Sporten op school

Sporten op school
1 / 34
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2Secundair onderwijs

In deze les zitten 34 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les

Sporten op school

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat weet je al over sporten op school?

Slide 2 - Woordweb

Geef enkele aanwijzingen aan de leerlingen, antwoorden op woordniveau:
- wanneer?
- wat heb je nodig?
- vind je dit leuk?
- wie is jouw leerkracht sport?
- waar ga je sporten?
Leerdoelen
  • woorden over sport kennen 
  • basiszinnen in de sportles begrijpen 
  • weten wat je moet meebrengen naar de sportles





ken je sportwoorden,



begrijp je de sportregels, 



kan je basiszinnen in de sportles begrijpen en 



kan je de juiste kledij kiezen.

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke sporten ken je?

Slide 4 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

lopen

wandelen

fietsen

voetballen

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lopen en wandelen
Lopen is snel bewegen, wandelen is rustig bewegen.

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe beweegt de schildpad?
A
De schildpad beweegt mooi.
B
De schildpad beweegt niet.
C
De schildpad beweegt heel snel.
D
De schildpad beweegt rustig.

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe rijdt de auto?
A
De auto rijdt rustig.
B
De auto rijdt niet.
C
De auto rijdt heel snel.
D
De auto stopt.

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Voetballen en gooien
Je voetbalt met een bal. Gooien doe je met de hand, naar een doel of kegel.

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zwemmen
Zwemmen doe je in het zwembad. Vergeet je zwemspullen niet!

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

de zwembroek 
het zwempak

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kan jij zwemmen?
๐Ÿ˜’๐Ÿ™๐Ÿ˜๐Ÿ™‚๐Ÿ˜ƒ

Slide 12 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Ik
Jij / hij / zij
Wij/jullie / zij
Het werkwoord: zwemmen
zwem
zwemt
zwemmen

Slide 13 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Tekst
Tekst
Tekst
1
2
3
4
Ik 
zwem
met mijn
vrienden

Slide 14 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 15 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Wat verloor Mr. Bean in het zwembad?
A
zijn horloge
B
zijn handdoek
C
zijn zwempak
D
zijn zwembroek

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een uurtabel aflezen.
In deze tabel kan je de openingsuren van het zwembad aflezen. 

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

zwempak
zwemband
zwembad
zwembroek

Slide 18 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat neem je mee naar de sportles?
  • de sporttas
  • de t-shirt
  • de sportbroek
  • de sportschoenen 

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De sportkledij
Zorg altijd voor schone sportkledij en sportschoenen.

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De kleedkamer
Kleed je hier om vรณรณr en na de sportles. Houd het netjes.

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waar sport je?
binnen
buiten   
in de sportzaal
op het straat
op de mat
in het park

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Links en rechts
In de sportles gebruik je vaak links en rechts. Ken je het verschil?

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Op welke dag hebben jullie sport?
A
maandag
B
donderdag
C
woensdag
D
vrijdag

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Zet de dagen van de week in de juiste volgorde. 
maandag 
dinsdag 
woensdag  
donderdag  
vrijdag
zaterdag
zondag

Slide 25 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

De kleuren
Kijk naar de ballen. Welke kleuren zie je?

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke kleuren zie je?
rood
groen
oranje
wit
bruin
grijs
geel
blauw
zwart
paars

Slide 27 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Korte zinnen in de sportles
Beeld uit:
  • gooi de bal
  • ruim op
  • ga links
  • ga rechts
  • kom naar hier
  • loop
  • wandel

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Noem 3 dingen die je nodig hebt voor de sportles.

Slide 29 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het verschil tussen lopen en wandelen?
A
lopen is snel bewegen
B
wandelen is snel bewegen

Slide 30 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat doe je in het zwembad?
A
fietsen
B
voetballen
C
wandelen
D
zwemmen

Slide 31 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat neem je mee naar de sportles?
A
de sportschoenen
B
de zwemshort
C
de sporttas
D
de zwemspullen

Slide 32 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Schrijf 3 woorden op die je deze les hebt geleerd

Slide 33 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
  • woorden over sport kennen 
  • basiszinnen in de sportles begrijpen 
  • weten wat je moet meebrengen naar de sportles





ken je sportwoorden,



begrijp je de sportregels, 



kan je basiszinnen in de sportles begrijpen en 



kan je de juiste kledij kiezen.

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies