HAVO4 - Criminaliteit en opsporing

Criminaliteit en opsporing
1 / 31
volgende
Slide 1: Tekstslide
maatschappijleerVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 1

In deze les zitten 31 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Criminaliteit en opsporing

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat weet je al van Ridouan Taghi
of het Marengo-proces?

Slide 2 - Woordweb

Leerdoel: De leerling kan vertellen wat hij al weet over Ridouan Taghi en het Marengo-proces 

Wat ik doe: Ik vraag de leerlingen om via hun telefoon aan te geven wat zij al weten over RT of het Marengo Proces. Ik behandel vervolgens de antwoorden en vorm voor mezelf een beeld van wat zij al weten over dit proces.

Slide 3 - Tekstslide

Wat ik doe: Ik vertel dat dit Ridouan Taghi  is, de man die de komende lessen centraal zal staan, direct of indirect. Hij is de grootste verdachte uit het Marengo-proces. Een hele ingewikkelde zaak en dat is nog niet eens de enige zaak waar hij in betrokken is. Zie volgende slide.

Slide 4 - Link


Wat ik doe:
Ik kijk met de leerlingen naar het web van zaken en mensen van de NOS. Dit maakt duidelijk dat het Marengo-proces op zichzelf al een hele ingewikkelde zaak is, maar dat Taghi met veel meer zaken en verdachten is verbonden. Zie volgende dia.

Slide 5 - Tekstslide

Wat ik doe: Daarom heeft de advocaat van Taghi ook het verzoek gedaan om zijn zaak los te koppelen van het Marengo-proces. Net als Koper, is Marengo een willekeurig gekozen woord door de computer, zodat de zaak een neutrale naam heeft. 
Strafrecht
Blinddoek
Weegschaal



Zwaard

Slide 6 - Tekstslide

Wat ik doe: Ik leg uit dat we het de komende twee weken gaan hebben over strafrecht. Strafrecht gaat over welk gedrag strafbaar is en daarnaast over de opsporing en berechting van deze strafbare feiten. Deze les kijken we naar de opsporing. Volgende les gaan we ons focussen op de berechting. 

Ik vraag wat de leerlingen denken dat de betekenis is van de blinddoek, weegschaal en zwaard van het beeld van Vrouwe Justitia. 

Blinddoek: Oordelen zonder aanziens des persoons.
Weegschaal: De rechter moet de argumenten van beide partijen afwegen.
Zwaard: De rechter bepaalt het vonnis. 
Misdrijf
  • "Ernstig strafbare feiten"
  • Maximaal: Levenslang
  • Wel een strafblad
  • Crimineel

Slide 7 - Tekstslide

Leerdoel: De leerling kan het verschil uitleggen tussen een misdrijf en een overtreding. 

Wat ik doe: Ik leg uit dat Ridouan Taghi verdacht wordt van een misdrijf. We spreken van een misdrijf als er sprake is van ernstig strafbare feiten, zoals moord, verkrachting, diefstal of mishandeling, maar ook rijden onder invloed en hacken. De maximale straf voor een misdrijf is levenslang. Ook krijg je altijd een strafblad. Wanneer je wordt veroordeeld voor een misdrijf, ben je een crimineel. Onder criminaliteit verstaan we alle misdrijven die in de wet staan.
Overtreding
  • "Minder ernstige strafbare feiten"
  • Maximaal: een jaar
  • Wel/niet een strafblad
  • Wetboek van Strafrecht

Slide 8 - Tekstslide

Leerdoel: De leerling kan het verschil uitleggen tussen een misdrijf en een overtreding. 

Wat ik doe: Ik leg uit dat we van een overtreding spreken als er sprake is van minder ernstige strafbare feiten. Hierbij moet je denken aan fietsen zonder licht, wildplassen of vandalisme. De maximale straf hiervoor is een jaar gevangenisstraf. Of je een strafblad krijgt is afhankelijk van het strafbare feit en de hoogte van de straf. 
De meeste overtredingen en misdrijven staan in het Wetboek van Strafrecht. 
1

Slide 9 - Video


Wat ik doe: Ik toon een video over de aanhouding van de neef van Taghi. Na 13 seconde stopt deze en gaat de video over in een vraag.
00:13
Waarom is de advocaat van Taghi opgepakt?
A
Verdenking voor deelname aan criminele organisatie.
B
De advocaat is de 'boodschapper' van Taghi.
C
Er was een afspraak over een uitbraakpoging.
D
Ze communiceerden door papiertjes met tekst omhoog te houden.

Slide 10 - Quizvraag

Leerdoel: De leerlingen kan vertellen wat hij weet over de aanhouding van de neef van Taghi.

Wat ik doe: Ik behandel de vraag over Taghi en kijk daarna de video af. 
Vul in: de neef van Taghi is op het moment een...
B
Verdachte: Er bestaat er redelijk vermoeden van schuld
A
Onschuldvermoeden: Je bent onschuldig, totdat de rechter heeft vastgesteld dat het tegendeel is bewezen.
A
Crimineel
B
Verdachte
C
Beide
D
Geen van beide

Slide 11 - Quizvraag

Wat ik doe: Ik leg ze een vraag voor over de rol die de neef van Taghi op het moment bekleedt. Het goede antwoord is natuurlijk verdachte. Want er is op het moment een redelijk vermoeden van schuld (zie Punaise, B). Hij is geen crimineel, want in Nederland kennen we het onschuldvermoeden: je bent onschuldig totdat de rechter heeft vastgesteld dat het tegendeel is bewezen (zie vraagteken, A).
Misdrijven opsporen
1. Politie
Sporenonderzoek
Getuigen en slachtoffers horen
Verdachten aanhouden
Proces-verbaal maken
2. Officier van Justitie
Seponeren
Transactie of strafbeschikking
vervolgen

Slide 12 - Tekstslide

Leerdoel: De leerling kan beschrijven volgens welk vast patroon de procedure loopt, wanneer er een misdrijf is gepleegd, door de rol van de politie en de officieer van justitie te bepalen.

Wat ik doe: Ik leg uit dat de politie al een langere tijd onderzoek deed naar de neef van Taghi, omdat de verdenking ontstond dat de neef zijn positie als advocaat misbruikte. Vanaf toen was de neef verdachte. Omdat er een redelijk vermoeden van schuld bestond, mocht de politie gebruik maken van dwangmiddelen. Dat zijn de opsporingsbevoegdheden van de politie. In een onderzoek hoort de politie getuigen, zoeken ze naar sporen, houden ze de verdachte aan (de neef van Taghi) en houden ze alles netjes bij in een proces-verbaal. De officier van Justitie heeft de leiding over een onderzoek. Die controleert of alles zorgvuldig en eerlijk verloopt. 

Na afronding van het onderzoek bepaalt de officier van Justitie hoe de zaak verder gaat: seponeren, de zaak zelf af doen of vervolgen. Alle officieren van Justitie werken voor het openbaar ministerie (OM). Dat zijn de openbare aanklagers, ofwel zij klagen voor ons (de samenleving) criminelen aan. 


Dwangmiddelen
  • "De opsporingsbevoegdheden van de politie"
  • Er is een verdachte: redelijk vermoeden dat de wet wordt overtreden


Slide 13 - Tekstslide

Wat ik doe: Ik leg uit dat de politie gebruik mag maken van dwangmiddelen. Dat is een ander woord voor hun opsporingsbevoegdheden. Dat mag enkel wanneer er sprake is van een redelijke vermoeden dat de wet wordt overtreden. Denk bijvoorbeeld aan een situatie dat de politie ziet dat jij iets uit de winkel steelt. 

De politie ziet dat jij de winkel uitrent zonder te betalen. Mag de politie bij jou thuis komen zoeken naar de boodschappen?
A
Ja, ik ben tenslotte verdachte.
B
Ja, ik ben tenslotte crimineel.
C
Ja, de politie mag altijd een huis binnengaan.
D
Nee, ze mogen niet binnenkomen.

Slide 14 - Quizvraag

Leerdoel: De leerling kan uitleggen wanneer de politie gebruik mag maken van dwangmiddelen en wanneer er eerst toestemming van de rechter-commissaris moet worden gevraagd. 

Wat ik doe: In dit geval heeft de politie gezien dat jij de winkel uitrent zonder te betalen. Ze achtervolgen jou en zien je je huis binnengaan. Mogen ze nu binnenkomen om te zoeken naar de boodschappen?
Bijzondere dwangmiddelen
       Huiszoeking              Afluisteren        Preventief fouilleren




             Langer dan 9 uur                               Infiltreren 

Slide 15 - Tekstslide

Leerdoel: De leerling kan uitleggen wanneer de politie gebruik mag maken van dwangmiddelen en wanneer er eerst toestemming van de rechter-commissaris of officier van justitie moet worden gevraagd. 

Wat ik doe: Ik leg uit dat wanneer de grondrechten van mensen ernstig worden aangetast, de politie om toestemming moet vragen aan de officier van justitie of rechter-commissaris voor het gebruik van bepaalde dwangmiddelen. Dit sluit aan bij de voorwaarde van de rechtsstaat dat de grondrechten zijn vastgelegd in de Grondwet. Je mag deze dus niet zomaar schenden. Voorbeelden hiervan zijn: het binnengaan van een woning (enkel als er een vermoeden is dat er iets heel ergs aan de hand is), afluisteren van telefoongesprekken en het aftappen van internetverkeer, preventief fouilleren (enkel bij veiligheidsrisicogebieden), een verdachte langer dan negen uur vasthouden (officier van justitie kan twee keer drie dagen verlengen), infiltratie (waarbij uitlokken verboden is). 


Slide 16 - Tekstslide

Wat ik doe: Ik leg uit dat ook in het geval van de zaak van de neef van Taghi gebruik is gemaakt van bijzondere opsporingsbevoegdheden. In dit geval is de advocaat afgeluisterd, iets wat normaal gesproken absoluut niet mag. 
Beginselen van de rechtsstaat
  • Grondrechten zijn vastgelegd in de grondwet
  • Scheiding van de machten
  • Legaliteitsbeginsel 

Slide 17 - Tekstslide

Leerdoel: De leerling kan uitleggen dat de inrichting van het strafproces aansluit bij de 3 voorwaarde voor een rechtsstaat. 

Wat ik doe: Ik leg uit dat ook de inrichting van het strafrechtproces laat zien dat we een rechtsstaat zijn. 
In de eerste plaats heeft iedereen recht op een advocaat, waar we verder op ingaan in de volgende les. Dit is een grondrecht wat je hebt. Deze advocaat controleert namelijk of alles netjes volgens de regels wordt gedaan door de politie en justitie. Die regels zijn niet gemaakt door politie en justitie, maar door de wetgevende macht. De rechter moet vervolgens toetsen of alles eerlijk is verlopen of dat er fouten zijn gemaakt. Op die manier is er scheiding van de machten. De politie mag namelijk dus niet zomaar alles doen voor opsporing, vooral niet als je grondrechten worden geschonden, dan hebben ze toestemming nodig. Dit sluit aan bij het legaliteitsbeginsel: al het overheidshandelen moet een wettelijke basis hebben. 
Wat kan de officier van Justitie doen na afronding van het onderzoek?
A
Seponeren, transactie of vervolgen
B
Seponeren, transactie of proces-verbaal opmaken
C
Seponeren, aanhouden of vervolgen
D
Transactie, vervolgen of aanhouden

Slide 18 - Quizvraag

Leerdoel: De leerling kan de drie mogelijke vervolgstappen van de officier van justitie na afronding van het opsporingsonderzoek onderscheiden. 

Wat ik doe: Ik leg ze deze vraag voor om te herhalen welke mogelijke vervolgstappen er zijn en of te kijken of ze dit hebben onthouden. 
Officier van Justitie
  • Seponeren
  • Transactie of strafbeschikking
  • Vervolgen 

Slide 19 - Tekstslide

Leerdoel: De leerling kan de drie mogelijke vervolgstappen van de officier van justitie na afronding van het opsporingsonderzoek onderscheiden. 

Wat ik doe: Ik herhaal dat na afronding van het politieonderzoek, de officier van justitie drie mogelijke opties heeft. Deze drie ga ik nu stuk voor stuk behandelen. 
Seponeren
"Afzien van verdere rechtsvervolging"
  • Onvoldoende bewijs
  • Licht strafbaar feit
  • Verdachte is voldoende gestraft

Slide 20 - Tekstslide

Wat ik doe: Ik leg uit dat seponeren betekent dat wordt afgezien van verdere rechtsvervolging. Ofwel de strafzaak houdt hierop en krijgt geen gevolg. Dit kan zijn omdat er onvoldoende bewijs is, het een licht strafbaar feit is of omdat de verdacht al voldoende is gestraft in bijv. de media. Een voorbeeld is de zaak van akwasi, die opruiende teksten had geroepen bij een demonstratie. Deze zaak werd geseponeerd, omdat Akwasi afstand deed van zijn uitspraken. 
Transactie of strafbeschikking

Het OM legt een straf op (boete of taakstraf).
  • Transactie: de schuld staat niet vast.
  • Strafbeschikking: de schuld staat vast. 

Slide 21 - Tekstslide

Wat ik doe: Ik leg uit dat bij een strafbeschikking of transactie het OM voor rechter speelt. Zij leggen een straf op en als je daar mee akkoord gaat hoef je niet voor de rechter te komen. Anders moet dat wel. Het verschil is dat bij een strafbeschikking je schuld vaststaat, terwijl dit bij een transactie niet het geval is. Bij de avondklokrellen is er bijvoorbeeld in 5 zaken een strafbeschikking opgelegd. 
Vervolgen
Het dossier gaat naar de rechter en er begint een strafzaak. 
  • De officier is de openbare aanklager.

Slide 22 - Tekstslide

Wat ik doe: De officier van Justitie kan ook het dossier naar de rechter sturen en dan begint er een strafzaak. In dat geval is de officier de openbare aanklager die namens de samenleving de verdachte beschuldigt en een straf eist. Dit gebeurde na de mishandeling door Lil Kleine, maar ook de zaak van Taghi werd dus vervolgd na politieonderzoek. In de volgende les gaan we het hebben over hoe een rechtszaak verloopt.
Vraag- en antwoord ketting
Groepjes van 4
Elk groepje 2 kaartjes
Voorkant: antwoord; achterkant: vraag

Slide 23 - Tekstslide

Wat ik doe: Ik leg uit dat we het vraag- en antwoord ketting spel gaan spelen. We maken groepjes van 4. Elk groepje krijgt 2 kaartjes. Op de voorkant van het kaartje staat een antwoord. Op de achterkant staat een vraag. Ik stel zo meteen de eerste vraag. De groep die het antwoord heeft op deze vraag, steekt zijn vinger in de lucht. Klopt dit antwoord, mogen zij de vraag stellen op de achterkant van het kaartje. zo gaan we door. 
Banaan
Wanneer is meneer Bakker geboren?
25 augustus 2001
Aan welke universiteit studeert meneer Bakker?

Slide 24 - Tekstslide

Wat ik doe: Ik leg een voorbeeld uit. 
Opdracht
Tijd: 10 minuten 
Hoe: in dezelfde groepjes van 4.
Hulp: Werkboek bladzijde 32 + 33, www.denederlandsegrondwet.nl
Uitkomst: Klassikaal bespreken. Ik wijs mensen aan.
Wat: Bepaal voor de volgende dwangmiddelen welk grondrecht onder druk staat: een huis binnengaan, telefoon afsluisteren, preventief fouilleren.
Klaar?: Bedenk argumenten voor en tegen het uitbreiden van de opsporingsbevoegdheden van de politie. Schrijf deze op een post-it en plak die op het bord bij de juiste mening. 
stopwatch
00:00

Slide 25 - Tekstslide

Leerdoel: De leerling kan beredeneren op basis van welk grondrecht de politie niet zomaar gebruik mag maken van een bepaald dwangmiddel.
De leerling kan beargumenteren wat de voor- en nadelen zijn van ruimere opsporingsmogelijkheden voor de politie.

Wat ik doe: Ik leg de opdracht uit. 
Opdracht 1: Geef per opsporingsbevoegdheid aan welk grondrecht onder druk staat en waarom. 
Opdracht 2: Bedenk argumenten voor en tegen het uitbreiden van de opsporingsbevoegdheden van de politie. 

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het binnengaan van een woning
Artikel 12
1. Het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner is alleen geoorloofd in de gevallen bij of krachtens de wet bepaald, door hen die daartoe bij of krachtens de wet zijn aangewezen.
2. Voor het binnentreden overeenkomstig het eerste lid zijn voorafgaande legitimatie en mededeling van het doel van het binnentreden vereist, behoudens bij de wet gestelde uitzonderingen.

Slide 27 - Tekstslide

Wat doe ik: Ik leg uit dat de politie omwille van artikel 12 niet zomaar een huis binnen mag gaan. Zij mogen dit enkel in de gevallen die zijn beschreven in de wet. Ook moeten ze voordat ze een huis binnengaan zich legitimeren en aangeven waarom ze dat doen. 
Afsluiteren van telefoongesprekken
Artikel 13

Het telefoon- en telegraafgeheim is onschendbaar, behalve, in de gevallen bij de wet bepaald, door of met machtiging van hen die daartoe bij de wet zijn aangewezen.

Slide 28 - Tekstslide

Wat doe ik: Ik leg uit dat het verboden is om in de telefoon van anderen te kijken op basis van artikel 13 van de grondwet. Dit mag alleen als daar toestemming voor is gegeven door iemand die de wet daartoe heeft aangewezen. Ik vraag aan de leerlingen wie daarmee worden bedoeld (de officier van justitie of de rechter-commissaris).

Preventief fouilleren
Artikel 11
Ieder heeft, behoudens bij of krachtens de wet te stellen beperkingen, recht op onaantastbaarheid van zijn lichaam.

Slide 29 - Tekstslide

Wat ik doe: Ik leg uit dat de politie dus niet zomaar aan jouw lichaam mag zitten. Met dit artikel is het zelfs verboden om zonder toestemming iemands haar te knippen. Overigens staat er wel duidelijk in dat er uitzonderingen zijn. Daarmee wordt gedoeld op het (preventief) fouilleren. 



De opsporingsbevoegdheden van de politie moeten niet worden uitgebreid of zelfs worden beperkt.



De opsporingsbevoegdheden van de politie moeten worden uitgebreid. 

Slide 30 - Tekstslide

Wat ik doe: Ik bespreek kort de argumenten die de groepen hebben bedacht voor de volgende stellingen. 
Volgende les: 
Rechtspraak en straffen

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies