13.4 Nieren

13.4 Nieren
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 5

In deze les zitten 20 slides, met tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

13.4 Nieren

Slide 1 - Tekstslide

Deze les:
- 13.3 dl2
- 13.4 Bouw nieren en nefron
- Oefenen Biologiepagina.nl
- Aan de slag!

Slide 2 - Tekstslide

Leerdoelen 13.3
9. Je beschrijft de invloed van het zenuwstelsel en het hormoonstelsel op de homeostase van het inwendige milieu. 
10. Je beschrijft de temperatuurregulatie van het lichaam. 
11. Je beschrijft hoe het lichaam de samenstelling van de weefselvloeistof constant houdt. 
12. Je benoemt de uitscheidingsorganen in het lichaam en beschrijft hun functie. 

Slide 3 - Tekstslide

Osmose
Dierlijke cellen streven naar isotone omstandigheden.

Slide 4 - Tekstslide

Weefselvloeistof-osmose-osmoreceptoren-dorstcentrum
1. Veel zweten: Vochtverlies, weefselvloeistof krijgt hoge osmotische waarde (hypertoon): cellen raken water kwijt

2. Osmoreceptoren: 'meten' de osmotische waarde van het bloed. Bij hoge waarde: aansturen dorstcentrum

3. Dorst: drinken zorgt voor een toename van de hoeveelheid water in het bloed en de weefselvloeistof: lagere osmotische waarde:
beter voor de cellen

Slide 5 - Tekstslide

Leerdoel 12
Je benoemt de uitscheidingsorganen in het lichaam en beschrijft hun functie.
Gal/bilirubine
CO2/water
zouten/water
zouten/water/afvalstoffen (ureum)
Uitscheidingsorganen:
nieren, huid, longen en lever

Slide 6 - Tekstslide

Aan de slag!
- Maken opdrachten 13.3 bij leerdoelen 11 en 12
- Slim stampen 13.3
- Controle en bespreken huiswerk

timer
10:00

Slide 7 - Tekstslide

Leerdoelen 13.4
13. Je beschrijft de bouw en werking van een nier en de weg waarlangs urine je lichaam verlaat.
14. Je beschrijft hoe voorurine en urine ontstaan.
15. Je legt de invloed van het hormoon ADH op de osmotische waarde van het bloed en de bloeddruk uit. 

nierschors, niermerg, urineblaas, urine, niereenheden, glomerulus, kapsel van Bowman, nierbuisje, waterhuishouding, ultrafiltratie, reabsorptie/terugresorptie, ADH

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Video

Functie van de nieren
Uit het lichaam (bloed) verwijderen van afvalstoffen (zoals ureum), overtollige zouten, overtollig water en lichaamsvreemde stoffen (afbraakproducten van medicijnen).

Slide 11 - Tekstslide

Bouw van de nieren
In de buikholte, bloedtoevoer door de nierslagader (1L/min), afvoer door de nierader.
Urineleiders voeren
aangemaakte urine
af naar urineblaas
Blaas voert urine af
door de urinebuis/ plasbuis


Slide 12 - Tekstslide

Bouw van de nieren
Nier bestaat uit nierschors, niermerg en nierbekken.

Je hebt in elke nier 1,3 miljoen
niereenheden
(nefronen)


Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Link

Nefron schematisch

Slide 16 - Tekstslide

Glomerulus
- Sterk vertakte haarvaten met grote poriën (= meer filtratie).
- Extra hoge bloeddruk door verschil diameter aan- en afvoerend slagadertje (= meer filtratie)

zorgt samen voor --> 
Ultrafiltratie


Slide 17 - Tekstslide

Kapsel van Bowman
- 20% van het bloedplasma komt door ultrafiltratie in de kapsel van Bowman = Voorurine 
- Hierin zit: water, glucose, aminozuren en andere voedingsstoffen + zouten, ureum en andere afvalstoffen.

Geen! Bloedcellen, bloedplaatjes of grote eiwitten, passen niet door poriën glomerulus dus blijven in het bloed.

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Link

Aan de slag!
- Maken opdrachten bij 13.4 leerdoel 13

Huiswerk: 13.3 opdr. bij ld. 11 en 12 + 13.4 opdr. bij ld. 13

Slide 20 - Tekstslide