Observeren & Rapporteren

Observeren & Rapporteren
Week 8
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
Pedagogisch werkMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quiz, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Observeren & Rapporteren
Week 8

Slide 1 - Tekstslide


Observeren

Slide 2 - Woordweb

Programma
Lesdoelen
Herhaling waarom observeren?
Objectief en subjectief observeren
Observatieplan
Stappenplan
Opdracht: observatievragen formulieren
OPdracht 12 Observatieplan


Slide 3 - Tekstslide

Check- IN

Slide 4 - Tekstslide

Lesdoelen
  • Student weet wat observeren is. 
  • Student kan de 8 stappen van een observatieplan benoemen
  • Student kent het verschil tussen objectief en subjectief observeren


Slide 5 - Tekstslide

Observeren
Observeren= 
Bij observeren gaat altijd over het gedrag en doe je zo objectief mogelijk! 

  • Wanneer je observeert, doe je dit doelgericht en volgens een bepaalde methode. 
  • Je formuleert dus altijd vooraf het doel van je observatie.
  • Je beschrijft wie, wat, waar en wanneer je gaat observeren. 

Slide 6 - Tekstslide

Objectief en subjectief observeren
  • Wanneer je observeert, is het van belang dat je niet interpreteert. Je bent zo OBJECTIEF mogelijk!

  • Bij objectief observeren zorg je ervoor dat je niet beïnvloedt wordt door je eigen mening (of aanname), ervaring of betrokkenheid (dit noem je subjectief)

  • Hoe kijk je naar een kind? 

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Video

Observatieplan
Een observatieplan stel je op, omdat je niet zomaar kunt observeren. Dit overleg je vooraf met je stagebegeleider!

Observeren is dus doelgericht. Om doelgericht te werken moet je precies weten wat en hoe je dat moet doen! Dit beschrijf je in een observatieplan.

Slide 9 - Tekstslide

Eerst een stappenplan!
Wanneer je gaat observeren, doe je dit altijd met behulp van een vast stappenplan:

Stap 1: Begin situatie
Stap 2: Achtergrondinformatie
Stap 3: Observatiedoel en  doelgroep
Stap 4: observatievragen
STap 5: Wijze van observeren
Stap 6: Observatiemoment
Stap 7: Observatiehulpmiddelen
Stap 8: Manier van rapporteren 

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Video

Stap 1: beginsituatie
Aanleiding voor de observatie?
Dus waarom observeren?...

Mogelijke onderwerpen:
- klachten?
- Vermoedens?

Voorbeeld: Jasmijn gedraagt zich anders dan voorheen, ze is stiller en heeft minder contact met de andere kinderen. 



Slide 12 - Tekstslide

Stap 2: achtergrondinformatie
Wat weet je al over het kind of de situatie?
1. Kind gegevens: leeftijd, geslacht, medicijngebruik?
2. Thuissituatie: Opvoeders, broers/ zussen, werk ouders
3. Gedrag: Ontwikkelt het kind zich naar zijn leeftijd?

Slide 13 - Tekstslide

Stap 3: Observatie doelgroep+ observatiedoel
1. Observatiedoelgroep:
- Wie ga je observeren?
- Een kindje of een groep kinderen?
- I.v.m privacy: maak het annoniem
2. Observatiedoel
- Wat wil je te weten komen?
observatiedoel beginnen met: 
- 'ik wil weten'...
- 'Ik wil weten hoe het komt dat...ik wil weten waarom...






Slide 14 - Tekstslide

Stap 4: Observatievragen
Op welk gedrag en welke activiteit ga je precies letten?
Op welke vragen wil je na de observatie antwoord hebben?

-> Vragen sluiten aan bij de doel!

Voorbeeld:
- Tijdens welke activiteit slaat Kim een ander kindje?
- Welke kind wordt door Kim geslagen?
- Op welke moment van de dag slaat Kim?
- Wordt een PW'r door Kim geslagen?




Slide 15 - Tekstslide

Stap 5: Observatiemethode
Welke observatie methode ga je gebruiken

Ongestructureerd
Gestructureerd
Participerend
Niet participerend





Slide 16 - Tekstslide

Stap 6: observatiemoment
Op welke moment?
- datum, tijdstip en plaats?
Hoe lang?
Hou rekening met observatiedoel!

voorbeeld: Ik ga Kim observeren op 2 april, tussen 12-12.15 uur tijdens het buitenspelen op het schoolplein. 

Slide 17 - Tekstslide

Stap 7: observatiehulpmiddelen
Welke hulpmiddelen ga je inzetten?
- Stopwatch
- Pen en Papier
- laptop/ tablet
- camera/ mobiel
- Observatieformulier (Afhankelijk van de gekozen observatiemethode)

Voorbeeld:
Kwalitatieve observatie: vaak genoeg aan pen/ papier / laptop
Kwantitatieve observatie : vaak nog extra stopwatch/ lijst gedragingen 



Slide 18 - Tekstslide

Stap 8: manier van rapporteren 
 Hoe breng je het verslag uit aan je collega's?
1. Mondeling of schriftelijk
2. Waarom?
3. Wat zijn de voor en nadelen van deze manieren?

Slide 19 - Tekstslide

Aan de slag 
Maak opdracht 12 

Slide 20 - Tekstslide