl Stieler / Wikimedia Commons, publiek domein
Video: Mozart: Symfonie nr. 40 in g-mineur, K. 550, II. Andante (kanaal: English Baroque Soloists - Topic). Leerlingen horen het begin van het tweede deel: rustig, in een kalm tempo, met zachte strijkers. Het eerste deel van deze symfonie is juist snel (molto allegro). Goede antwoord: het tempo is duidelijk langzamer dan in het eerste deel. Verwachte fout: kiezen voor sneller, omdat de noten in de begeleiding kort zijn.
Het eerste deel van deze symfonie is snel. Wat hoor je in dit tweede deel?
Het tempo is duidelijk langzamer dan in het eerste deel
Het tempo is duidelijk sneller dan in het eerste deel
Het tempo is even snel, alleen de toonsoort verschilt
Het tempo wisselt steeds tussen snel en langzaam
Het tweede deel is een langzaam deel: contrast snel-langzaam met het eerste deel. Wie sneller kiest, laat zich leiden door de korte noten in de begeleiding.
Video: Beethoven: Symfonie nr. 3 in Es-majeur, op. 55 (Eroica), I. Allegro con brio (kanaal: Herbert von Karajan). Leerlingen horen twee luide akkoorden van het hele orkest, daarna volgt zacht het eerste thema in de cello's. Goede antwoord: hard tegenover zacht. Verwachte fout: majeur-mineur kiezen. Het hele fragment staat in dezelfde majeurtoonsoort, er is geen wisseling van majeur naar mineur.
Welk contrast hoor je tussen het begin en het thema dat daarop volgt?
Majeur tegenover mineur
Snel tegenover langzaam
Hard tegenover zacht
Solo tegenover tutti
Eerst klinken twee luide akkoorden, daarna zacht het thema. Majeur-mineur klopt niet: het hele fragment blijft in dezelfde majeurtoonsoort.
♪ VORM · SYMFONIE EN SONATE
VRAAGTYPE 4: DE HOOFDVORM VOLGEN
Je luistert naar het begin van een deel en bepaalt het onderdeel.
De overgangszin en de verbindingszin lijken op elkaar.
Alleen de overgangszin verandert van toonsoort.
Deze slide heeft geen instructies
Video: Mozart: Symfonie nr. 40 in g-mineur, K. 550, I. Molto allegro (kanaal: Nikolaus Harnoncourt - Topic). Leerlingen horen het begin van het eerste deel: een zacht, onrustig thema in mineur. Goede antwoord: expositie, thema I in mineur. Verwachte fout: majeur kiezen omdat het thema vlot en melodieus klinkt; het akkoordkarakter is mineur.
Je hoort het begin van het eerste deel. Wat klopt bij dit fragment?
Expositie: thema I in majeur
Expositie: thema I in mineur
Doorwerking: de thema's worden bewerkt
Coda: het deel wordt afgesloten
Het deel begint met thema I in mineur: de expositie. Verwachte fout: majeur kiezen omdat het thema vlot loopt; luister naar het akkoordkarakter.
Wat is het verschil tussen de overgangszin en de verbindingszin?
De overgangszin klinkt harder, de verbindingszin zachter
De overgangszin staat na thema II, de verbindingszin ervoor
De overgangszin wordt solo gespeeld, de andere door het orkest
De overgangszin verandert van toonsoort, de verbindingszin niet
De overgangszin in de expositie leidt naar een andere toonsoort, de verbindingszin in de reprise blijft in de beginstoonsoort. De andere opties noemen kenmerken die niet bij deze onderdelen horen.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Onderdelen van de hoofdvorm
Toonsoorten in de hoofdvorm
Contrast in een luisterfragment
De hoofdvorm volgen
Gebruik de uitslag om te bepalen welk vraagtype je klassikaal nog een keer oefent.
♪ VORM · SYMFONIE EN SONATE
TIPS VOOR OP HET EXAMEN
Bij een luisterfragment: bepaal eerst tempo en volume, daarna majeur of mineur.
Het begin van het eerste deel is vrijwel altijd de expositie, de terugkeer van thema I is de reprise.
Twijfel je tussen twee onderdelen? Let op de toonsoort van thema II.
Een contrast kies je alleen als je het echt hoort, niet omdat het bij het stuk past.
Deze slide heeft geen instructies