H2: Word Order

H2 : word order
 Year 2

Wordorder

Wie > doet > wat > waar > wanneer

1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
Middelbare school

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

H2 : word order
 Year 2

Wordorder

Wie > doet > wat > waar > wanneer

Slide 1 - Tekstslide

Word Order =>Woordvolgorde
The normal order of words in a sentence in English is:

wie + doet + wat/wie + waar + wanneer

Examples: 
  • Sem works at Mc Donald's on Sundays.
  • My parents are going on holiday to Malta tomorrow.
  • I gave flowers to my girlfriend last week.

Slide 2 - Tekstslide

Word Order
Ook bij samengestelde zinnen blijft de volgorde in het Engels hetzelfde
Kijk eens naar deze zin:
In het Nederlands:
Ik was gisteren naar school aan het lopen toen een auto de straat overstak.
blauw groen rood zwart groen rood blauw zwart groen
In het Engels:
I was walking to school yesterday when a car crossed the street
blauw groen zwart rood blauw groen zwart

Slide 3 - Tekstslide

Word Order

Slide 4 - Tekstslide

Grammar word order
TAKE NOTES!!

Slide 5 - Tekstslide

Word Order
Engelse zinnen verschillen een beetje van het Nederlands als het gaat om woordvolgorde. 

Kijk eens naar deze zin:
Mevrouw Willems is maandag naar de supermarkt geweest
In het Engels:
Miss Willems   has been         to the supermarket         on Monday.
Onderwerp      Werkwoord        Plaats                               Tijd

Slide 6 - Tekstslide

QUIZ TIME

Slide 7 - Tekstslide

What is the correct word order in English?
A
place before time
B
time before place

Slide 8 - Quizvraag

Word order: Is this sentence correct?
I always swim on Saturdays here.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 9 - Quizvraag

Word order
Een tekst kan uit 5 onderdelen bestaan. Zet deze in de juiste volgorde
Wie
Doet
Wat
Waar 
Wanneer

Slide 10 - Sleepvraag

Put the sentence in the correct order
I
don't like doing
my homework
in the weekend
in my room

Slide 11 - Sleepvraag

1. He _________ listens __________ to the radio.

2. They ___________ read ___________ a book.

3. Tom _________ is _________ very friendly. 

4. Pete _________ gets _________ angry. 

5. We _________ are _________ on time. 
Put the sentence in the correct order
often
sometimes
usually
never
always

Slide 12 - Sleepvraag

Put in the correct order
John
likes
eating hamburgers
at McDonalds 
on Saturday

Slide 13 - Sleepvraag

Word order: Is this correct?
I do my homework in the evening in my room.
A
Correct
B
Wrong

Slide 14 - Quizvraag

Put the sentence in the correct order
often
Jack
his house
paints
in Winter

Slide 15 - Sleepvraag

Put the sentence in the correct order
at home
is
sometimes
before 5 o'clock
Gerry

Slide 16 - Sleepvraag

How well do you feel about making sentences in English using the correct word order now?
😒🙁😐🙂😃

Slide 17 - Poll

The end!

Slide 18 - Tekstslide

Just incase:
Grammar word order extra practice
Extra practice word order 

Slide 19 - Tekstslide