Les 3 Sparen en lenen

1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 4

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Telefoon in het Zakkie 
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Boek, Chromebook, JdW-map, etui 
timer
3:00

Slide 2 - Tekstslide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
Lesplanning
  • Wat hebben we de vorige les geleerd? 
  • Wat gaan we vandaag leren? (sparen en lenen)
  • Korte uitleg 
  • Werken aan eindexamensite 
  • Oefenen examenvragen 
  • Huiswerk 

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Procentuele toename / afname
Procentueel verschil 

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Na de inflatie kost een Batavus fiets € 840
in plaats van € 770,-
Met hoeveel procent is de prijs toegenomen?
A
a. 8,1%
B
b. 10,1%
C
c. 9,1 %
D
d. 70%

Slide 5 - Quizvraag

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.
Les 3 Sparen en lenen 

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen uitwerken
- Je weet wat sparen betekent   R
- Je kunt de drie spaarmotieven noemen en herkennen R / T1
- Je kunt uitleggen waarom sparen voordeliger is dan lenen T2 
- Je kunt  leenmotieven noemen en herkennen  R/ T1
- Je kunt voordelen noemen van geld lenen  T1/T2
- Je weet wat rente is en hoe je dit berekent  T1
- Wat heeft invloed op de hoogte van het rente bedrag T1
- Je weet de gevolgen van geld lenen T2
- Je kunt de totale kosten van een lening berekenen T1 
- Voorwaarde afsluiten  van een lening


Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Spaarmotieven
- sparen voor een doel
- sparen uit voorzorg
- sparen voor de rente

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Je leent € 500 en je betaalt € 75 aan rente. Hoeveel procent is de rente?

Slide 9 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

0

Slide 10 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Risico Lenen
  • Je betaalt rente over de schuld.
  • Je moet altijd meer terugbetalen dan de schuld.
  • Mensen lenen steeds opnieuw om nog meer spullen te kopen.
  • Een schuld kan ongelukkig maken.
  • Soms moeten mensen geholpen worden om uit de schulden te komen.


Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leenmotieven
Er zijn verschillende leenmotieven:
  1. Je moet een tijdelijk geldtekort overbruggen.
  2. Je wilt een dure aankoop niet uitstellen.
  3. Je hebt onverwacht dringend geld nodig.
  4. Je koopt een huis, zo'n groot bedrag kun je niet bij elkaar sparen.

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lenen bij de bank
Als je bij de bank geld wil lenen, moet je meerderjarig zijn.
Als je geld leent, moet je dat terugbetalen. De lening betaal je terug met een vast bedrag per maand, de maandtermijn.
??
??

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Sara leent 2.000 euro tegen 3,1% rente.
Bereken welk bedrag zij aan rente moet betalen.
A
€ 62,00
B
€ 15,00
C
€ 6.200,00
D
€ 31,00

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Examen vragen oefenen 
- Eindexamen site
- Onderwerp: sparen en lenen  

Niet af = huiswerk



Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat zijn hier de kredietkosten?
A
€ 1.500
B
73 x 30 = € 2.190
C
2.190 - 1.500 =€ 690
D
2.190 + 1.500 =€ 3.690

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 17 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Hoeveel rente levert het op?
Over je spaargeld ontvang je rente. Rente wordt ook wel interest genoemd.
De rente op je spaarrekening is afhankelijk van:
  • Rentepercentage, vast of variabel?
  • De hoogte van het spaarbedrag
  • De periode dat het geld op de rekening staat. 

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Hoe vond je deze les?
evaluatie
110

Slide 19 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Vergoeding voor de productiefactoren
Kapitaal
Arbeid
Natuur
Ondernemerschap
huur, rente
loon
pacht
winst

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Evaluatie van de les
Theorie was veel, maar wel interessant.
Les was lang, saai en ik heb weinig geleerd
Les was wel oke omdat het moet.
De les was duidelijk, ik vind het leuk!
Ik begrijp het niet (TAAL)

Slide 21 - Poll

Deze slide heeft geen instructies