Muda Mura Mira

1 / 41
volgende
Slide 1: Tekstslide
LeanMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 41 slides, met interactieve quiz, tekstslides en 10 videos.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
Na deze les:
  • weet je wat muda is
  • kun je muda opsporen
  • ken en herken je de acht vormen van verspilling
  • Weet je hoe je de verspilling talent kunt voorkomen met het enneagram

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

 De 5 Leanprincipes
  1. Waarde
  2. Waardestroom
  3. Flow
  4. Pull
  5. Perfectie

Slide 4 - Tekstslide

Het ‘Lean maken’ van een organisatie wordt gedaan aan de hand van 5 principes: Waarde, Waardestroom, Flow, Pull en Perfectie. Hoe dat er in de praktijk uitziet leggen we in dit artikel uit.
Waarde – Stel de klant centraal
Klantwaarde
Ieder bedrijf bestaat bij de gratie van haar klanten. De vraag die elk bedrijf zich daarom continu zou moeten stellen is: Op welke manier wordt er zo veel mogelijk waarde voor de klant gecreëerd? Waarde is een proces of dienst (of delen daarvan) waar de klant voor wil betalen of op wil wachten. Daarvoor moeten we eerst weten wie de klant is (dit kunnen ook interne afdelingen of collega’s zijn) en waar deze klant waarde aan afleidt. Dit klinkt logisch, maar hoe vaak worden er dingen gedaan ‘omdat ze altijd al zo gingen’, ‘omdat de baas het wil’ of ‘omdat we denken dat de klant dit wil’? En zolang je niet weet wat de klant precies wil, hoe kun je hier dan op sturen?
Let op! Klantwaarde is anders dan klantvraag. Succesvolle bedrijven begrijpen zó goed wat voor hun (potentiële) klanten van waarde is dat ze de klanten verrassen met een product waar ze nog niet om hadden gevraagd, maar wel van veel waarde blijkt te zijn. Een voorbeeld uit de praktijk van de uitvinder van de eerste auto geeft aan hoe belangrijk het goed kennen van je klanten is.:
Een mooi voorbeeld dichter bij huis is Coolblue. Zij zijn niet zo groot geworden door de goedkoopste te zijn maar door goed te snappen dat hun klanten best iets meer willen betalen voor vergaande service en een ruim assortiment. Investeer dus vooral in het ontdekken van wat voor je klant van waarde is!
Waardestroom – Bepaal waar waarde wordt gecreëerd
block_4
Nadat gespecificeerd is waar de klant waarde aan afleidt, is het belangrijk te onderscheiden welke activiteiten binnen het bedrijf waarde toevoegen voor de klant en welke niet. Deze laatste categorie worden binnen Lean verspillingen genoemd. Een handige tool om dit inzichtelijk te maken is de waardestroom (Value Stream Map), waarin alle processtappen van de trigger van de klant tot aan de levering van een dienst of product gedetailleerd in kaart gebracht worden. Vervolgens wordt voor elke activiteit bepaald of het wel (Customer Value Added) of geen waarde toevoegt voor de klant.
De activiteiten waar de klant zelf geen waarde aan hecht onderscheidt Lean in twee groepen:
Business Value Added: Activiteiten die nodig zijn om het bedrijf draaiende te houden. Deze moet je zoveel mogelijk minimaliseren.
Non Value Added: ‘Waardeloze’ activiteiten. Deze moet je elimineren.
