5.3: Ecosystemen

5.3 Ecosystemen
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

5.3 Ecosystemen

Slide 1 - Tekstslide

Wat gaan we doen?

  • Herhaling paragraaf 5.2 
  • Uitleg Paragraaf 5.3  
  • Zelfstandig werken

Slide 2 - Tekstslide

Verschil concurrentie en coöperatie? Hoort dit bij inter- of intraspecifiek?

Slide 3 - Woordweb

Slide 4 - Tekstslide

Wat is symbiose?

Slide 5 - Woordweb

Welke 3 vormen van symbiose zijn er?
geef hierbij aan hoe het ook alweer zat met voordeel en nadeel.

Slide 6 - Open vraag

Lesdoelen

1. Ik kan de voedselrelaties en de informatienetwerken binnen een ecosysteem beschrijven.
2. Ik kan de energiestroom door een ecosysteem beschrijven.
 

Slide 7 - Tekstslide

Voedselrelaties
In een ecosysteem zijn er voedselrelaties: wie eet wie?
Voedselrelaties geef je weer in een voedselketen of een voedselweb.

Slide 8 - Tekstslide

Voedselketen 


Elk organisme is een schakel
                in de voedselketen = trofisch niveau

Pijl geeft energiestroom aan
 = wordt gegeten door 

Gras (plant) -> Slak (herbivoor) -> Merel (carnivoor)

Slide 9 - Tekstslide

Trofisch niveau
Trofisch niveau = plaats in de voedselketen 

Slide 10 - Tekstslide

=Alle voedselrelaties in een gebied



Uit hoeveel schakels bestaat de langste voedselketen?
Voedselweb

Slide 11 - Sleepvraag

Autotroof 
Kunnen organische stoffen maken uit anorganische stoffen.
Gebruiken licht of stoffen als energiebron .

  • Foto-autotroof: licht als energiebron
    (GROEN, fotosynthese, planten of algen)
  • Chemo-autotroof: stof als energiebron (bacteriën, chemosynthese, oxidatie)

Slide 12 - Tekstslide

Foto-autotroof  
planten zijn foto-autotroof: zij maken zelf organische stoffen met behulp van zonlicht 

Slide 13 - Tekstslide

Chemo-autotroof
Sommige Archeae (en enkele bacteriën) zijn chemo-autotroof: in staat om organische stoffen te maken uit anorganische stoffen met behulp van energie uit een chemische reactie.

Slide 14 - Tekstslide

ASSIMILATIE (Assemble= bouwen)
Fotosynthese = koolstofassimilatie 
Voortgezette assimilatie = het maken van eiwitten, vetten en koolhydraten van die glucose (mineralen = anorganische stoffen voor nodig)

Slide 15 - Tekstslide

Heterotroof = afhankelijk van anderen voor hun voedsel

Slide 16 - Tekstslide

Assimilatie & Dissimilatie / opbouwen en afbreken

Slide 17 - Tekstslide

Producenten staan aan de basis van elke voedselketen!

Slide 18 - Tekstslide

Kringloop van stoffen

Slide 19 - Tekstslide

Piramiden en stromen in ecosystemen
De organismen per trofisch niveau kun je weergeven in een ecologische piramide.

In de afbeelding zie je het aantal organismen en het totale gewicht van alle organische stoffen (biomassa) per trofisch niveau.

Slide 20 - Tekstslide

Energiestroom
  • In een voedselpiramide wordt een deel van de biomassa doorgegeven aan het volgende trofische niveau.
  • Bij iedere stap gaat energie verloren door dissimilatie, afgestorven weefsel en onverteerd weefsel (ontlasting).

Slide 21 - Tekstslide

Piramides

Slide 22 - Tekstslide

Bruto en Netto Primaire Productie (BPP & NPP)
BPP (Bruto Primaire Productie) = A
NPP (Netto Primaire Productie) = A - R = P of I-F-R=P

Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Tekstslide

Vraag

Slide 25 - Tekstslide

Antwoord
D

Bij kweekvlees is er geen tot weinig respiratie/ dissimilatie (er is geen heel organisme). Daarnaast zal de hoeveelheid ontlasting (of in dit geval ongebruikt materiaal) veel lager zijn.

Slide 26 - Tekstslide

Aan de slag!


Paragraaf 5.3: opdrachten 32, 35, 37, 42 t/m 44

Slide 27 - Tekstslide