Formuleren H3

Programma

1) Lezen
1b) Inleveren verslag
2) Theorie (foutieve) beknopte bijzinnen
3) Oefenen
4) Huiswerk
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Programma

1) Lezen
1b) Inleveren verslag
2) Theorie (foutieve) beknopte bijzinnen
3) Oefenen
4) Huiswerk

Slide 1 - Tekstslide

Lekker lezen
Leg je verslag op de linkerhoek van je tafel. 
timer
20:00

Slide 2 - Tekstslide

Lesdoelen
Je leert wat een beknopte bijzin is en hoe je foutieve beknopte bijzinnen kunt herkennen en verbeteren

Slide 3 - Tekstslide

Beknopte bijzin
Een beknopte bijzin bevat, anders dan een gewone bijzin geen onderwerp en geen persoonsvorm.
In plaats van de persoonsvorm bevat een beknopte bijzin: 
- een voltooid deelwoord
- een onvoltooid deelwoord
- te + infinitief (het hele werkwoord

Slide 4 - Tekstslide

Voorwaarde juiste beknopte bijzin
Als een beknopte bijzin een bijwoordelijke bepaling is,  mag deze alleen beknopt zijn als het onderwerp uit de hoofdzin overeenkomt met het onderwerp dat eigenlijk in de beknopte bijzin moet staan. Dit niet genoemde onderwerp noemen we het verzwegen onderwerp.   


Afgeleid door een reclamebord, botste ik tegen een stilstaande auto.
Wie was afgeleid?  Antwoord: 'Ik'. 'Ik' is ook het onderwerp van de hoofdzin. Het verzwegen onderwerp van de beknopte bijzin en het onderwerp van de hoofdzin komen overeen. Hier is dus sprake van een goede beknopte bijzin.

Slide 5 - Tekstslide

Meer voorbeelden.
Op zijn rug in de hangmat liggend, las Achmed een tijdschrift.
Wie lag in de hangmat? --> Achmed.
Áchmed is ook het onderwerp van de hoofdzin, dus het komt overeen met het verzwegen onderwerp van de beknopte bijzin.
In de wetenschap toch niets te leren op school, spijbelde Wilco dagelijks.
Wie leerde niets ?--> Wilco. Wilco is ook het onderwerp van de hoofdzin, dus dat komt overeen met het verzwegen onderwerp van de beknopte bijzin.

Slide 6 - Tekstslide

Na jaren in een la gelegen te hebben, hing ik de foto aan de muur.
Wat is er in bovenstaande zin aan de hand?

Slide 7 - Open vraag

Slide 8 - Video

Foutief beknopte bijzin
Bij een foutief beknopte bijzin komen het verzwegen onderwerp van de beknopte bijzin en het onderwerp van de hoofdzin niet overeen. 

Je verbetert een foutief beknopte bijzin door:
1) de bijzin volledig uit te schrijven met een onderwerp en een persoonsvorm OF 
2) door het onderwerp van de hoofdzin te veranderen, zodat dit ow gelijk is aan het verzwegen ow.

Slide 9 - Tekstslide

Voorbeeld foutief beknopte bijzin
Na een uur in de oven te hebben gestaan, smulden de gasten van de taart. 
Hilarisch zo'n zin!
Goed is: 
1) Nadat de taart een uur in de oven had gestaan, ...
Let bij het uitschrijven goed op de tijd van de hoofdzin (tt of vt) 
OF
2) Na een uur in de oven te hebben gestaan, werd de taart  door de smullende gasten opgegeten.

Slide 10 - Tekstslide

Foutieve beknopte bijzin of een goede beknopte bijzin?

Eindelijk thuisgekomen, ging hij meteen naar bed.
A
Foutief
B
Goed

Slide 11 - Quizvraag

Foutieve beknopte bijzin of een goede beknopte bijzin?
Lopend naar de overkant, reed de auto hem bijna aan.


A
Foutief
B
Goed

Slide 12 - Quizvraag

Foutieve beknopte bijzin of een goede beknopte bijzin?

Na koffie gedronken te hebben, reed de bus verder.
A
Foutief
B
Goed

Slide 13 - Quizvraag

Foutieve beknopte bijzin of een goede beknopte bijzin?

Na gegeten te hebben, fietsten we weer verder.
A
Foutief
B
Goed

Slide 14 - Quizvraag

Schrijf de foutieve beknopte bijzin uit tot een volledige bijzin.

Lopend naar de overkant, reed de auto hem bijna aan.

Slide 15 - Open vraag

Verbeter nu de zin door de hoofdzin aan te passen.

Na koffie gedronken te hebben, reed de bus verder.

Slide 16 - Open vraag

Meer uitleg/herhaling nodig?
Tip: zoek op Youtube naar de filmpjes van Arnoud Kuijpers met de aanvullende zoekterm (onjuiste) beknopte bijzin.

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Video

Wat vond je van deze les?
A
nuttig/leerzaam
B
afwisselend/leuk
C
geen mening
D
saai

Slide 19 - Quizvraag

Opdracht/huiswerk
Formuleren H3 online.
Zorg voor minimaal 75% goed. 

Slide 20 - Tekstslide