De rijinstructeur staat met een beginnende leerling vooraan bij het rode verkeerslicht. Na enkele tellen gaat het rode licht over in groen licht, wat de leerling niet door heeft. Wat moet de rijinstructeur in deze situatie zeggen?
A
Hij zegt heel vriendelijk "op welke kleur licht zit je te wachten?"
B
Hij zegt "Het licht is groen".
C
Hij zegt "Je mag doorrijden want het licht is inmiddels groen".
1 / 60
volgende
Slide 1: Quizvraag
RijopleidingBeroepsopleiding
In deze les zitten 60 slides, met interactieve quizzen.
Lesduur is: 60 min
Onderdelen in deze les
De rijinstructeur staat met een beginnende leerling vooraan bij het rode verkeerslicht. Na enkele tellen gaat het rode licht over in groen licht, wat de leerling niet door heeft. Wat moet de rijinstructeur in deze situatie zeggen?
A
Hij zegt heel vriendelijk "op welke kleur licht zit je te wachten?"
B
Hij zegt "Het licht is groen".
C
Hij zegt "Je mag doorrijden want het licht is inmiddels groen".
Slide 1 - Quizvraag
Je gaat vandaag de les inhalen behandelen. Inhalen legt je uit, maar verwijst daarbij niet naar de voorgaande les die te maken heeft met deze les. Wat zal het meest waarschijnlijke gevolg hiervan zijn?
A
LL gaat fouten maken tijdens de les.
B
LL kan in de war raken daar hij niet inziet in welke leerstap hij zich bevindt (ziet de verbanden niet).
C
LL gaat met zelfvertrouwen oefenen.
Slide 2 - Quizvraag
Je bent met een les inhalen bezig. Je passeert een geparkeerde auto maar de leerling rijdt er te dicht langs. Op welke deelhandelingen wijs je als instructeur bij de les inhalen?
A
Scannen.
B
Ruimtekussen.
C
Inhalen.
Slide 3 - Quizvraag
Je ziet op de foto een vrachtauto waar jij achter rijdt. Ook is er voor de vrachtauto een verkeerslicht. Wat is het gevolg van deze situatie? (LL moet om de vrachtauto heen rijden) Hierbij moet je de deelhandelingen opnoemen in de juiste volgorde.) 1. Voor laten gaan. 2 Richting. 3 Sturen. 4 Scannen.
A
1,2,3,4.
B
4,1,2,3.
C
4,2,1,3.
D
1,4,2,3.
Slide 4 - Quizvraag
U heeft met uw leerling voertuigbediening afgerond, wat gaat u hem daarna aanleren qua kijkgedrag?
A
Bochtherkenning.
B
Tot 7 tellen en dan in de binnenspiegel kijken.
C
Opnoemen van voorrangsregels op een kruispunt.
Slide 5 - Quizvraag
U gaat voor het eerst met uw leerling de autosnelweg op. U komt in een file terecht. Hoe zal een gemiddelde leerling hierop reageren? (de rijinstructeur vertelt hoe om te gaan met fileverkeer)
A
Angstig en bang omdat het zijn 1e keer is.
B
Leerling verveelt zich, hij vindt het tijdverspilling.
C
Hij reageert positief. Hij weet voortaan hoe hij om moet gaan met file.
Slide 6 - Quizvraag
Je ziet een rijbaan met een flauwe bocht. De leerling zit in de fase van voertuigbeheersing. De leerling dreigt op de andere weghelft terecht te komen, bestemd voor het tegemoet komend verkeer. Hoe ga je in deze situatie handelen?
A
Mondeling ingrijpen.
B
Mondeling ingrijpen en uitgebreid vertellen.
C
Fysiek ingrijpen.
Slide 7 - Quizvraag
Je ziet een foto van een turborotonde. De leerling is in de beginfase van eenvoudige verkeerssituaties. In de route komt deze rotonde voor. Hoe moet de rijinstructeur de route voor de leerling inplannen?
A
Rotonde niet inplannen dus vermijden.
B
Ja, inplannen met extra begeleiding.
C
Inplannen laten berijden en globaal vertellen.
Slide 8 - Quizvraag
Een leerling maakt een fout bij eenvoudige verkeerssituatie. Je gaat deze fout uitgebreid/gedetailleerd bespreken terwijl de leerling op dat moment een kruispunt nadert. Wat zal het gevolg zijn?
A
Het heeft geen invloed op de leerling.
B
Leerling gaat fouten maken op het kruispunt.
C
Leerling raakt mentaal overladen.
Slide 9 - Quizvraag
Bij het aanleren invoegen op de autosnelweg waarschuwt de instructeur de leerling, dat het inschatten van de snelheid die andere voertuigen hebben erg moeilijk is. Wat voor gevolgen heeft dit bij de leerling?
A
Leerling krijgt meer zelfvertrouwen.
B
Leerling kan zijn aandacht geheel richten op diegene die op de autosnelweg rijden.
C
De leerling wordt er onzeker van om de opdracht uit te voeren.
Slide 10 - Quizvraag
De rijinstructeur rijdt met de leerling in een drukke winkel straat. Aan de linkerkant staat een witte bestelauto op een VOP. Je wilde met de leerling een andere leerling gaan ophalen. De leerling stop netjes voor de VOP. Hoe ga je met deze deze situatie om?
A
Je geeft compliment en vraagt waarom hij voor de VOP is gestopt.
B
Nu hij toch stil staat toets je de kennis van de leerling.
C
Je zegt niets.
Slide 11 - Quizvraag
Je rijdt in een hele drukke winkelstraat. Je loopt aanzienlijk vertraging op om de volgende leerling op te halen. Hoe los je dit op?
A
Je belt de andere leerling op en geeft door dat je wat later komt.
B
In het vervolg een ruimere tijdsbuffer tussen de lessen inbouwen.
C
In het vervolg de route beter voorbereiden.
Slide 12 - Quizvraag
Je zit in de eindfase van CVS met je leerling. Je gaat rechts afslaan met je leerling. Daarbij vertel je alle kritieke punten aan je leerling. Wat zal het gevolg zijn?
A
LL raakt gedemotiveerd.
B
De motivatie neemt toe bij de leerling.
C
LL raakt geïrriteerd.
Slide 13 - Quizvraag
U bent tijdens het rijden met een leerling uitgebreid een fout aan het bespreken. De leerling nadert een druk kruispunt. Wat zal hier het gevolg van zijn?
A
Hij raakt mentaal overladen.
B
Hij weet nu wat hij fout doet.
C
Zo leert hij om meerdere dingen tegelijk te doen.
Slide 14 - Quizvraag
Door een intest is gebleken dat de leerling uw aanwijzingen vlot oppakt, maar dat hij weinig gevoel heeft voor de bediening van het voertuig. Wat voor gevolgen heeft dit voor uw instructie?
A
Je legt de nadruk op de uitleg.
B
Je laat de leerling zoveel mogelijk oefenen.
C
Je demonstreert de handelingen tenminste 2 maal.
Slide 15 - Quizvraag
Je nadert met een gevorderde leerling een groep militairen die in een colonne lopen. Je twijfelt of de leerling deze colonne heeft gezien. Wat doe je?
A
Je zegt niets en laat het de leerling zelf oplossen.
B
Je zegt: "wat doen die nog op de weg"..
C
Je zegt: "iets meer links aanhouden".
Slide 16 - Quizvraag
Je begint met een nieuwe les en je bent op zoek naar je instructiekaart en later bij het uitleggen van de deeltaak moet je de situatieschetsen nog zoeken. Wat is hier aan de hand?
A
De planning van de les is niet goed.
B
De rijinstructeur heeft geen tijd om onderweg te zoeken naar deze spullen.
C
De ordening en voorbereiding van de instructeur moet beter.
Slide 17 - Quizvraag
Hoe kan een instructeur een ongemotiveerde leerling bij de les betrekken?
A
Door het laten zien van videobeelden.
B
Door veel vragen te stellen.
C
Door tijdens de les het lesdoel te motiveren.
Slide 18 - Quizvraag
Leerlingen die bezig zijn met wegrijden en stoppen, maken vaak dezelfde basisfouten. Wat is een veel voorkomende fout?
A
Te veel of weinig sturen.
B
Wegrijden zonder dodehoek-controle.
C
Onjuiste spiegelafstelling.
Slide 19 - Quizvraag
Je ziet een foto van een rijbaan. Op de rechterrijstrook staat een lijnbus. Linker deel van de rijbaan is afzet met rood/wit afzettingsmateriaal. Een leerling zit in de opleidingsfase EVS. Hij moet tijdig tot stilstand komen op de rechterrijstrook. Tijdens deze handelingen zal hij een fout maken. Wat is de meest waarschijnlijke oorzaak van deze fout?
A
De leerling rijdt nog onvoldoende sociaal.
B
De leerling beheerst zijn theorie nog niet.
C
De leerling raakt overladen door de ingewikkelde situatie.
Slide 20 - Quizvraag
Het is goed weer als je aan de les begint, tijdens de les rijdt je met de leerling in een mistbank, wat doe je in deze situatie?
A
Je begeleidt de leerling door de mistbank heen.
B
Je laat je leerling keren en zoekt een route waar de mist minder hevig is.
C
Je wisselt van plaats en rijdt zelf door de mistbank.
Slide 21 - Quizvraag
U rijdt met een gevorderde leerling, opeens komt u een mistbank inrijden. Wat doet u?
A
Leerling naar huis laten rijden.
B
Andere route nemen.
C
Gewoon door laten rijden..
Slide 22 - Quizvraag
Een rijinstructeur wil een leerling "het achteruit in file parkeren" aanleren. Op welke moment in de praktijkles geeft de rijinstructeur een demonstratie?
A
Als hij de opdracht geeft aan de leerling om de taak uit te voeren.
B
Als hij met behulp van een speelgoedautootje het verloop van de manoeuvre laat zien.
C
Als hij vertelt uit welke belangrijke stappen en kritieke punten de manoeuvre is opgebouwd.
Slide 23 - Quizvraag
Bij de keuze van hulpmiddelen is het van belang om rekening te houden met :
A
De begrijpelijkheid van het hulpmiddel voor de rijinstructeur.
B
De leerstof die je gaat behandelen..
C
De beschikbare tijd.
Slide 24 - Quizvraag
Als rijinstructeur ga je voor morgen een les voorbereiden. Hoe weet je wat je moet voorbereiden?
A
Door op de instructiekaart te kijken wat de LL vorige les heeft gedaan.
B
Door de aantekeningen bij deze leerling door te lezen.
C
Door een les te kiezen die u zelf leuk vindt.
Slide 25 - Quizvraag
Met een beginnende LL had je gepland om voertuigbeheersing te oefenen. Onderweg naar de locatie is er sprake van harde (storm) windstoten. Wat ga je in deze situatie doen?
A
Rekening houden met de vordering van deze leerling en de leerling verder laten rijden met begeleiding.
B
Een andere route kiezen.
C
Geheel Begeleiden.
Slide 26 - Quizvraag
Op het nieuws 's morgens hoor je dat het licht gaat sneeuwen. Wat doe je?
A
Je zegt alle lessen af.
B
Je lest alleen maar op die wegen, die reeds zijn schoongemaakt.
C
Je gaat de leerlingen onder je begeleiding laten rijden in de sneeuw.
Slide 27 - Quizvraag
Je bevindt je op een drukke autosnelweg. De leerling is bezig om drie vrachtauto's in te halen. Tijdens het inhalen komt er een auto vlak voor je rijden. Wat zeg je?
A
Je zegt: "gas los".
B
Je zegt: "afremmen".
C
Je zegt: "denk aan de afstand".
Slide 28 - Quizvraag
Bij een beginnend leerling steekt plotseling een fietser over. Wat doe je?
A
U grijpt in en corrigeert.
B
U evalueert dit tijdens de situatie.
C
U laat het aan de leerling over.
Slide 29 - Quizvraag
Het heeft licht gesneeuwd, wat doe je met je lesplanning?
A
Je zegt alles af.
B
Je gaat toch lessen en houdt rekening met de vordering van de leerling.
C
Je gaat gewoon lessen maar rijdt voornamelijk op die wegen waar het gestrooid is.
Slide 30 - Quizvraag
Een beginnende leerling rijdt in een eenvoudige verkeersituatie. Voor hem is een vrachtauto. Hij moet om deze vrachtauto heen sturen. Wat moet je als rijinstructeur doen?
A
Stoppen en stap voor stap uitleggen.
B
Vertellen van kijken richting geven enz. En laten uitvoeren.
C
Direct ingrijpen.
Slide 31 - Quizvraag
Je ziet een weg met een smalle rijbaan van klinkers (kruispunt) en rondom bos. Uw leerling zit in de fase van zelfstandig rijden. U geeft hem op dat moment de omkeeropdracht en legt de nadruk op de verkeersveiligheid. Uw leerling keert de auto vóór het kruispunt door middel van steken. Hoe kunt u het beste reageren?
A
U vraagt: 'waarom heb je voor deze manier gekozen?'.
B
U zegt: prima gedaan!'.
C
U vraagt: 'vond je dit een veilige manier van keren?'.
Slide 32 - Quizvraag
Je ziet een weg met een smalle rijbaan van klinkers, kruispunt en rondom bos. Uit de tegenover gestelde richting komt een bus aanrijden. Je hebt een overmoedige leerling die bij een andere rijschool al een paar keer examen heeft gedaan. Leerling zet hier de auto aan de kant van de rijbaan, maar vergeet daar bij het koppelingspedaal in te trappen. Hoe kunt u bij deze leerling het beste reageren?
A
Op tijd zeggen dat leerling het koppelingspedaal moet intrappen.
B
Je zegt: "vergeet je niet wat".
C
Niets zeggen en de leerling zelf de situatie op laten lossen.
Slide 33 - Quizvraag
Je bent met de LL bezig met EVS. Je wilt bochten oefenen met LL. Hoe pak je dat aan?
A
LL gelegenheid geven om bochten te oefenen in rustige omgeving.
B
Berijden van bochten afwisselen met nadere rijtaken.
C
Bochten laten oefenen op een groot parkeerterrein.
Slide 34 - Quizvraag
Tijdens de les links afslaan bespreek je alle deelhandelingen. Wat is de didactische functie van het uitleggen van de deelhandelingen?
A
De leerling maakt minder fouten.
B
De leerling voert de deelhandelingen goed uit.
C
De leerling kan zicht een beeld vormen van de deelhandelingen.
Slide 35 - Quizvraag
Je oefent met een beginnende leerling eenvoudige verkeerssituaties. Je nadert een groen verkeerslicht. Je ziet dat een persoon met de hand een fiets meevoert. Hij loopt echter door en de fiets staat gedeeltelijk op de rijbaan. Hoe handel je deze situatie?
A
Je zegt: "houdt rekening met het ruimtekussen".
B
Je remt snel af.
C
Je zegt: "snelheid verminderen".
Slide 36 - Quizvraag
Een leerling gaat voor de eerste keer invoegen op autosnelweg. Je zegt tegen de leerling: houd rekening met de snelheid van het overige verkeer en vervolgens ga je met hem oefenen. Wat zal het gevolg zijn van deze informatie?
A
Leerling heeft een onvolledig beeld van invoegen.
B
Leerling weet hoe hij moet invoegen.
C
In de toekomst zullen de fouten van de leerling zich herhalen.
Slide 37 - Quizvraag
Je komt met je leerling in een file terecht in een winkelstraat. Je merkt dat je te laat bent voor de volgende les. Wat heb je niet goed gedaan?
A
Je hebt geen rekening gehouden met de uitlooptijd tussen twee lessen.
B
Je had de volgende leerling moeten bellen en afzeggen.
C
Je moet de volgende leerling bellen en zeggen dat je iets later begint met de les i.v.m. file.
Slide 38 - Quizvraag
Het is een donkere winterdag met veel verkeer op de weg. Gezien de weersomstandigheden is de route die gereden wordt te hoog gegrepen voor een beginnende leerling die slechts 2 lessen gehad heeft. Hoe kan je didactisch gezien het beste in deze situatie handelen?
A
Leerling zoveel mogelijk zelfstandig laten rijden.
B
Leerling volledig begeleiden.
C
Leerling op doe op minder aanwijzingen laten rijden.
Slide 39 - Quizvraag
Tijdens de les komt je in een hevige regenbui terecht. Wat doe je in deze situatie?
A
Je zegt alle lessen af.
B
Je gaat de lessen verzetten dan wel verschuiven.
C
Je gaat bepaalde punten in de route vermijden.
Slide 40 - Quizvraag
Wanneer past u de lesroute aan, indien uitzonderlijk weer zich plotseling tijdens de les voordoet?
A
Altijd.
B
Afhankelijk van de fase van de opleiding, het vertoonde rijgedrag en de leerlingenkenmerken.
C
De route wordt niet meer gewijzigd. De rijles wordt verzet.
Slide 41 - Quizvraag
Wanneer worden lessen afgezegd of de lesroutes aangepast?
A
Bij sneeuw.
B
Bij omstandigheden die kunnen leiden tot gevaar tijdens het lessen.
C
Bij het naderen van risicovolle gebieden.
Slide 42 - Quizvraag
Het samenstellen van passende lesroutes is afhankelijk van:
A
De aan te leren rijtaken.
B
De leerlingkenmerken.
C
De fase van de lessen.
Slide 43 - Quizvraag
Je ziet een rode fiat in een 30 km gebied. De leerling moet in een vak parkeren waarbij rechts en links vrij zijn. Voor welke leerling is deze locatie het meest geschikt?
A
Leerling in de beginfase van de opleiding.
B
Leerling in de fase van EVS.
C
Leerling in de fase van CVS.
Slide 44 - Quizvraag
Wat moet een gemiddelde leerling in een logische volgorde doen?
A
Afslaan- kruispunt- rotonde.
B
Kruispunt- afslaan- rotonde.
C
Rotonde- kruispunt- afslaan.
Slide 45 - Quizvraag
Je leerling bevindt zich in de fase van eenvoudige situaties. Je gaat met je leerling vooruit parkeren in een zeer drukke winkelstraat. Is deze plaats geschikt voor de leerling?
A
Deze locatie is juist.
B
Deze locatie is geheel ongeschikt voor vooruit parkeren.
C
Deze locatie is boven het niveau van de leerling.
Slide 46 - Quizvraag
Je bent aan het lessen met een vlotte leerling die in de eindfase zit van eenvoudige verkeerssituaties. Welke opdracht kan je deze leerling didactisch gezien het beste geven?
A
Je laat de leerling een route rijden in een rustige omgeving.
B
Je gaat alvast 1 of 2 complexe verkeerssituaties oefenen, zodat de leerling weet wat hij de volgende les kan verwachten.
C
Je laat de leerling zelf een route kiezen.
Slide 47 - Quizvraag
Een beginnende leerling rijdt in een 60 km zone. Is dit een geschikte lesplaats?
A
Ja.
B
Nee, niet uitdagend genoeg.
C
Nee, te druk.
Slide 48 - Quizvraag
Je bent in de eindfase van eenvoudige verkeerssituaties met een vlotte leerling. Je komt bij een vrij drukke winkelstraat en je geeft de leerling de opdracht om vooruit fileparkeren uit te voeren. Welk gevolg zal dit voor de leerling hebben?
A
Is een uitdaging voor de leerling.
B
Leerling raakt in stress.
C
Leerling raakt geïrriteerd.
Slide 49 - Quizvraag
Je laat een gevorderde leerling een route rijden waarbij je alleen oriëntatiepunten aangeeft. Wat is het gevolg van deze opdracht?
A
De leerling weet niet wat de bedoeling is.
B
De leerling krijgt meer motivatie om aan de les te beginnen.
C
De leerling raakt helemaal in de stress en doet alles fout.
Slide 50 - Quizvraag
Je leerling heeft net eenvoudige verkeersituatie gehad, tijdens de route wil je een paar keer bocht achteruitrijden oefenen. Dit onderdeel had je reeds behandeld. Hoe kan je dit het beste aanpakken?
A
Je rijdt naar een rustig parkeerterrein.
B
Je laat de leerling zelf een route bepalen en bochtachteruit rijden.
C
Je rijdt naar een rustig omgeving en laat de leerling bocht achtruit rijden.
Slide 51 - Quizvraag
Je wilt een beginnende leerling bochten laten oefenen. Wat doe je?
A
2 keer achter elkaar de bocht op de zelfde locatie oefenen.
B
Begin les 1 keer op een stille locatie en einde les 1 keer op andere locatie dus verschillende bochten oefenen.
C
De gehele les bocht oefenen op verschillende plaatsen.
Slide 52 - Quizvraag
Je wilt met de hellingproef gaan oefenen op een weg met een flauwe helling. Voor welke leerling is deze locatie het meest geschikt?
A
Voor niemand geschikt.
B
Voor een beginnende leerling.
C
Voor een gevorderde leerling.
Slide 53 - Quizvraag
LL zit in de beginfase van de rijopleiding. Je wilt de LL leren oefenen in kijken. Je kiest een woonwijk met verschillende kruispunten. Wat zal het gevolg zijn?
A
LL kan kijken meerdere malen oefenen.
B
LL krijgt de kans om kijken te oefenen.
C
LL kan kijken opbouwen van makkelijk naar moeilijk.
Slide 54 - Quizvraag
Je gaat met je leerling bocht achteruitrijden herhalen. De leerling maakt enkele fouten. Hoe ga je in deze situatie handelen?
A
Meteen na de uitvoering bespreken.
B
Tijdens de uitvoering bespreken.
C
Einde les bespreken.
Slide 55 - Quizvraag
Je wilt met je leerling complexe rotondes oefenen (foto grote rotonde met fietser die net voor je langsrijdt). Je hebt de route zo uitgestippeld, dat je hoe dan ook deze rotonde tegenkomt, je wilt dat je leerling einde les minimaal 1 x de rotonde goed uitvoert. Hoe ga je dat aanpakken?
A
Je blijft in de buurt van de rotonde en laat je leerling een paar keer deze rotonde berijden.
B
Je rijdt gelijk over de rotonde met je leerling en rijdt een route met een andere complexe situatie.
C
Je oefent met je leerling andere rotondes en aan het het eind van de les kom je bij de rotonde op de foto.
Slide 56 - Quizvraag
Je wilt een leerling achteruit fileparkeren aanleren. Welke situatie is hier de beste keuze?
A
Een geparkeerde auto met niets erachter.
B
Een auto geparkeerd met de neus naar je toe.
C
Twee auto's met voldoende tussenruimte tussen de auto's om te parkeren.
Slide 57 - Quizvraag
Je gaat met je leerling recht achteruitrijden oefenen, langs een trottoirband. Hoe kan je didactisch gezien het beste handelen?
A
2 keer op de zelfde plaats oefenen.
B
1 keer oefenen en ergens anders in de route nog een keer oefenen.
C
Een keer oefenen en de volgende les weer oefenen.
Slide 58 - Quizvraag
Je ziet een foto van een kruispunt met gele strepen (wegwerkzaamheden). Wat ga je de leerling leren, die zich in de fase van complexe verkeerssituaties bevindt?
A
Anticiperend rijden.
B
Leerling zelfstandig laten rijden.
C
Een onderdeel in EVS.
Slide 59 - Quizvraag
De leerling is bezig met de twintigste rijles. Bij het afslaan naar rechts noemt de instructeur alle stappen van het rechts afslaan. Wat is hiervan het gevolg?
A
De leerling bereikt eerder het niveau van zelfstandigheid.
B
De leerling wordt uitgedaagd tot het leveren van een betere prestatie.