NOVA H3 Reacties van koolstofverbindingen

Aan het eind van deze les...
Weet je welke reacties kunnen optreden bij koolstofverbindingen:
  1. kraken
  2. additie
  3. substitutie
  4. condensatiereactie: vorming van een ester
  5. hydrolysereactie: ontleding van een ester
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Aan het eind van deze les...
Weet je welke reacties kunnen optreden bij koolstofverbindingen:
  1. kraken
  2. additie
  3. substitutie
  4. condensatiereactie: vorming van een ester
  5. hydrolysereactie: ontleding van een ester

Slide 1 - Tekstslide

KRAKEN
KRAKEN= grote moleculen in kleine stukjes breken
              


               C10H22    -->  C8H18  +  ........
             alkaan        -->   alkaan  +  ........

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Video

timer
1:00

Slide 4 - Tekstslide

antwoord

Slide 5 - Tekstslide

Aan het eind van deze les...
Weet je welke reacties kunnen optreden bij koolstofverbindingen:
  1. kraken
  2. additie
  3. substitutie
  4. condensatiereactie: vorming van een ester
  5. hydrolysereactie: ontleding van een ester

Slide 6 - Tekstslide

Additiereactie





                           C2H4        +       Br2      ->       C2H4Br2

Slide 7 - Tekstslide

Kenmerken van een additiereactie

  • Je start met een onverzadigde koolwaterstof  (C=C)
  • Je voegt één van de volgende stoffen toe: 
             Br2,    Cl2,    H2,    HF,    HCl,    HBr,     HI  of    H2O.
  • De dubbele binding klapt open en er ontstaat één nieuwe stof
  • De reactie verloopt snel

Slide 8 - Tekstslide

Additie met water
Bij een additiereactie met water splitst het H2O molecuul in een H-atoom en een -OH groep. Het H-atoom komt aan het ene C-atoom en de -OH groep aan het andere C-atoom

Slide 9 - Tekstslide

Welke stof ontstaat er bij de reactie van propeen met broom (dus Br2)?
A
1-broompropaan
B
1,2-dibroompropaan
C
1,3-dibroompropaan
D
2,3-dibroompropaan

Slide 10 - Quizvraag

Teken in je schrift de additie van water aan propeen. Welk(e) stof(fen) ontstaan?
A
propaan-1-ol
B
propaan-2-ol
C
beide
D
geen van beide

Slide 11 - Quizvraag

Aan het eind van deze les...
Weet je welke reacties kunnen optreden bij koolstofverbindingen:
  1. kraken
  2. additie
  3. substitutie
  4. condensatiereactie: vorming van een ester
  5. hydrolysereactie: ontleding van een ester

Slide 12 - Tekstslide

Substitutiereactie




     
                                                                              1-broompropaan         waterstofbromide
    
één H-atoom wordt VERVANGEN door één atoom van Br2
--> het andere Br-atoom neemt het H-atoom mee!

Slide 13 - Tekstslide

Substitutiereactie
Bij een overmaat broom wordt er nog een H-atoom vervangen





                 of   ....   1,1-dibroompropaan
                                 1,3-dibroompropaan
                                         2,2-dibroompropaan        
    

Slide 14 - Tekstslide

Bij een substitutie reactie worden er atomen in een molecuul ...
A
toegevoegd
B
vervangen
C
verwijderd

Slide 15 - Quizvraag


De afbeelding hiernaast geeft een ... weer. 
A
additiereactie
B
substitutiereactie

Slide 16 - Quizvraag

Aan het eind van deze les...
Weet je welke reacties kunnen optreden bij koolstofverbindingen:
  1. kraken
  2. additie
  3. substitutie
  4. condensatiereactie: vorming van een ester
  5. hydrolysereactie: ontleding van een ester

Slide 17 - Tekstslide

Estervorming = condensatiereactie
ester van ethanol en butaanzuur
karakteristieke groep
alkanol  (-OH)
alkaanzuur  (-COOH)
l

Slide 18 - Tekstslide

Nog een voorbeeld
Teken op dezelfde manier de vorming van de ester van 
methanol en ethaanzuur in structuurformules. 

Slide 19 - Tekstslide

Aan het eind van deze les...
Weet je welke reacties kunnen optreden bij koolstofverbindingen:
  1. kraken
  2. additie
  3. substitutie
  4. condensatiereactie: vorming van een ester
  5. hydrolysereactie: ontleding van een ester

Slide 20 - Tekstslide

de vorming van een ester kan worden omgekeerd
dit noem je hydrolyse (= 'kapot maken met water')
+ H2O
propaan-2-ol
+
butaanzuur
H    OH

Slide 21 - Tekstslide

Uit welke stoffen is deze ester ontstaan?
.........                    +         ...........
Teken eerst de structuurformules en geef de beginstoffen daarna de juiste naam
+ H2O
timer
3:00

Slide 22 - Tekstslide

Uit welke stoffen is deze ester ontstaan?
uitwerking:
+ H2O
propaan-2-ol
+
butaanzuur
H    OH

Slide 23 - Tekstslide

Geef de reactievergelijking van de hydrolyse van deze ester in structuurformules
timer
3:00

Slide 24 - Tekstslide

H3.4 - opgave 5b
Laag 1 = ? (=stof die niet met water mengt)
Laag 2 = water

In welke laag bevindt
zich een ester?

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Tekstslide