Herhaling verfijnde methode en resultaten

Bedrijfseconomie
Hoofdstuk 7 en 10 herhaling
1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
BedrijfseconomieMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Bedrijfseconomie
Hoofdstuk 7 en 10 herhaling

Slide 1 - Tekstslide

Primitieve opslagmethode
Drie manieren:
  1. Percentage van directe grondstofkosten OF
  2. Percentage van directe loonkosten OF
  3. Percentage van totale directe kosten

Dus: 1. Totale indirecte kosten/directe grondstofkosten OF
2. totale indirecte kosten/directe loonkosten OF
3. totale indirecte kosten/totale directe kosten.

Slide 2 - Tekstslide

Primitief opslaan (percentage berekenen)
Vraag 1:
Totale direct grondstof verbruik €90.000
Directe loonkosten is                     €60.000
Totale directe kosten                    €150.000
Totale indirecte kosten                  €18.000
Bereken het gebruikte opslagpercentage ter dekking van de indirecte kosten als je werkt met een percentage van de directe grondstofkosten?

Slide 3 - Tekstslide

Vraag 1:
Totale directe grondstof verbruik €90.000
Directe loonkosten is €60.000
Totale directe kosten €150.000
Totale indirecte kosten €18.000
Bereken het gebruikte opslagpercentage ter dekking van de indirecte kosten als je werkt met een percentage van de directe grondstofkosten?
A
12%
B
20%
C
30%
D
833%

Slide 4 - Quizvraag

Primitief opslaan (percentage berekenen)
 Vraag 1:
Totale grondstof verbruik          €90.000
Directe loonkosten is                  €60.000
Totale directe kosten                 €150.000
Totale indirecte kosten                €18.000
Bereken het gebruikte opslagpercentage ter dekking van de indirecte kosten als je werkt met een percentage van de directe grondstofkosten?
Antwoord:
Totale indirecte kosten/directe grondstofkosten x 100%=
€18.000/90.000 x 100% = 20%

Slide 5 - Tekstslide

Primitief opslaan (kostprijs berekenen)
Vraag 2:
Bereken de kostprijs van een stoel waar €120 euro aan grondstofkosten is besteed en €80 euro aan loonkosten. Het opslagpercentage voor de indirecte kosten is 20% over de directe grondstofkosten.

Slide 6 - Tekstslide

Vraag 2: Bereken de kostprijs van een stoel waar €120 euro aan grondstofkosten is besteed en €80 euro aan loonkosten. Het opslagpercentage voor de indirecte kosten is 20% over de directe grondstofkosten.
A
€200
B
€216
C
€224
D
€240

Slide 7 - Quizvraag

Primitief opslaan (kostprijs berekenen)
Vraag 2: 
Bereken de kostprijs van een stoel waar €120 euro aan grondstofkosten is besteed en €80 euro aan loonkosten. Het opslagpercentage voor de indirecte kosten is 20% over de directe grondstofkosten.
Antwoord: Grondstofkosten: €120
Loonkosten: €80
Totale directe kosten: €200
Opslag indirecte kosten (20% x €120)=€24
Totale kostprijs: €224

Slide 8 - Tekstslide

Verfijnde opslagmethode
  •  meerdere percentages voor de opslag indirecte kosten
  • indelen in groepen:
  • Indirecte kosten, die samenhangen met grondstof EN
  • Indirecte kosten, die samenhangen met loonkosten EN
  • Indirecte kosten, die nergens verband mee hebben
  • drie formules: indirecte ...... kosten/directe ....... kosten

Slide 9 - Tekstslide

Verfijnd opslaan (percentages berekenen)
Vraag 3: gegevens vorige periode
Direct materiaalverbruik:                            €400.000
Directe loonkosten:                                        €600.000
Totale directe kosten:                                € 1.000.000

Indirect materiaalverbruik                           €100.000 
Indirecte loonkosten                                        €60.000
Indirecte kosten niet specifiek                     €40.000 
Totale indirecte kosten                                   €200.000

Bereken de drie opslagpercentages?

Slide 10 - Tekstslide

Vraag 8: gegevens vorige periode

Direct materiaalverbruik: €400.000 Indirect materiaalverbruik : €100.000
Directe loonkosten: €600.000 Indirecte loonkosten: €60.000
Totale directe kosten: € 1.000.000 Indirecte kosten niet specifiek: €40.000
Totale indirecte kosten: €200.000

Bereken de drie opslagpercentages?
A
400%, 1.000%, 500%
B
10%, 6%, 4%
C
25%, 10% 20%
D
25%, 10%, 4%

Slide 11 - Quizvraag

Verfijnd opslaan (percentages berekenen)
Vraag 8: gegevens vorige periode
Direct materiaalverbruik:                              €400.000
Directe loonkosten:                                         €600.000
Totale directe kosten:                                 € 1.000.000

Indirect materiaalverbruik                            €100.000
Indirecte loonkosten                                         €60.000
Indirecte kosten niet specifiek                     €40.000
Totale indirecte kosten                                  €200.000
Bereken de drie opslagpercentages?
Antwoord:
Opslagpercentage op het materiaalverbruik:  €100.000/€400.000 x 100% = 25%
Opslagpercentage op de loonkosten:  €60.000/€600.000 x 100% = 10%
Opslagpercentage op de totale directe kosten:  €40.000/€1.000.000 x 100% = 4%


Slide 12 - Tekstslide

Wat is de formule van het bezettingsresultaat?
A
W - N / C -N
B
(W - N) x C/N
C
(W -N) x V/W
D
( C - N) x W/N

Slide 13 - Quizvraag

Wat is de juiste formule?
A
Transactieresultaat + Bezettingsresultaat = Bedrijfsresultaat
B
Bedrijfsresultaat = transactieresultaat - bezettingsresultaat
C
Bezettingsresultaat = opbrengst verkopen - kostprijsverkopen

Slide 14 - Quizvraag

Wat is de minimale prijs voor een incidentele order ?
A
Commerciële kostprijs
B
Variabele kosten plus extra kosten
C
Fabricagekostprijs
D
Constante kosten plus variabele kosten

Slide 15 - Quizvraag

Wat is het antwoord van routineopdracht 9 vraag a
A
10.000 positief
B
20.000 negatief
C
60.000 positief
D
niet gemaakt

Slide 16 - Quizvraag

Wat is het antwoord van routineopdracht 9 vraag b
A
6.000 positief
B
20.000 positief
C
60.000 negatief
D
niet gemaakt

Slide 17 - Quizvraag

Wat is het antwoord van routineopdracht 9 vraag c;

Transactieresultaat is +60.000, bezettingsresultaat is +6.000. Hoeveel is het bedrijfsresultaat?
A
66.000 positief
B
6.000 negatief
C
54.000 positief
D
60.000 positief

Slide 18 - Quizvraag