Voorbeeld: Met een klant presentatie voeg je waarde toe voor de klant. Het volgen van een compliance training om te voldoen aan wet- en regelgeving is waarde voor het bedrijf. Echter het onnodig ge-cc’d worden in emails van collega’s hebben zowel klant als bedrijf niets aan!
Flow – Zorg voor een continue doorstroming
block_5
De vervolgstap valt te raden: verwijder alle geïdentificeerde verspillingen uit het proces zodat alleen de waarde toevoegende activiteiten overblijven. Denk hierbij bijvoorbeeld aan onnodige voorraad creëren of wachten. Stem daarna deze activiteiten op elkaar af zodat er geen opstoppingen ontstaan en daarmee een natuurlijke flow wordt gecreëerd. De ultieme Lean oplossing is het toepassen van ‘one-piece flow’, waarbij (in tegenstelling tot batchproductie) kostbare voorraden tot een minimum worden beperkt en fouten niet worden doorgegeven aan de volgende processtap. In de praktijk is een mengvorm echter in veel gevallen een betere oplossing.
Het doel van ‘flow’ is om de dienst of het product volgens de kwaliteitseisen van de klant zonder tijdverlies naar de klant te laten ‘stromen’. Dit kan alleen als binnen het bedrijf vanuit de keten wordt gedacht in plaats van afzonderlijke hokjes. Door het zo kort mogelijk maken van de doorlooptijd van de keten is het meer regel dan uitzondering om online bestellingen de volgende dag al in huis te hebben. Waar ‘dezelfde dag bezorgd’ nu nog iets unieks is, is dit over een paar jaar misschien wel de standaard!
Pull – Doe wat nodig is, wanneer het nodig is
pull
Nu de verspillingen binnen het bedrijfsproces geminimaliseerd zijn en alles gericht is op het toevoegen van waarde voor de klant, heeft het alleen nut ook daadwerkelijk te produceren als de klant hier om vraagt. Dit principe heet ‘Pull’: alleen doen wat nodig is, wanneer het nodig is. Dit beperkt onnodige tussen- en eindvoorraden. De uitstroom van producten is de trigger voor de organisatie om voor nieuwe instroom te zorgen (Kanban).
Uiteraard betekent ‘Pull’ niet dat voorraad helemaal uit den boze is. Supermarktbezoeken zouden een stuk tijdrovender zijn als broden nog ter plekke gemaakt zouden moeten worden. Wat het wel betekent is dat de supermarkt precies weet hoeveel voorraad ze minimaal aan moeten houden, en op basis van de verkopen zorgen dat dit ‘Just in Time’ weer wordt aangevuld.
Perfectie – Continu leren en verbeteren
block_7
Het vijfde principe binnen Lean is het streven naar perfectie. Tegenwoordig worden er tijdschriften vol geschreven over hoe het streven naar perfectie je ongelukkig maakt, want perfectie is iets wat je nooit zult bereiken. Dit is dan ook niet de gedachte achter dit principe. Het doel is om een lerende organisatie te zijn die het iedere dag een stapje beter doet in plaats van zo nu en dan een groot project op te tuigen. Een handig hulpmiddel is het organiseren van een overlegstructuur zoals een weekstart, waardoor continu verbeteren onderdeel wordt van het dagelijkse werk. Daarnaast helpt het verbeteringen te borgen zodat verspillingen niet terugkeren.
Het mooie is dat de tijdwinst die deze 5 principes opleveren weer gebruikt kan worden om het gesprek aan te gaan met klanten om nieuwe behoeften boven water te krijgen en nog beter op deze behoeften in te spelen. En dat maakt de cirkel weer rond…

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Noem de acht verspillingen!

Slide 6 - Woordweb

Wachten - Voorraad - Overprocessing - Overproductie - Verlies van kennis - Fouten - Beweging - Transport

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 8 - Tekstslide

Verspilling in transport kan meerdere vormen aannemen: te veel, te weinig of te vaak. De ideale situatie is dat er precies genoeg op de goede tijden wordt geleverd zodat er niets hoeft te worden opgeslagen of wachttijden ontstaan. Ook wat betreft het transport van informatie kan er verspilling voorkomen.

Slide 9 - Tekstslide

Een grote voorraad klinkt natuurlijk fantastisch, er is altijd genoeg. Maar als je je bedenkt dat opslag en het zoeken naar de juiste middelen tijd en geld kosten, levert het je niets op. Zorg daarom dat de voorraad precies genoeg is voor wat je nodig hebt. Dit betekent natuurlijk wel dat het proces goed moet verlopen om te weten hoeveel voorraad je nodig hebt.

Slide 10 - Tekstslide

Ook teveel beweging binnen een proces leidt tot verspilling. Niet per se in energie van degene die de beweging uitvoert, maar in tijd. Wanneer alles op de juiste plek ligt wordt er simpelweg meer tijd bespaard en loopt het proces sneller door.

Slide 11 - Tekstslide

Wachten wordt veroorzaakt door een proces wat niet goed doorloopt. Vaak wordt de wachttijd opgevuld met activiteiten die geen waarde toevoegen. Door alle stappen in het proces op elkaar aan te laten sluiten voorkom je wachten en werk je efficiënter.

Slide 12 - Tekstslide

Om geen overproductie te hebben is de oplossing: niet meer maken dan de klant vraagt. Overproductie leidt tot teveel voorraad die je waarschijnlijk niet snel kwijt kan. Daarnaast is de kans groot dat grondstoffen verspild zijn wanneer het gaat om halffabrikaten of eindproducten.

Slide 13 - Tekstslide

Overbewerking betekent dat er meer gedaan wordt dan dat de klant gevraagd heeft. Stem alle verwachtingen met de klant af en voldoe aan deze. Doe vooral niet minder, maar ook niet meer. De klant wil alleen wat hij vraagt, geen overbodige extra’s die voor hem geen waarde toevoegen.

Slide 14 - Tekstslide

Een fout maken is natuurlijk menselijk, maar kan tot veel verspilling leiden. Een fout moet namelijk worden hersteld, wat weer tijd kost waarbinnen geen waarde toegevoegd kan worden.

Slide 15 - Tekstslide

Verspilling van talent is degene die in eerste instantie niet in het rijtje voorkwam. Tegenwoordig komt het veel vaker voor dat bijvoorbeeld mensen met een hoge(re) opleiding hun kennis niet kunnen of hoeven te gebruiken in het werk dat zij doen. Dit is niet alleen zonde van de kennis, maar kan ook leiden tot ontevreden en ongemotiveerde medewerkers.

Slide 16 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Verspilling van talent

