hst 15 paragraaf 2 "snelheid en versnelling"

hst 15.2 "snelheid en versnelling"
1 / 41
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolmavoLeerjaar 4

In deze les zitten 41 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

hst 15.2 "snelheid en versnelling"

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen
15.2.1 Je kunt een (v,t)-diagram van een beweging maken.
15.2.2 Je kunt het (v,t)-diagram en het (s,t)-diagram van een eenparige beweging schetsen.
15.2.3 Je kunt berekeningen uitvoeren met de snelheid van een eenparige beweging.
15.2.4 Je kunt uitleggen wat wordt bedoeld met een eenparig versnelde beweging.
15.2.5 Je kunt de versnelling van een eenparig versnelde beweging berekenen.

Slide 2 - Tekstslide

vandaag
Herhaling van de 2de klas
Herhaling vorige les
filmpje
uitleg over 15.2
filmpje uitleg eenheid meter per seconde kwadraat
quizvragen
aan de slag

Slide 3 - Tekstslide

De versnelde beweging
De versnelde beweging is een beweging waarvan de snelheid steeds groter wordt. 
Voorbeeld: een auto die begint met rijden nadat deze stilstond bij een stoplicht

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

De eenparige beweging
De eenparige beweging is een beweging waarbij de snelheid steeds gelijk blijft.
Voorbeeld: een auto die op de snelweg constant 100 km/h rijdt (op cruise control)

De eenparige beweging wordt ook wel de constante beweging genoemd

Slide 7 - Tekstslide

De formules
Bij een eenparige beweging verandert de snelheid niet. Met de formule hiernaast kun je de gemiddelde snelheid uitrekenen. Dan weet je de snelheid tijdens de hele beweging.

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

De vertraagde beweging
De vertraagde beweging is een beweging waarbij de snelheid steeds omlaag gaat.
Voorbeeld: een auto die remt voor een stoplicht dat op rood staat

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Met welke formule bereken je de gemiddelde snelheid?
A
afstand = gemiddelde snelheid : tijd of t =vgem = : t
B
tijd = afstand : gemiddelde snelheid of t = s : vgem
C
gemiddelde snelheid = afstand : tijd of vgem = s : t
D
gemiddelde snelheid = tijd : afstand of vgem = t : s

Slide 15 - Quizvraag

Loes rent 60 meter in 12 seconden. Wat is haar gemiddelde snelheid in m/s?
A
2
B
3
C
4
D
5

Slide 16 - Quizvraag

Wat is de eenheid van de gemiddelde snelheid
A
h/km
B
s/m
C
m/s
D
g/cm

Slide 17 - Quizvraag

Karin legt met de auto een weg met een afstand van 50km af. De eerste 25km legt zij af met een gemiddelde snelheid van 50km/h. Gedurende de tweede 25km is de gemiddelde snelheid 100km/h.
Wat is de gemiddelde snelheid over het hele traject van 50km?
A
67 km/h
B
72 km/h
C
75 km/h
D
83 km/h

Slide 18 - Quizvraag

Na de start bereikt de TGV (hoge snelheids trein) in 3 minuten een snelheid van 88,3 m/s.

Bereken de gemiddelde snelheid in m/s
A
29,4 m/s
B
264,9 m/s
C
44,2 m/s

Slide 19 - Quizvraag

hst 15 paragraaf 2

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Video

Slide 22 - Tekstslide

Grootheden en eenheden

Slide 23 - Tekstslide

v,t-diagram maken
In een v,t-diagram zetten we de snelheid uit tegen de tijd. De tijd staat daarbij horizontaal en de snelheid verticaal. Let hierbij op de juiste eenheden. 

Slide 24 - Tekstslide

Het v,t-diagram
Verticaal staat de snelheid v
Horizontaal staat de tijd t

Het v,t-diagram hiernaast hoort bij een versnelde beweging. De grafiek loopt immers omhoog.

Slide 25 - Tekstslide

De eenparige beweging
Bij een eenparige beweging is de snelheid de hele tijd hetzelfde

In het v,t-diagram loopt de grafiek horizontaal

Slide 26 - Tekstslide

Bewegingen
We kennen 3 soorten bewegingen. Elke beweging heeft zijn eigen bijpassende grafieken.

De versnelde beweging
De vertraagde beweging
De eenparige beweging

Slide 27 - Tekstslide

Bewegingen
De versnelde beweging:
Bij deze beweging wordt de snelheid steeds groter.
Elke seconde wordt er meer afstand afgelegd.

De eenparige beweging (constant):
Bij deze beweging blijft de snelheid constant (gelijk)
Elke seconde wordt er dezelfde afstand afgelegd.

De vertraagde beweging:
Bij deze beweging wordt de snelheid steeds kleiner.
Elke seconde wordt er minder afstand afgelegd

Slide 28 - Tekstslide

Versnelling
Als je de versnelling van iets wilt weten kun je dat uitrekenen met de formule:

a=tvevbofa=tΔv
Δv=snelheidsverandering
t=tijd
a=versnelling

Slide 29 - Tekstslide

Slide 30 - Tekstslide

Slide 31 - Tekstslide

Een atlete loopt de 100 meter in 10,8 seconden.
Bereken de gemiddelde snelheid.
A
v = 0,108 m/s
B
v = 33,3 m/s
C
v = 2,57 m/s
D
v = 9,26 m/s

Slide 32 - Quizvraag

Een auto rijdt 385 km met een gemiddelde snelheid van 110 km/h. Bereken hoelang de auto over die afstand doet.
A
t = 3,5 h
B
t = 0,29 h
C
Drie kwartier
D
t = 2,5 h

Slide 33 - Quizvraag


Welke beweging is in de grafiek getekend ?
A
Eenparige (constante) beweging
B
Eenparig versnelde beweging
C
Eenparig vertraagde beweging
D
Stilstand

Slide 34 - Quizvraag


Welke beweging is in de grafiek getekend ?
A
Eenparige (constante) beweging
B
Eenparig versnelde beweging
C
Eenparig vertraagde beweging
D
Stilstand

Slide 35 - Quizvraag


Welke beweging is in de grafiek getekend ?
A
Eenparige (constante) beweging
B
Eenparig versnelde beweging
C
Eenparig vertraagde beweging
D
Stilstand

Slide 36 - Quizvraag

Welke grafiek geeft een versnelde beweging weer?
A
B
C
D

Slide 37 - Quizvraag

Hoe noem je een beweging waarvan de snelheid niet verandert?
een ----------- beweging

Slide 38 - Open vraag

Wat betekent een eenparige beweging?

Slide 39 - Open vraag

Wat is de juiste eenheid voor de versnelling?
A
m
B
m/s
C
m/s2
D
N

Slide 40 - Quizvraag

Aan de slag
lezen en maken 15.2

Slide 41 - Tekstslide