Les 1 - Basiskenmerken van koolwaterstoffen & nomenclatuur

1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
ChemieMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Weekplanning
Wk 1:  Basiskenmerken van koolwaterstoffen & nomenclatuur
Wk 2: Basiskenmerken van koolwaterstoffen & nomenclatuur
Wk 3: Basiskenmerken van koolwaterstoffen, nomenclatuur & isomerie
Wk 4: Karakteristieke groepen & nomenclatuur
Wk 5: Karakteristieke groepen & nomenclatuur
Wk 6: Karakteristieke groepen & nomenclatuur
Wk 7: Herhaling & oefentoets

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
Jij:
  • Herkent enkele homologe reeksen:
        - Alkanen.
        - Alkenen.
  • Kan eenvoudige koolwaterstoffen voorzien van een systematische naam.
  • Kan een systematische naam omzetten om in een structuurformule.

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesplanning
  • Introductie - Wat is organische chemie? 
  • Koolwaterstoffen
  • Alkanen
  • Alkenen
  • Nomenclatuur & structuurformules
  • Aan de slag!

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Organische chemie

Slide 5 - Woordweb

Organisch gevormde stoffen, dus stoffen die voorkomen in de natuur

Gebouwd om koolstofatomen heen, koolstofatomen vormen het skelet van het molecuul.
Organische chemie
  • Chemie van koolstofverbindingen.
  • Verschillende stoffen: bv. zeep, medicijnen, levensmiddelen.
  • Ontwikkeling buiten levende natuur.

  • Vrijwel altijd i.c.m. O, N, S, P,  en halogenen: Cl, F, I, Br.
  • Hoofdketen bijna uitsluitend gevormd door koolstofatomen = koolstofskelet.

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ordening in de chemie

Slide 7 - Tekstslide

Alle stoffen kan je opdelen in anorganische stoffen en organische stoffen. De organische stoffen kan je weer indelen in koolwaterstoffen en reststoffen, zoals alcohol en suiker.

Wij gaan ons deze periode richten op de koolwaterstoffen.
Lesplanning
  • Introductie - Wat is organische chemie?
  • Koolwaterstoffen
  • Alkanen
  • Alkenen
  • Nomenclatuur & structuurformules
  • Aan de slag!

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat betekent het woord koolwaterstof?

Slide 9 - Open vraag

Koolwaterstoffen zijn verbindingen die uitsluitend bestaan uit koolstofatomen en waterstofatomen
Noem 2 voorbeelden uit het dagelijks leven waar jij denkt dat koolwaterstoffen inzitten

Slide 10 - Open vraag

Butagas (campinggasbrander)
Aardgas (bevat methaan, ethaan)
Methaangas (uitgescheiden door koeien)
Koumiddel airconditioning (propaan)
Vetten
Waar kom je koolwaterstoffen tegen in voeding of in het lichaam? Waarom zijn ze daar belangrijk?

Slide 11 - Open vraag

Komen voor in vetten, oliën en koolhydraten. Ze zijn belangrijk omdat ze energie leveren en een bouwstof zijn voor het lichaam. 
Koolwaterstoffen
  • Verbinding die bestaat uit C-atomen (koolstof) en H-atomen (waterstof)
  • Voorbeelden in het dagelijks leven: aardgas, benzine, vetten en koolhydraten

Opdracht:
  1. Atomen kunnen bindingen aan gaan. Hoeveel bindingen kan koolstof maken en hoeveel waterstof?\
  2. Wat is een enkelvoudige binding? 
  3. Wat is een dubbele binding?

Slide 12 - Tekstslide

H, F, Cl, Br en I = 1 atoombinding
O, S = 2 atoombindingen
N, P = 3 atoombindingen
C = 4 atoombindingen
Verschillende koolwaterstoffen
  • Onvertakt/vertakt
  • Cyclisch/acyclisch

Homologe reeksen
  • Alkanen
  • Alkenen
  • Alkadiënen
  • Cycloalkanen
  • Cycloalkenen

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesplanning
  • Introductie - Wat is organische chemie?
  • Koolwaterstoffen
  • Alkanen
  • Alkenen
  • Nomenclatuur & structuurformules
  • Aan de slag!