Slide 17 - Tekstslide

De achtste verspilling
Het is weer tijd voor de aangifte omzetbelasting, dus zaterdag heb ik wat moed bij elkaar geraapt en ben ik driftig aan de administratie begonnen. Stapels bonnetjes die telkens door elkaar raken, eindeloos afvinken welke geboekt zijn en de hele tijd zoeken naar mijn eigen fouten. Nu weet ik het weer zeker. Ik vind administratie echt niet leuk. En ik ben er absoluut niet goed in. Slecht zelfs.
Na een hoop frustratie heb ik de boel aan de kant gegooid en ben lekker in de tuin een biertje gaan drinken. Dat blijk ik wèl aardig te kunnen. En leuk te vinden.
Zondagochtend heb ik het – uitgerust en fris – afgemaakt. Pfff, het is weer voor een tijdje achter de rug.
Misschien kan ik iemand vinden die er wel goed in is. En het ook nog leuk vindt. Dan hoef ik mijn energie niet te verspillen aan werk waar ik niet goed in ben.
Verspillen? Talent? Ja, die horen bij elkaar. Verspilling van talent is de achtste verspilling uit het Leanlijstje.
Zoals je nog wel weet kent de Lean-leer 8 soorten verspillingen. We kunnen die onthouden door het ezelsbruggetje WC-TV-BOOT:
Wachten
Correctie
Transport
Voorraad
Beweging
Overproductie
Overbewerking
Talent (ontbreken van)
Oorspronkelijk waren het er 7. Talent, of het gebrek daaraan, is er pas later aan toegevoegd. En in de literatuur ook wat onderbelicht. Toch vind ik het wel een heel belangrijke.
TalentIvorentoren-ideeën
Je komt de verspilling van talent tegen in verschillende vormen. In de westerse wereld zijn we vanuit het Angelsaksische managementmodel gewend dat medewerkers slechts werk uitvoeren. Mond houden en productie draaien. Maar dat is een enorme verspilling van hun praktische kennis en probleemoplossend vermogen.
Andersom worden veel te vaak “ivorentoren-ideeën” doorgedrukt, die minder goed werken dan verwacht. Ook dat is een verspilling van talent.
Niet goed functioneren
Een andere vorm van talentverspilling ken ik vanuit mijn tijd als interimmanager.
Ik kwam regelmatig mensen tegen die niet goed functioneerden. Sommige mensen hielden het al jarenlang verborgen. Door mooie verhalen van henzelf en slechte sturing van hun leidinggevende. Meestal heeft een interimmanager dat snel in de gaten. Vooral als er dan goed gestuurd gaat worden. Achteraf blijkt dan vaak dat ze al jaren bang zijn door de mand te vallen, maar ook bang om het bespreekbaar te maken.
Natuurlijk is het niet leuk als uitkomt dat je niet goed in je werk bent. Maar als je beiden beseft dat het talent van de medewerker ergens anders ligt dan in het huidige werk, hoeft het lang niet altijd dramatisch te zijn. Vaak kun je samen uitzoeken waar de medewerker wèl goed in is en daar binnen of buiten de organisatie passend werk in zoeken.
Achteraf zegt een medewerker vaak dat hij of zij dat al jaren eerder had moeten doen.
Talent-interessematrixModelletje
In dit verband is het volgende model wel interessant. Twee gebieden zijn heel duidelijk: als je iets leuk vindt en je bent er goed in, heb je fantastisch werk. In dit kwadrant werk je vanuit je kracht en je talent. Je zou het werk bijna ook doen als je er niet voor zou worden betaald.
Het tegenovergestelde is ook duidelijk: werk dat je niet leuk vindt en ook niet goed kan, moet je proberen te vermijden.
Gevarenzone
Twee andere sectoren zijn belangrijk. De gevarenzone zit in het werk dat je goed kan, maar niet leuk vind. Als dit het grootste deel van je werk is, kun je hierop leeglopen. En omdat je er zo goed in bent, word je hiervoor juist vaak gevraagd, maar het vreet energie. Een burn-out ligt op de loer.
De andere kant bestaat uit werk dat je leuk vindt maar waar je niet goed in bent. Dat kan in twee vormen: het is aan te leren (kennis en vaardigheden) of niet (talent). Als je er voldoende aanleg voor hebt, kun je met wat training en opleiding snel groeien. Maar heb je het gewoon niet in je, dan moet je een keuze maken. Leuk werk, maar altijd op je tenen lopen, of toch iets anders zoeken.
Verspilling talent
  • Niet op de goede plek
  • Niet leuk
  • Te moeilijk
  • Te makkelijk
  • Sluit niet aan

Slide 18 - Tekstslide

Je hebt te maken met een verspilling van talent als er binnen je organisatie mensen zijn die niet op de goede plek zitten. Dit kunnen mensen zijn die ongemotiveerd, ongekwalificeerd/overgekwalificeerd of niet betrokken zijn, of bijvoorbeeld mensen die niet genoeg worden uitgedaagd. In alle gevallen zorgt dit ervoor dat deze mensen niet optimaal presteren, wat zorgt voor een verspilling van potentie. En dat is natuurlijk ontzettend zonde!

Slide 19 - Tekstslide

Modelletje
In dit verband is het volgende model wel interessant. Twee gebieden zijn heel duidelijk: als je iets leuk vindt en je bent er goed in, heb je fantastisch werk. In dit kwadrant werk je vanuit je kracht en je talent. Je zou het werk bijna ook doen als je er niet voor zou worden betaald.
Het tegenovergestelde is ook duidelijk: werk dat je niet leuk vindt en ook niet goed kan, moet je proberen te vermijden.
Gevarenzone
Twee andere sectoren zijn belangrijk. De gevarenzone zit in het werk dat je goed kan, maar niet leuk vind. Als dit het grootste deel van je werk is, kun je hierop leeglopen. En omdat je er zo goed in bent, word je hiervoor juist vaak gevraagd, maar het vreet energie. Een burn-out ligt op de loer.
De andere kant bestaat uit werk dat je leuk vindt maar waar je niet goed in bent. Dat kan in twee vormen: het is aan te leren (kennis en vaardigheden) of niet (talent). Als je er voldoende aanleg voor hebt, kun je met wat training en opleiding snel groeien. Maar heb je het gewoon niet in je, dan moet je een keuze maken. Leuk werk, maar altijd op je tenen lopen, of toch iets anders zoeken.
Opdracht:
1. Vul met z'n tweeën het model hiernaast in
2. Trek een conclusie: 

Welke taken moet je meer doen?
Welke taken moet je vermijden?

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het Enneagram

Slide 21 - Tekstslide

https://sentivia.nl/enneagram/

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 23 - Tekstslide

1. Perfectionist: wil goed zijn en de dingen verbeteren
"Je kunt me ook wel een controlfreak noemen. Ik wil graag dat de dingen perfect zijn en ben ontzettend kritisch. Ook naar mezelf. Ik heb altijd een stemmetje in mijn hoofd dat zegt dat het beter kan, beter moet! Ik kan slecht omgaan met dingen die niet volmaakt zijn, dan word ik boos. Gelukkig kan ik mezelf goed beheersen, want het verliezen van de controle, dat mag natuurlijk niet. Ik erger me vreselijk aan mensen die er met de pet naar gooien."
Mijn sterke punten: ik heb veel discipline, ben betrouwbaar, ordelijk en idealistisch.
Mijn zwakke punten: Ik ben vaak te kritisch en veeleisend. Bovendien kan ik stijf, formeel en ongeduldig zijn.
Ik moet leren:
  met mijn irritatie en boosheid om te gaan,
  fouten te durven maken,
  meer contact te hebben met mijn emoties,
  dat er meer manieren zijn dan de enige juiste.

0

Slide 24 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 25 - Tekstslide

2. Helper: wil geliefd zijn of worden
"Ik sta altijd voor iedereen klaar. Dat kan ik ook goed, want aanvoelen wat mensen nodig hebben is mijn tweede natuur. Ik heb soms de neiging mezelf weg te cijferen. Ik kan ook moeilijk 'nee' zeggen als iemand wat aan me vraagt. Het is ook zo leuk om wat voor een ander te doen en wat voor iemand te betekenen! De aandacht en de waardering die ik daarvoor krijg, maken me gelukkig. Ik kan slecht tegen leed en ruzie, omdat dan anderen pijn gedaan wordt. Iets voor mezelf vragen is lastig, ik weet vaak slecht wat ik zelf nodig heb en houd er ook niet van om hulp te vragen. Ik geef liever."
Mijn sterke punten: ik ben behulpzaam, sensitief, goed in het aanknopen en onderhouden van relaties, enthousiast en tactvol.
Mijn zwakke punten: Ik kan ook bemoeizuchtig zijn en bezitterig. Als je me niet waardeert word ik klagerig, behoeftig en jaloers.
Ik moet leren:
  dat ik zelf ook zelf behoeftes en gevoelens heb,
  mezelf te accepteren, zodat ik minder afhankelijk wordt van de goedkeuring van anderen,
  ook iets voor mezelf te doen zonder me daarbij om een ander te bekommeren.

0

Slide 26 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 27 - Tekstslide

3. Succesvolle werker of de presteerder: wil succesvol zijn
"Ik ben het type dat er echt voor gaat. Het leven is voor mij een wedstrijd die ik wil winnen door de beste te zijn en dingen te bereiken. Ik werk hard om mijn doelen te realiseren. Ik ben echt een doener: ideeën zet ik meteen om in daden. Snelheid en efficiency zijn daarbij mijn kracht. Ik weet mezelf goed te presenteren, ben zelfverzekerd in mijn optreden. Soms vinden mensen me arrogant. Ik kan er niet zo goed tegen als anderen de boel ophouden en tussen mij en mijn doelen gaan staan. Het idee dat het niet gaat lukken en dat ik faal is mijn grootste angst. Ik zet dan ook alles op alles om dat te voorkomen."
Mijn sterke punten: ik ben gedreven, efficiënt, praktisch, doelgericht, optimistisch en besluitvaardig.
Mijn zwakke punten: ik kan egoïstisch en berekenend worden, de gevoelens van anderen negeren en heel ongeduldig zijn.
Ik moet leren:
  samen te werken,
  anderen te vertrouwen.

0

Slide 28 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 29 - Tekstslide

4. Romanticus of individualist: wil zichzelf begrijpen en uitdrukken
"Ik ben een echt gevoelsmens, het leven is voor mij een aaneenschakeling van pieken en dalen. Anderen vinden mij vaak overdramatisch. Het liefst doe ik de dingen op mijn eigen manier, ik ben dan vaak ook een buitenbeentje. Ik houd niet van het gewone, het alledaagse: ik ben gewoon een artiest. Ik heb dan ook een broertje dood aan routineklusjes. Ik houd van diepgang en stijl. Het liefst wil ik dat alles authentiek is. In relaties zoek ik naar iemand die mij écht wil kennen."
Mijn sterke punten: ik ben origineel, creatief, authentiek, gevoelig - romantisch zelfs - en betrokken.
Mijn zwakke punten: ik kan emotioneel uit balans raken, overgevoelig zijn en overdrijven.
Ik moet leren:
  bij de feiten te blijven,
  te relativeren en zaken in de juiste proporties te zien,
  doelen te stellen.

0

Slide 30 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 31 - Tekstslide

5. Observeerder of waarnemer: wil de wereld om zich heen begrijpen en zich competent voelen
"Ik ben analytisch ingesteld en nuchter, ik beredeneer alles logisch. Ik houd graag emotioneel afstand: het gaat tenslotte om de feiten. Ik verzamel veel informatie en kennis en denk veel na. Ik orden zaken, totdat ik ze begrijp en ze in mijn referentiekader passen. Omdat ik er zo op gericht ben dingen te begrijpen, ben ik vaak een echte specialist. Uiterlijk vertoon en comfort zijn niet zo belangrijk voor me."
Mijn sterke punten: ik ben scherpzinnig en onafhankelijk, kan zaken goed beschouwen en blijf bijna altijd kalm.
Mijn zwakke punten: Ik kan kil, gierig en emotieloos zijn. Soms kan ik mezelf afsluiten van de buitenwereld en vanuit mijn ivoren toren op de wereld neerkijken.
Ik moet leren:
  daadkrachtig te zijn,
  te gaan staan voor de dingen waar ik in geloof,
  te luisteren naar mijn lichaam, intuïtie en gevoelens,
  grenzen te stellen als de hoeveelheid informatie me te veel wordt.

0

Slide 32 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 33 - Tekstslide

6. Loyalist: wil zekerheid en veiligheid
"Ik doe mijn plicht. Ik houd me graag aan regels, die zijn er echt niet voor niets. Ik zie alles wat er mogelijk mis kan gaan. De wereld zit tenslotte vol gevaren en niemand is voor honderd procent te vertrouwen. Dat maakt me soms angstig en het zorgt ervoor dat ik lastig besluiten kan nemen. Ik twijfel veel, vooral aan mezelf. Ik ben erg serieus en heb de neiging dingen te letterlijk te nemen."
Mijn sterke punten: ik ben betrouwbaar, loyaal, een echte doorzetter en heb een groot verantwoordelijkheidsgevoel.
Mijn zwakke punten: ik ben achterdochtig, kan dogmatisch worden en gaan doemdenken. Ik houd ook niet zo van verandering.
Ik moet leren:
  te relativeren en wat luchtiger te zijn,
  te geloven in mijn eigen capaciteiten,
  met de stroom mee te durven gaan.

0

Slide 34 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 35 - Tekstslide

7. Levensgenieter of optimist: wil blij, gelukkig en tevreden zijn
"Het leven is een feestje, maar je moet wel zelf de slingers ophangen. Dat doe ik dan ook met hart en ziel! Ik geniet graag van de mooie dingen van het leven. Pijn vermijd ik liever, door naar de zonnige kant te kijken. Als een ander in de put zit, ben ik degene die hem opvrolijkt. Ik ben nou eenmaal een rasoptimist, waarom zou je dingen zo zwaar maken? De wereld is vol mogelijkheden: ik ben altijd op zoek naar iets nieuws, iets leukers iets spannenders. Plannen maken voor de toekomst is mijn lust en mijn leven, daardoor kom ik vaak niet zo tot daden."
Mijn sterke punten: ik ben spontaan en charmant, optimistisch, sprankelend en speels.
Mijn zwakke punten: ik kan oppervlakkig zijn, impulsief, onverantwoordelijk, narcistisch en mezelf verliezen in onrealistische dromen.
Ik moet leren:
  mijn enthousiasme wat te temperen,
  meer betrokken te zijn bij anderen,
  mijn plannen ook uit te voeren,
  wat nuchterder te zijn.

0

Slide 36 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 37 - Tekstslide

8. Baas of leider: wil zichzelf beschermen door sterk en vol zelfvertrouwen te zijn
"Ik ben voor niets en niemand bang. Ik ga graag de strijd aan, met name om de macht. Eigenlijk ben ik het liefst de baas. Ik neem het niet zo nauw met regels en wetten, dat bepaal ik zelf wel! Ik kan het dan ook lastig accepteren als een ander sterker is dan ik. Ik ben soms wat zwart-wit ingesteld: iets is goed óf fout. Zo ga ik recht op mijn doelen af. Ik reageer instinctief: ik kan ineens heel erg boos worden, en uit dat dan ook. Gelukkig ben ik het dan ook snel weer kwijt. In mijn manier van spreken doet mijn hele lichaam mee. Anderen vinden mij soms overweldigend en hebben het gevoel dat ze geen ruimte van me krijgen."
Mijn sterke punten: ik ben krachtig, rechtvaardig, beschermend, grootmoedig en zelfstandig.
Mijn zwakke punten: ik kan intimiderend, egocentrisch en bot zijn. Soms ben ik ronduit wraakzuchtig.
Ik moet leren:
  socialer, warmer en menselijker te worden,
  meer open staan voor anderen,
  zorgzamer te zijn.

0

Slide 38 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 39 - Tekstslide

9. Bemiddelaar: wil in eenheid en harmonie met anderen leven
"Ik bekijk de dingen graag van alle kanten. Laat iedereen zijn gang maar gaan. Ik ben niet van de conflicten, dat ga ik uit de weg. Ik bewaar liever de vrede. Omdat ik overal de voor- en nadelen kan zien, neem ik moeilijk besluiten. Wel ben ik goed in onderhandelen, omdat ik ook de belangen van de ander in het oog houd. Druk zijn en haasten, daar houd ik niet van. Ik kom dus lastig op gang. Maar als ik eenmaal op stoom ben, zet ik echt wel door. Ik heb een bloedhekel aan onechtheid en opgeblazen ego´s. Ik heb de neiging soms wat cynisch te worden. "
Mijn sterke punten: ik ben diplomatiek, kan goed onderhandelen, ben bescheiden, kan me aanpassen en ben harmonieus.
Mijn zwakke punten: ik ben soms saai, snel afgeleid, vergeetachtig en besluiteloos.
Ik moet leren:
  zelf een positie in te nemen en daarnaar te handelen,
  prioriteiten te stellen en keuzes te maken.

0

Slide 40 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
Na deze les:
  • weet je wat muda is
  • kun je muda opsporen
  • ken en herken je de acht vormen van verspilling
  • Weet je hoe je de verspilling talent kunt voorkomen met het enneagram

Slide 41 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies