Symfonie en sonatevorm (Muziek vwo), les 2: Examentraining

VORM · SYMFONIE EN SONATE

EXAMENTRAINING

Symfonie en sonatevorm: zo pak je examenvragen aan

1 / 20
volgende
Slide 1: Slide
newEditorMuziekMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Introductie

Examentraining symfonie en hoofdvorm voor vwo: onderdelen benoemen, toonsoorten en contrast, analyseren met partituurgegevens en contrastwerking vaststellen, met stappenplan, 8 vragen waarvan 3 luistervragen en tips.

Onderdelen in deze les

VORM · SYMFONIE EN SONATE

EXAMENTRAINING

Symfonie en sonatevorm: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: SintaBerzins / Wikimedia Commons, CC0

♪ VORM · SYMFONIE EN SONATE

WAT GA JE KUNNEN?

Ik kan een hoofdvorm analyseren aan de hand van een luisterfragment of partituurgegevens en contrastwerking vaststellen.

Deze slide heeft geen instructies

♪ VORM · SYMFONIE EN SONATE

ZO PAK JE EEN EXAMENVRAAG AAN

  • 1. Lees: welke gegevens krijg je: een fragment, een maatnummer, een toonsoort of een tempo?

  • 2. Luister of lees: let op tempo, toonaard, bezetting en thema-inzetten.

  • 3. Plaats: zet de gegevens op de plek in de hoofdvorm waar ze horen.

  • 4. Controleer: klopt de toonsoortplanning met de regels voor expositie en reprise?

Deze slide heeft geen instructies

Joseph Haydn, geschilderd door Thomas Hardy, 1792

♪ VORM · SYMFONIE EN SONATE

VRAAGTYPE 1: ONDERDELEN BENOEMEN

  • Je hoort het begin van een deel en benoemt het onderdeel.

  • Een langzaam begin vóór de expositie is de inleiding.

  • Let op: een slotgroep staat aan het eind van de expositie en de reprise.

Image credit: Thomas Hardy / Wikimedia Commons, publiek domein

Video: Beethoven: Symfonie nr. 7 in A-majeur, op. 92, I. Poco sostenuto - Vivace (kanaal: Gunter Wand - Topic). Leerlingen horen het begin van het eerste deel: een langzame, plechtige inleiding met luide akkoorden en lange noten. Het snelle Vivace met thema I volgt pas daarna. Goede antwoord: de inleiding. Verwachte fout: thema I kiezen omdat elk deel met een thema lijkt te beginnen.

Dit is het begin van het eerste deel van een symfonie. Welk onderdeel hoor je?

A

De inleiding

B

Thema I van de expositie

C

De doorwerking

D

De coda

De langzame, plechtige muziek vóór het snelle Vivace is de inleiding. Verwachte fout: thema I kiezen omdat de muziek meteen met een duidelijke melodie begint.

Welk onderdeel bewerkt thema-onderdelen uit de expositie en moduleert veel?

A

De slotgroep

B

De verbindingszin

C

De inleiding

D

De doorwerking

De doorwerking is het bewerkingsdeel van de hoofdvorm. Wie verbindingszin kiest, denkt aan modulatie maar vergeet dat de verbindingszin in de beginstoonsoort blijft.

♪ VORM · SYMFONIE EN SONATE

VRAAGTYPE 2: TOONSOORTEN EN CONTRAST

  • Je koppelt de toonsoort aan thema II en benoemt het contrast.

  • Bij mineur staat thema II in de parallelle majeur, bij majeur in de dominant.

  • De wisseling van toonsoort is zelf een contrast.

Deze slide heeft geen instructies

Video: Beethoven: Symfonie nr. 5 in c-mineur, op. 67, I. Allegro con brio (kanaal: Eugen Jochum - Topic). Leerlingen horen het openingsmotief van het eerste deel in c-mineur. Het deel staat in mineur, dus thema II staat in de expositie in de parallelle majeur, Es-majeur. Goede antwoord: de parallelle majeur. Verwachte fout: dezelfde toonsoort kiezen, omdat thema I zo overheersend klinkt.

Dit deel staat in c-mineur. Waar staat thema II in de expositie?

A

In dezelfde toonsoort als thema I

B

In de parallelle majeur

C

In de tonica-majeur, C-majeur

D

In de dominant-majeur, G-majeur

Bij een mineurdeel staat thema II in de parallelle majeur: Es-majeur. Verwachte fout: G-majeur kiezen omdat de dominant bij majeurdelen zo gebruikelijk is.

Thema I staat in c-mineur, thema II in Es-majeur. Welk contrast is dit?

A

Mineur tegenover majeur

B

Tonica tegenover dominant

C

Snel tegenover langzaam

D

Tutti tegenover solo

Het verschil zit in de toonaard: mineur-majeur. Tonica-dominant past bij een majeurdeel, waar thema II een kwint hoger staat.

♪ VORM · SYMFONIE EN SONATE

VRAAGTYPE 3: ANALYSEREN MET EEN PARTITUUR

  • Je krijgt gegevens uit een partituur en bepaalt het onderdeel.

  • Gebruik tempo-aanduidingen, maatnummers en toonsoorten.

  • Zet de onderdelen op de volgorde waarin ze klinken.

Deze slide heeft geen instructies

Maat 1 is Adagio, maat 17 is Allegro. Wat zijn maat 1 tot en met 16?

A

De expositie

B

De coda

C

De inleiding

D

De doorwerking

Een langzaam begin dat overgaat in een snel deel is de inleiding. De expositie begint bij het Allegro in maat 17.

Zet deze gegevens op de volgorde waarin ze klinken

1

Thema I in D-majeur

2

Thema I terug in D-majeur

3

Adagio in D-majeur

4

Thema II in A-majeur

5

Coda in D-majeur

Volgorde: inleiding, thema I, thema II in de dominant, thema I in de reprise, coda. Fout: de terugkeer van thema I voor thema II zetten.

Ludwig van Beethoven, geschilderd door Joseph Karl Stieler, 1820

♪ VORM · SYMFONIE EN SONATE

VRAAGTYPE 4: CONTRASTWERKING VASTSTELLEN

  • Je kiest uit de lijst het contrast dat in het fragment klinkt.

  • Let ook op unisono tegenover meerstemmigheid en homofoon tegenover polyfoon.

  • Kies alleen wat je kunt vaststellen in het fragment.

Image credit: Joseph Karl Stieler / Wikimedia Commons, publiek domein

Video: Beethoven: Symfonie nr. 3 in Es-majeur, op. 55 (Eroica), I. Allegro con brio (kanaal: David Zinman - Topic). Leerlingen horen twee luide akkoorden van het hele orkest, daarna zacht het eerste thema in de cello's. Goede antwoord: hard tegenover zacht. Verwachte fout: majeur-mineur kiezen. Het fragment blijft in dezelfde majeurtoonsoort.

Welk contrast hoor je tussen het begin en het thema dat daarop volgt?

A

Majeur tegenover mineur

B

Hard tegenover zacht

C

Snel tegenover langzaam

D

Solo tegenover tutti

Eerst klinken twee luide akkoorden, daarna zacht het thema in de cello's. Majeur-mineur klopt niet: het hele fragment blijft in dezelfde majeurtoonsoort.

Alle strijkers spelen dezelfde noten, daarna klinkt een akkoord. Welk contrast?

A

Homofoon tegenover polyfoon

B

Blazers tegenover strijkers

C

Tonica tegenover dominant

D

Unisono tegenover meerstemmigheid

Eerst spelen alle instrumenten dezelfde noten (unisono), daarna verschillende noten tegelijk (meerstemmigheid). Verwachte fout: homofoon-polyfoon kiezen; dat gaat over de structuur van de stemmen.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Onderdelen benoemen

2

Toonsoorten en contrast

3

Analyseren met een partituur

4

Contrastwerking vaststellen

Gebruik de uitslag om te bepalen welk vraagtype je klassikaal nog een keer oefent.

♪ VORM · SYMFONIE EN SONATE

TIPS VOOR OP HET EXAMEN

  • Begint een deel langzaam, denk dan eerst aan een inleiding.

  • Bij partituurgegevens: zoek de tempowisseling en de toonsoort van thema II.

  • In de reprise staat thema II in de beginstoonsoort, dat is je beste controle.

  • Twijfel je tussen twee contrasten? Kies het contrast dat je in het fragment echt kunt horen.

Deze slide heeft geen instructies