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Alkanen
  • Eenvoudigste groep koolwaterstoffen.
  • Bestaan enkel uit C-atomen en H-atomen.
  • Zowel onvertakte als vertakte alkaanmoleculen.
  • Geen ringvormige mogelijk.
  • Alleen enkelvoudige bindingen = verzadigde bindingen.
  • De verschillende alkanen verschillen alleen in het aantal CH2-groepen.
  • Algemene formule is CnH2n+2, waarbij je voor n elk willekeurig getal kunt kiezen.

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Belangrijk!
  • Leer/ken deze namen uit je hoofd! 

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesplanning
  • Introductie - Wat is organische chemie?
  • Koolwaterstoffen
  • Alkanen
  • Alkenen
  • Nomenclatuur & structuurformules
  • Aan de slag!

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Alkenen
  • Alkenen bestaan uit C-atomen en H-atomen.
  • Zowel onvertakte als vertakte alkeenmoleculen.
  • Geen ringvormige structuur.
  • Eén dubbele binding voor tussen twee C-atomen.
  • Verbindingen met één of meer dubbele bindingen noemen we onverzadigde verbindingen.
  • De  verschillende alkenen verschillen alleen in het aantal CH2-groepen.
  • Algemene formule is: CnH2n, waarbij je voor n elk willekeurig getal kunt kiezen.

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waarom bestaat er geen metheen?

Slide 19 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Lesplanning
  • Introductie - Wat is organische chemie?
  • Koolwaterstoffen
  • Alkanen
  • Alkenen
  • Nomenclatuur & structuurformules
  • Aan de slag!

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Van molecuulformule → structuurformule
1. Bepaal het type verbinding
Kijk of het een alkaan (alleen enkelvoudige bindingen) of alkeen (minimaal één dubbele binding) is.
2. Gebruik de algemene formule:
Alkaan: CₙH₂ₙ₊₂
Alkeen: CₙH₂ₙ
3. Tel het aantal koolstofatomen (C) en waterstofatomen (H)
Bijvoorbeeld: C₃H₈ → 3 koolstofatomen, 8 waterstofatomen.
4. Maak de hoofdketen van koolstofatomen
Zet de C-atomen in een rij (lineair) of bepaal of er vertakkingen zijn.
5. Voeg bindingen toe
Verbind de C-atomen met enkelvoudige bindingen (voor alkanen) of voeg één dubbele binding toe (voor alkenen).
6. Vul de waterstofatomen aan
Elke C heeft in totaal 4 bindingen. Vul de resterende bindingen op met H-atomen.

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Oefenen
Klassikaal: 
  • CH4
  • C2H6
  • C4H6

Zelfstandig:
  • C4H10
  • C2H4
  • C5H12

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Van structuurformule → molecuulformule
1. Tel alle C-atomen
Noteer het aantal koolstofatomen.
2. Tel alle H-atomen
Noteer het aantal waterstofatomen.
3. Combineer tot molecuulformule
Schrijf eerst C, dan H: bijvoorbeeld C₄H₁₀.
4. Controleer de algemene formule
Past het bij een alkaan (CₙH₂ₙ₊₂) of alkeen (CₙH₂ₙ)? Zo ja, dan klopt het.

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Oefenen
Klassikaal:




Zelfstandig: 

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesplanning
  • Introductie - Wat is organische chemie?
  • Koolwaterstoffen
  • Alkanen
  • Alkenen
  • Nomenclatuur & structuurformules
  • Aan de slag!

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag!
  • Maak les 1 - lesopdracht 1.

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
Jij:
  • Herkent enkele homologe reeksen:
        - Alkanen.
        - Alkenen.
  • Kan eenvoudige koolwaterstoffen voorzien van een systematische naam.
  • Kan een systematische naam omzetten om in een structuurformule.

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies