Lezen 3.2 vwo 2

Lezen
timer
10:00
1 / 13
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

In deze les zitten 13 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Lezen
timer
10:00

Slide 1 - Tekstslide

Doelen


Aan het eind van de les weet je:

- wat een betogende tekst is

- hoe een betogende tekst is opgebouwd

- wat een argument/tegenargument is

- hoe je kritisch moet lezen

- wat verwijswoorden zijn

- een nieuw tekstverband: oorzaak/ gevolg

Slide 2 - Tekstslide

De volgende tekstsoorten kennen we:
  • informatieve teksten (= feitelijke informatie geven, bijv. nieuwsbericht, sportverslag, interviewverslag)
  • betogende teksten (= je mening geven en toelichten met argumenten met als doel de lezer overtuigen van je mening, bijv. een tekst over zwarte piet
  • activerende teksten (= lezer aanzetten tot handelen, bijv. reclame/oproep)
  • amuserende teksten (= vermaak, bijv. een mop/boek/gedicht)

Slide 3 - Tekstslide

Dus...
  • informatieve tekst:
  • lezer informeren
  • geen mening van de schrijver


  • betogende tekst:
  • lezer overtuigen,
  • wel mening van de schrijver


Slide 4 - Tekstslide

Betogen: vaak 3 deling
  • inleiding-> onderwerp noemen en aangeven wat hij ervan vindt
  • kern-> argumenten
  • slot-> conclusie of samenvatting

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Video

tegenargument
De schrijver benoemt eerst een argument tegen de mening. Hij probeert het argument tegen de mening te weerleggen.

Slide 7 - Tekstslide

Welke leesstrategie?
In kranten en tijdschriften zoeken naar geschikte artikelen over het onderwerp van je werkstuk.
A
zoekend lezen
B
globaal lezen
C
oriënterend lezen
D
kritisch lezen

Slide 8 - Quizvraag

Je leest:
een recept voor appeltaart
A
grondig en intensief lezen
B
Studerend lezen
C
Globaal lezen
D
Kritisch lezen

Slide 9 - Quizvraag

Kritisch lezen

Niet alle informatie is betrouwbaar. Stel jezelf vragen als:

  • Is de bron betrouwbaar?
  • Is de schrijver deskundig t.a.v. het onderwerp?
  • Wat is het doel van de tekst/website?
  • Is de informatie actueel (genoeg)?
  • Hoe is het taalgebruik? Veel spellingsfouten?

Slide 10 - Tekstslide

Oorzaak – gevolg
door, doordat, daardoor, waardoor, te danken aan, zodat, met als gevolg

Slide 11 - Tekstslide

Opsomming

en, ook, ten eerste,

ten tweede, vervolgens

Slide 12 - Tekstslide

Tegenstelling
echter, maar, daarentegen, hoewel, toch, tenzij




Slide 13 - Tekstslide