Hoofdstuk 3 week 46

Goedemorgen, voel je welkom!
1 / 13
volgende
Slide 1: Tekstslide
BedrijfseconomieVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 2

In deze les zitten 13 slides, met tekstslides.

Onderdelen in deze les

Goedemorgen, voel je welkom!

Slide 1 - Tekstslide

Hoe ziet deze dag eruit?
- Jeugdjournaal
- Economie (en je cijfer van de toets)
- Wiskunde
- Pauze
- Mentoruur (spreekbeurt Lotus + opdrachten afmaken)
- Duits
- Pauze
- Les Anne Marie
- Vrije uur

Slide 2 - Tekstslide

Wat verwacht ik van je?:
- een actieve leerhouding
- als ik het woord heb, ben je stil
- als je een vraag hebt, steek je vinger dan op
- moet ik je 3 keer waarschuwen, kost je dat vrije tijd
-je respecteert elkaar
- je bent leergierig en draagt bij aan een fijne sfeer in de klas

Slide 3 - Tekstslide

Eind van deze les weet je:
  • - Hoe je op de arbeidsmarkt op zoek kunt naar werk en waarom scholing nodig is.
  • Terugblik op de toets (nakijken)
  • Wat heb je verder nodig: Leerboek vanaf blz. 68
  • 2. Zelfstandig werken - maken opdr.2 tot en met 9
  • 3. Evaluatie

Klaar?
Samenvatting invullen
Nakijken


Slide 4 - Tekstslide

Jullie zijn beter dan je denkt!
Jullie hebben allemaal een voldoende!

Iedereen heeft voor de toets een voldoende!

Slide 5 - Tekstslide

Neem je toets erbij 
we gaan de antwoorden gezamenlijk bespreken:
   1: gestegen - 2: gedaald
 2    € 38,50 - € 10 - € 4,95 + € 20 = € 43,55
3    € 64,41 + € 20 + € 7,50 = € 91,91
    € 91,91 - € 56,21 = € 35,70 betaald
 4    1.  directe ruil 2: indirecte ruil  3: directe ruil

Slide 6 - Tekstslide

Opdracht 5 t/m 7
5    Bijvoorbeeld: Er is niet altijd apparatuur beschikbaar waarmee je elektronisch kunt  betalen (bijv. op een markt, bij een collecte.) Bij stroomuitval of een computerstoring is het in winkels niet mogelijk  elektronisch te betalen.
6    Correcte antwoord: B Dat je je geld niet nu uitgeeft, maar bewaart voor later.
   Correcte antwoorden: A en B



Slide 7 - Tekstslide

Opdracht 8
   ABC: 0,013 × € 148 = € 1,92
    XYZ: 0,016 × € 148 = € 2,37
    € 2,37 - € 1,92 = € 0,45
of  1,6% - 1,3% = 0,3 %
    0,003 × € 148 = € 0,44
    (Het verschil in de twee antwoorden is een gevolg van afrondingen.)

Slide 8 - Tekstslide

Opdracht 9
   Als iemand zijn spaargeld voor langere tijd vastzet, kan de bank het volledige bedrag al die tijd uitlenen en eraan verdienen (en daardoor een hogere rente  geven).
10    Geld kan een ruilmiddel, spaarmiddel of rekenmiddel zijn.
    1.    Juiste antwoord: rekenmiddel
    2.    Juiste antwoord: ruilmiddel

Slide 9 - Tekstslide

Opdracht 11 - 13
11    Dan hoeft ze niet nog langer te wachten en kan ze meteen van het
        drumstel genieten.
    -    Nu is ze door de aanbieding goedkoper uit, over een poosje is het  drumstel weer duurder.
12    Ze moet het geleende geld terugbetalen en houdt dan minder/geen geld over voor andere dingen. (Vooral als ze onverwachte uitgaven heeft, kan dat voor  problemen zorgen.)
13    Correcte antwoorden: A en C

Slide 10 - Tekstslide

Opdracht 14
14  Ze betalen in totaal 36 × € 132 = € 4.752
    Het extra bedrag (de rente) is € 4.752 - € 4.000 = € 752
15    € 212,50 ÷ € 2.500 × 100 = 8,5% (zie blz.50)
16    Bij 12 maanden leen je het geld langer dan bij 6 maanden. Hoe langer je leent, hoe meer rente je betaalt.
17    Correcte antwoorden: B en C

Slide 11 - Tekstslide

Opdracht 18
18  Premie ANW € 48,57 p. mnd, VerzekerVoordelig € 30,23 per maand. Verschil per maand € 48,57 - € 30,23 = € 18,34
    € 18,34 = …% van € 48,57
    € 18,34 ÷ € 48,57 × 100 = 37,8%
19    Correcte antwoorden: B en C
20   € 95 − € 35 = € 60

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide