H2: §1 Steden in de wereld - deel 2

H2: Steden
§1 Wereld: steden in de wereld 
Deel 1 
1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundeMiddelbare schoolvmbo g, t, mavoLeerjaar 2

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

H2: Steden
§1 Wereld: steden in de wereld 
Deel 1 

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen
  1. Je weet wat het verschil is tussen een hoofdstad, wereldstad en megastad. 
  2. Je begrijpt waarom een gunstige ligging en een stedelijk netwerk belangrijk is. 
  3. Je kunt de begrippen megastad, wereldstad, hoofdstad, stedelijk netwerk, primate city, verstedelijkingsgraad, verstedelijkingstempo, urbanisatie en vestigingsoverschot in je eigen woorden omschrijven.  

Slide 2 - Tekstslide

Wat hoort waar bij?
Megastad
Wereldstad
Hoofdstad
Een stad met meer dan 10 miljoen inwoners. 
Deze stad heeft veel inwoners en is belangrijk voor de wereld.
In deze stad vind je meestal de regering van een land. 

Slide 3 - Sleepvraag

Wat is het verschil tussen een wereldstad en megastad?

Slide 4 - Open vraag

De ligging van steden
Als we kijken naar de ligging van steden dan vallen 3 dingen op:

  1. Ze liggen in een vlak gebied met rivieren
  2. Ze liggen aan de kust
  3. Ze liggen in een gebied met vruchtbare grond of grondstoffen.

Slide 5 - Tekstslide

Waarom liggen steden juist op deze plekken?

Slide 6 - Open vraag

Steden bij rivieren, kust, vlak, grondstoffen

Gunstig voor voedsel, vervoer en de handel.

Slide 7 - Tekstslide

Een stedelijk netwerk
Als steden onderling met elkaar verbonden zijn, noemen we dat een stedelijk netwerk. 

Bedrijven, wetenschappers en kunstenaars hebben dan veel contact met elkaar. Ze wisselen kennis en ideeën uit.

Zo'n stedelijk netwerk kan ervoor zorgen dat de economie in het hele land groeit. 

Slide 8 - Tekstslide

Wat vormen steden als ze goed met elkaar zijn verbonden?

Slide 9 - Open vraag

Steeds meer mensen in de stad
Zo'n 100 jaar geleden leefde 13% van de wereldbevolking in de stad. 
Tegenwoordig is dat meer dan 50%. 

In de stad is vaak meer werk en meer geld te verdienen dan op het platteland. 
De groei van steden doordat mensen naar de stad trekken noemen we urbanisatie


Slide 10 - Tekstslide

Verstedelijkings
graad en tempo
Rijke landen: veel mensen wonen in de stad. Er is een hoge verstedelijkingsgraad. Het verstedelijkingstempo is laag. 

Arme landen: er wonen niet veel mensen in de stad. Er is een lage verstedelijkingsgraad. Het verstedelijkingstempo is er hoog. 

Verstedelijkingsgraad = het percentage mensen in een land dat in een stad woont. 
Verstedelijkingstempo = het percentage waarmee de verstedelijkingsgraad jaarlijks toeneemt. 

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Video

Steeds meer mensen in de stad
De urbanisatie van steden heeft 2 oorzaken:

  1. Er is een vestigingsoverschot. Mensen verhuizen van het platteland naar de stad, op zoek naar werk en een beter leven.            
  2. Er is een natuurlijke bevolkingsgroei. In de stad is er een hoog geboortecijfer, doordat er vooral jonge mensen in de stad gaan wonen, die hier hun gezin stichten. 

Slide 13 - Tekstslide

Wat betekent deze kleur voor Argentinië?

Slide 14 - Open vraag

Welk verschil zie je tussen de verstedelijkingsgraad in arme en rijke landen?

Slide 15 - Open vraag

Welk verband is er tussen de ontwikkeling van een land en de verstedelijkingsgraad. Gebruik een hoe, hoe zin.

Slide 16 - Open vraag

De verstedelijkingsgraad van Europa is hoog. Wat zegt dit over het verstedelijkingstempo in Europa?

Slide 17 - Open vraag

Aan de slag!
Wat? §1 opdracht 4,5,6 en 7
Hoe? je mag samenwerken met je buur, dit doe je fluisterend.
Hulp? Je buur en eventueel de atlas.
Vragen? Steek je vinger op en werk ondertussen verder. Ik kom vanzelf bij je. 


Klaar? Maak woordkaartjes, oefenvragen of gebruik de leerdoelen om een samenvatting te maken van §1. 

Slide 18 - Tekstslide