5V Beco FinLev. H8 Herhaling

5V Beco FinLev. H8 Herhaling
1 / 47
volgende
Slide 1: Tekstslide
BedrijfseconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5

In deze les zitten 47 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

5V Beco FinLev. H8 Herhaling

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aandelen
Bewijs van eigendom, deelname in het Eigen Vermogen

Nominale waarde <-----------> Beurskoers


Emissiekoers is de koers waartegen nieuwe aandelen worden uitgegeven

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

2 manieren om rendement op een aandeel te behalen:

- Dividend: aandeelhouders ontvangen een deel van de behaalde winst
- Koerswinst / -verlies: de beurskoers van het aandeel kan na de aanschaf stijgen of dalen

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Dividend
Bijvoorbeeld dividend is € 2,- per aandeel

Of dividendpercentage is 5%
Dit betekent 5% van de nominale waarde van het aandeel
Dus als nominale waarde € 100,- is, is het dividend 
0,05 x 100 = € 5,-

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Dividendrendement
                                 Dividend per aandeel
Dividendrendement = -------------------------  x 100%
                              beurskoers

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aandelenrendement
          Koerswinst / -verlies en Dividend per aandeel
 =                       -----------------------------------------------  x 100%
       aankoopprijs aandeel

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Obligaties
Een geldlening verdeeld in kleine stukjes.

De houder van een obligatie leent dus geld uit
De houder van een obligatie ontvangt dus per periode rente en ontvangt aan het einde van de looptijd de lening terug

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Obligaties
De beurskoers van een obligatie wordt vaak uitgedrukt in procenten, dus bijvoorbeeld 102%

Dit betekent dat de beurskoers van een aandeel van nominaal 
€ 1.000,- dus 1,02 x 1.000 = € 1.020,- is

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Obligaties
De beurskoers van een 4% staatsobligatie is 103%
Als de nominale waarde € 100,- zou zijn, dan betaal je dus € 103,- voor de obligatie en krijg je € 4,- rente

Couponrendement = 4 / 103 x 100 = 3,9%

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Als de marktrente op spaarrekeningen 3% is, dan zal de beurskoers van een 5% staatsobligatie ... zijn
A
onder de 100%
B
boven de 100%

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Opties
Call optie:

recht om gedurende de looptijd van de optie aandelen te kopen tegen een vooraf vastgestelde prijs ( de uitoefenprijs )
( vaak per 100 aandelen )
Voor de optie betaalt de koper een premie aan de verkoper ( de schrijver ) van de optie ( x 100 )

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opties
Call optie:

De koper van de optie zal van de optie gebruik maken als de koers hoger is dan de uitoefenprijs

winst per optie = ( huidige koers - uitoefenprijs - optiepremie )
x 100

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opties
Call optie:

De schrijver van de optie heeft de plicht om de aandelen tegen de uitoefenprijs te verkopen

verlies per optie = ( huidige koers - uitoefenprijs - optiepremie )
x 100

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opties
Call optie:
De koper van de optie zal niet van de optie gebruik maken als de koers lager is dan de uitoefenprijs
verlies per optie = optiepremie x 100

De schrijver van de optie hoeft als de koers lager is dan de uitoefenprijs dus ook niet in actie te komen
winst per optie = optiepremie x 100

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opties
Putl optie:

recht om gedurende de looptijd van de optie aandelen te verkopen tegen een vooraf vastgestelde prijs ( de uitoefenprijs)
( vaak per 100 aandelen )
Voor de optie betaalt de koper een premie aan de verkoper ( de schrijver ) van de optie ( x 100 )

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opties
Put optie:

De koper van de optie zal van de optie gebruik maken als de koers lager is dan de uitoefenprijs

winst per optie = ( uitoefenprijs - huidige koers - optiepremie )
x 100

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opties
Put optie:

De schrijver van de optie heeft de plicht om de aandelen tegen de uitoefenprijs te kopen

verlies per optie = ( uitoefenprijs - huidige koers - optiepremie )
x 100

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opties
Put optie:
De koper van de optie zal niet van de optie gebruik maken als de koers hoger is dan de uitoefenprijs
verlies per optie = optiepremie x 100

De schrijver van de optie hoeft als de koers hoger is dan de uitoefenprijs dus ook niet in actie te komen
winst per optie = optiepremie x 100

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kopen Call optie = long gaan
Schrijven Call optie = short gaan

Kopen Put optie = long gaan
Schrijven Put optie = short gaan


Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

1 optie = 100 aandelen

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opties kunnen ook worden gebruikt om de risico's van aandelen in te perken: hedgen 
Stel je belegt € 10.000,- in aandelen, maar hebt dit geld binnenkort wel weer nodig voor een uitgave.
Je hoopt dat de waarde van de aandelen in de tussentijd stijgt, maar ziet ook het risico dat de waarde van de aandelen daalt en je op het moment van verkoop een groot verlies hebt

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Stel je koopt 200 aandelen KS BV voor € 50,-, dus 
in totaal € 10.000,-
Stel dat de waarde na 1 maand € 55,- is. 
De winst is dan 200 x ( 55 - 50 ) = € 1.000,-

Stel dat de waarde na 1 maand € 45,- is.
Het verlies is dan 200 x ( 50 - 45 ) = € 1.000,-


Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Stel je koopt 200 aandelen KS BV voor € 50,-, dus in totaal 
€ 10.000,-. En je koopt er 2 put opties bij met een uitoefenprijs van € 49,- voor een optiepremie van € 0,75

Stel dat de waarde na 1 maand € 55,- is. 
De winst is dan 200 x ( 55 - 50 ) - 200 x 0,75 = € 850,-



Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Stel je koopt 200 aandelen KS BV voor € 50,-, dus in totaal 
€ 10.000,-. En je koopt er 2 put opties bij met een uitoefenprijs van € 49,- voor een optiepremie van € 0,75

Stel dat de waarde na 1 maand € 45,- is.
Het verlies is dan 200 x ( 50 - 49 ) - 200 x 0,75 = € 350,-


Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Peter Azarov verwacht dat de koers van een aandeel ADSM gaat stijgen. Daarom koopt Peter twee call opties met een uitoefenprijs van € 46. Een aandeel ADSM noteert nu € 44,76. De optiepremie is € 1,50. Enkele maanden later stijgt de koers van een aandeel ADSM naar € 78,-. Bereken het verlies voor de schrijver van de twee call opties.
A
€ 6.100
B
€ 6.348
C
€ 6.800
D
€ 7.048

Slide 28 - Quizvraag

200 x (78 - 46 - 1,50) = 6.100,-.
Het antwoord is A: 6100

 200 x (78 - 46 - 1,50) = 6.100,-.

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Guus koopt drie call opties omdat hij verwacht dat de koers van het aandeel Fugro gaat stijgen. Een aandeel Fugro heeft nu een beurskoers van € 4,75. De uitoefenprijs is € 4,90. Na 3 maanden is de koers van het aandeel Fugro gedaald naar € 4,60. De optiepremie is € 0,40. Bereken de waarde van de call opties na drie maanden
A
€ 90
B
€ 60
C
€ -30
D
€ 0,00

Slide 30 - Quizvraag

De call optie is waardeloos. Guus gaat geen aandelen kopen voor 4,90 als hij diezelfde aandelen op de beurs kan kopen voor 4,60.
Het antwoord is D: 0

De call optie is waardeloos. Guus gaat geen aandelen kopen voor 4,90 als hij diezelfde aandelen op de beurs kan kopen voor 4,60.


Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De koers van een aandeel ASML is € 43,40. Een call optie met een uitoefenprijs van € 46,20 heeft een optiepremie van € 1,80. Bereken de winst per optie als de koers van het aandeel ASML gestegen is naar € 49,40.
A
€ 140
B
€ 320
C
€ 420
D
€ 600

Slide 32 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Toelichting:
 winst per optie = (49,40 – 46,20 – 1,80) × 100 = 140

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Jan koopt 4 call opties Philips met een uitoefenprijs van € 26,80. De optiepremie is € 1,50. De beurskoers van een aandeel Philips is op dat moment € 24,20. Drie maanden later, op het einde van de looptijd van de call optie, is de beurskoers van een aandeel Philips € 26,20. Hoe groot is het verlies van Jan met deze transactie?
A
€ 320
B
€ 440
C
€ 600
D
€ 840

Slide 34 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Toelichting:
Jan kan niet meer verliezen dan het geld dat hij heeft gestoken in het kopen van de opties en dat is € 1,50 × 400 = € 600.

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De koers van een aandeel Fugro is € 32,40. Helga koopt 10 put opties Fugro met een uitoefenprijs van € 31,80. De optiepremie is € 0,90. Twee maanden later is de koers van een aandeel Fugro gezakt naar € 29,60. Bereken de winst als Helga nu gebruik maakt van haar uitoefenrecht.
A
€ 1.100
B
€ 1.300
C
€ 1.900
D
€ 2.200

Slide 36 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Toelichting:
 (31,80 – 29,60 – 0,90) × 1.000 = € 1.300

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het rendement is de winst, die op de optie wordt behaald vergeleken met de investering in de optie

             winst optie
rendement = ---------------------- x 100%
              aankoopprijs optie

Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lisa verwacht dat de koers van het aandeel Aegon, nu € 42,50, in de toekomst gaat dalen. Zij koopt daarom 10 put opties met een uitoefenprijs van € 40,50. De optiepremie is € 1,50. Na 6 maanden noteert het aandeel Aegon € 37,20. Bereken het rendement dat Lisa heeft behaald met deze aankoop.
A
33,30%
B
96,40%
C
120%
D
253%

Slide 39 - Quizvraag

1,50 x 1000 = 1500 aankoopprijs
 1.000 x (40,50 - 37,20 - 1,50) = 1.800. winst
1.800/1.500 x 100% = 120%.

Het antwoord is C: 120%
1,50 x 1000 = 1500 aankoopprijs

 1.000 x (40,50 - 37,20 - 1,50 ) = 1800 winst

1.800/1.500 x 100% = 120%.


Slide 40 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Guus koopt drie call opties omdat hij verwacht dat de koers van het aandeel Fugro gaat stijgen. Een aandeel Fugro heeft nu een beurskoers van € 4,75. De uitoefenprijs is € 4,90. Na 3 maanden is de koers van het aandeel Fugro gestegen naar € 6,15. De optiepremie is € 0,40. Bereken het rendement dat Guus met het kopen van die call opties heeft behaald. Het rendement is de winst gedeeld door de investering x 100%.
A
212,50%
B
750,00%
C
937,50%
D
1005%

Slide 41 - Quizvraag

0,40 x 300 = 120 aankoopprijs
 300 x (6,15 - 4,90 - 0,40) = 255. winst
255/120 x 100% = 212,50%.

Het antwoord is A: 212,5
 Toelichting:
0,40 x 300 = 120 aankoopprijs
 300 x (6,15 - 4,90)  = 375 opbrengst
375 - 120 = 255 winst
255/120 x 100% = 212,50%.

Slide 42 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Een belegger koopt 200 aandelen tegen een beurskoers van € 43,80 en twee put opties op datzelfde aandeel met een uitoefenprijs van € 42,00 en een optiepremie van € 0,70. Hoeveel bedraagt het maximale verlies per aandeel dat de belegger op deze positie kan lijden?
A
€ 1,80
B
€ 2,50
C
€ 0,70
D
€ 3,60

Slide 43 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Toelichting:
De opbrengst van het aandeel bedraagt minimaal € 42. Voor het aandeel heeft de belegger € 43,80 betaalt en voor de optiepremie € 0,70. Totale kosten 43,80 + 0,70 = € 44,50. Het verschil tussen 44,50 en 42 = € 2,50 is het maximale verlies.

Slide 44 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bij het schrijven van een put optie is het risico minder groot dan bij het schrijven van een call optie
A
De bewering is juist
B
De bewering is onjuist

Slide 45 - Quizvraag

Het risico bij een put optie is gelijk aan de uitoefenprijs (als het aandeel waardeloos is geworden. Het risico bij het schrijven van een call optie is theoretisch oneindig groot. Het risico is gelijk aan het verschil tussen de uitoefenprijs en beurskoers van dat aandeel. Als de beurskoers heel sterk gestegen is, kan dat de schrijver heel veel gaan kosten.
 A: De bewering is juist
Het risico bij een put optie is gelijk aan de uitoefenprijs (als het aandeel waardeloos is geworden. Het risico bij het schrijven van een call optie is theoretisch oneindig groot. Het risico is gelijk aan het verschil tussen de uitoefenprijs en beurskoers van dat aandeel. Als de beurskoers heel sterk gestegen is, kan dat de schrijver heel veel gaan kosten.

Slide 46 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Oefenen Zelftoets H8 Financiële Levensloop

Slide 47 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies