Ontwikkeling 2 les 1

Module Ontwikkeling 2
1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
Pedagogisch werkMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

Onderdelen in deze les

Module Ontwikkeling 2

Slide 1 - Tekstslide

Inhoud van de lessen
Les 1: Wat is ontwikkelingspsychologie
Les 2: Ontwikkelingspsychologie v.d. baby
Les 3: Ontwikkelingspsychologie v.d. peuter/kleuter
Les 4: Ontwikkelingspsychologie v.d. schoolkind
Les 5: Ontwikkelingspsychologie v.d. pubers en adolescentie
Les 6: Problemen in de ontwikkeling

Slide 2 - Tekstslide

Les 1 
Wat is ontwikkelingspsychologie

Slide 3 - Tekstslide

Wat is volgens jou ontwikkelingspsychologie?

Slide 4 - Open vraag

Waarom is deze module belangrijk?
  • Kinderen verschillen van elkaar. Volwassenen ook. Geen mens is hetzelfde. Als je erover nadenkt, verwonder je je er misschien wel over dat er zo'n acht miljard mensen op deze planeet leven en dat ieder mens een eigen ontwikkeling doormaakt.
  • Toch zijn mensen niet 100 procent verschillend van elkaar. Er zijn ook veel overeenkomsten tussen mensen. Zeker als ze dezelfde leeftijd hebben of dezelfde omstandigheden delen. 
  • In je toekomstige baan werk je met kinderen of jongeren. Het is belangrijk dat je rekening houdt met hun ontwikkeling. Waar mogelijk stimuleer je die ontwikkeling. Het aanbieden van activiteiten is een van de belangrijkste manieren waarop je de ontwikkeling kunt stimuleren. Het is daarom belangrijk te weten hoe de ontwikkeling van mensen verloopt.

Slide 5 - Tekstslide

Ontwikkelingspsychologie
Het denken over de veranderingen die de mens in de loop van zijn leven ondergaat, is al heel oud. Al zo'n 400 jaar voor Christus dachten filosofen na over dit onderwerp. 

Vanaf de 17e eeuw zijn de ideeën over de opvoeding en ontwikkeling van kinderen in hoog tempo veranderd. 
In eerste instantie waren er twee grote richtingen:

  1. De ene groep dacht dat een kind een onbeschreven blad was, dat je alles kon en moest leren door middel van straffen en belonen. 
  2. De andere groep dacht dat kinderen mini-volwassenen waren. Zij gingen ervan uit dat als je kinderen maar goed te eten gaf en ze in een gezonde omgeving liet opgroeien, de ontwikkeling wel vanzelf zou gaan.

Slide 6 - Tekstslide

Ontwikkelingspsychologie
Psychologie is de wetenschap die het menselijk gedrag bestudeert.

Binnen de psychologie kunnen heel veel vragen gesteld worden. De algemene psychologie is daarom opgedeeld in een aantal specialisaties, bijvoorbeeld arbeidspsychologie, sociale psychologie, neuropsychologie en beroepskeuzepsychologie. Ook de ontwikkelingspsychologie is zo'n specialisatie.



Slide 7 - Tekstslide

Hoe ontwikkelt een kind zich denk je?

Slide 8 - Open vraag

Hoe mensen zich ontwikkelen
  • Ontwikkelen wil zeggen dat er sprake is van een verandering. Die verandering kan een vooruitgang of verbetering inhouden, maar ook achteruitgang en afbraak.

  • Wanneer sprake is van vooruitgang, dan zijn drie processen verantwoordelijk voor deze vooruitgang:
  • groeiprocessen: dit is de lichamelijke groei die het gevolg is van celdeling;
  • leerprocessen: dit is het verwerven van theoretische, praktische en sociaal-emotionele kennis en vaardigheden;
  • rijpingsprocessen, kortweg rijping: dit is het 'ergens aan toe zijn', je bent eraan toe om wel of niet iets te leren.




Slide 9 - Tekstslide

Benoem voorwaarden
voor een kind om zich te
kunnen ontwikkelen

Slide 10 - Woordweb

Voorwaarden om te ontwikkelen
  • Als een kind geboren wordt, beschikt het over bepaalde aangeboren vermogens. Deze aangeboren vermogens kun je ook ontwikkelingsmogelijkheden noemen. Of een kind de kans krijgt deze te benutten, hangt af van zijn omgeving.
  • De omgeving kan het kind belemmeren of stimuleren in zijn ontwikkeling. Geen enkel kind ontwikkelt zich vanzelf, er zijn bepaalde voorwaarden nodig. Wordt aan deze voorwaarden niet voldaan, dan is de kans groot dat het kind een ontwikkelingsachterstand oploopt. Ook kan het kind op allerlei vlakken problemen krijgen.

Slide 11 - Tekstslide

De belangrijkste voorwaarden om tot ontwikkeling te komen, zijn:

  • Een kind moet zich veilig en vertrouwd voelen bij de opvoeder.
  • Er moet zowel verbaal als non-verbaal contact zijn tussen opvoeders en kind.
  • Er moet een stimulerende omgeving zijn.
  • Een kind moet de gelegenheid krijgen om zelf te onderzoeken.
  • Een kind moet de mogelijkheid hebben om te spelen.
  • Een kind moet voldoende bewegingsvrijheid krijgen.
  • Een kind moet veiligheid en grenzen worden geboden






Slide 12 - Tekstslide

Ontwikkelingspsychologen
Ontwikkelingspsychologie is de wetenschap die het gedrag bestudeert van de mens in de verschillende fasen van zijn ontwikkeling. 

Slide 13 - Tekstslide

Benoem de
ontwikkelingspsychologen
die jij kent

Slide 14 - Woordweb

Slide 15 - Tekstslide

Ontwikkelingspsychologen

Slide 16 - Tekstslide

Behaviorisme
  • Behaviorisme komt vanuit Engels woord BEHAVIOR= gedrag.
  • Gaan ervanuit dat mensen als onbeschreven blad ter wereld komen.
  • Het kind heeft nog geen vaste gewoonten en gedragingen als het net geboren is.
  • Dit wordt in de loop der jaren aangeleerd -> conditioneren.
  • Kinderen leren door beloning van goed gedrag.
  • Belonen en straffen hoort ook bij conditioneren
  • Ontwikkelingspsychologen: Pavlov & Skinner 

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Video

Pavlov
  • Behaviorist deed onderzoek met honden.
  • Hij liet een bel horen en gaf honden eten -> honden kwijlen -> zonder dat ze het eten konden zien -> geprogrammeerd = conditioneren.

Slide 19 - Tekstslide

Skinner
  • Behaviorist, die zegt dat dieren bijna alles kunnen leren.
  • Gedrag dat beloont wordt, wil je vaker doen.
  • Behaviorisme in vorige eeuw veel invloed gehad.
  • Je ziet dit op de dag van vandaag nog terug in begeleiding van kinderen.
  • Beloon gewenst gedrag. Het gedrag komt dan vaker terug.
  • Negeer ongewenst gedrag. Het gedrag zal dan minder vaak terugkomen.
  • Straf alleen als het gevaarlijk is of moet stoppen. Straffen helpt om gedrag te stoppen, je leert er niet van.

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Video

Cognitivisme
  • Kinderen onderzoeken de wereld met hun handen, mond, ogen, en neus.
  • Leren door er actief mee bezig te zijn.
  • Leren door te experimenteren.
  • Kennis krijg je niet vanzelf, maar je ‘maakt’ kennis.
  • Nieuwe kennis komt altijd van buitenaf!! Bijv. op school/sport.
  • Voorbeeld: een kind komt een bal tegen -> die bal daagt het kind uit om nieuwe kennis op te doen.
Ontwikkelingspsychologen: Piaget en Bruner

Slide 22 - Tekstslide

Piaget
  • Kinderen ontwikkelen zich in vier fasen.
  • In elke fase leren kinderen op een bepaalde manier  vaardigheden die passen bij de leeftijd:
  1. sensomotorische fase (0-2 jaar)
  2. pre-operationele fase (2-6 jaar)
  3. concreet-operationele fase (6-12 jaar)
  4. formeel-operationele fase (12- 15 jaar)

Slide 23 - Tekstslide

Bruner
  • Jerome Bruner ging verder door op het actief kennismaken van Piaget en het cognitivisme en sprak over zelf-ontdekkend leren.
  • Als een kind nieuwsgierig is, het vanuit eigen interesse een uitdaging zoekt en zal willen leren.
  • Als pedagogisch medewerker is het belangrijk dat je een uitdagende omgeving met verschillende materialen aanbiedt.



Slide 24 - Tekstslide

Constructivisme
  • Je leert doordat je samen met mensen ervaringen opdoet.
  • Dit zijn mensen waarmee jij samen opgroeit.
Ontwikkelingspsychologen: 
Vygotsky en Gagne







Slide 25 - Tekstslide

Vygotsky
  • Vygotsky zegt dat cognitieve ontwikkeling wordt beïnvloed door interactie (sociaal)+ omgeving waarin je opgroeit (cultureel).
  • Rolmodel = ouders en begeleiders doen dingen voor, zodat kinderen ze na doen.
  • Zone van de naaste ontwikkeling:
  • kinderen leren het beste als je ze uitdaagt
  • met iets wat ze nog net niet begrijpen.

Slide 26 - Tekstslide

Gagne
Volgens Robert Gagne = het verstand is een ingewikkeld systeem dat informatie opneemt, opslaat en ordent -> zoals een computer
Met dit verstand leert een kind een gebeurtenis te begrijpen, problemen oplossen en beslissingen nemen.
Bij nieuwe ervaringen zoekt een kind naar dat wat hij al wist en gaat vervolgens opzoek naar nieuwe kennis.
Bijv.: je gaat op jezelf wonen, hoe pak je dit aan?

Slide 27 - Tekstslide

Einde van de les
Volgende week:
de ontwikkeling van de baby

Slide 28 - Tekstslide