Dimensies van globalisering (Aardrijkskunde vwo), les 2: Examentraining

WERELD · DIMENSIES GLOBALISERING

Examentraining

Dimensies van globalisering: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
volgende
Slide 1: Slide
newEditorAardrijkskundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Introductie

Examentraining met vier vraagtypen over globalisering: verklaren, dimensies relateren, netwerkkaarten lezen en beargumenteren.

Onderdelen in deze les

WERELD · DIMENSIES GLOBALISERING

Examentraining

Dimensies van globalisering: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Frans Berkelaar / Wikimedia Commons, CC BY 2.0

WERELD · DIMENSIES GLOBALISERING

Wat ga je kunnen?

Ik kan examenvragen over globalisering beschrijven, verklaren, relateren aan dimensies en beargumenteren.

Deze slide heeft geen instructies

WERELD · DIMENSIES GLOBALISERING

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: wat vraagt de opdracht (geef, verklaar, beschrijf, beredeneer, beargumenteer) en welke bron of kaart hoort erbij?

  • 2. Zoek: welke dimensies spelen mee: natuur, economie, politiek, sociaal-cultureel of demografie?

  • 3. Schrijf: gebruik begrippen uit de syllabus en leg het verband met de situatie in de vraag.

  • 4. Check: heb je het aantal gevraagde argumenten of kenmerken gegeven?

Deze slide heeft geen instructies

KLM-toestel op luchthaven Schiphol, 2004

WERELD · DIMENSIES GLOBALISERING

Vraagtype 1: verklaren met tijdruimtecompressie

  • Een verklarende vraag vraagt om oorzaak en gevolg: 'leg uit waarom'.

  • Werkwijze: noem de technologie, het effect op (relatieve) afstand en het gevolg voor globalisering.

  • Voorbeeld: een Keniaanse rozenkweker levert snel verse bloemen aan Europese supermarkten.

Image credit: Atamari / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0

Leg uit dat vliegtransport de verkoop van verse bloemen uit Kenia in Europa mogelijk maakt.

Goed antwoord: snelle luchtvracht verkleint de relatieve afstand (tijdruimtecompressie), bloemen blijven vers, dus de markt is bereikbaar. Verwachte fout: alleen zeggen dat Kenia ver weg ligt of absolute afstand noemen.

Een stad krijgt een hogesnelheidslijn. Wat verandert er?

A

De absolute ligging verbetert, de relatieve niet

B

Zowel de absolute als relatieve afstand nemen af

C

De relatieve ligging verbetert, de absolute ligging niet

D

De absolute afstand tot andere steden wordt kleiner

Verwachte fout: de absolute ligging of afstand laten veranderen.

Kledingfabriek in Bangladesh: vrouwen aan de lopende band

WERELD · DIMENSIES GLOBALISERING

Vraagtype 2: relaties tussen dimensies

  • Bij een casus leg je verbanden tussen twee of meer dimensies.

  • Werkwijze: begin bij het verschijnsel, noem de dimensie en leg dan de relatie met de volgende dimensie.

  • Voorbeeld: een MNO verplaatst productie naar een land met een laag belastingtarief.

Image credit: Tareq Salahuddin / Wikimedia Commons, CC BY 2.0

Fabriek naar een land met lage belastingen: noem een demografisch gevolg.

Goed antwoord: er ontstaat werk, dus arbeidsmigratie van het platteland naar de stad of uit andere landen; in het oude land daalt de werkgelegenheid. Verwachte fout: alleen economische gevolgen noemen.

Een land verlaagt de belastingen om MNO's aan te trekken. Welke dimensie is dit?

A

Alleen sociaal-cultureel

B

Alleen demografisch

C

Politiek, met een economisch doel

D

Natuur, vanwege de ligging

Het is beleid van een staat (politiek) om investeringen (economie) aan te trekken. Verwachte fout: alleen 'economie' kiezen.

WERELD · DIMENSIES GLOBALISERING

Vraagtype 3: kaarten van netwerken lezen

  • Een netwerkkaart toont stromen (vliegroutes, handel, migratie) met lijnen of pijlen.

  • Werkwijze: beschrijf eerst het patroon (waar zijn de dikste stromen?) en verklaar het daarna.

  • Voorbeeld: een kaart van vliegverbindingen waarop de meeste lijnen tussen Noord-Amerika, Europa en Oost-Azië lopen.

Deze slide heeft geen instructies

Op een kaart lopen de meeste vliegroutes tussen centrumgebieden. Verklaar dit patroon.

Goed antwoord: in centrumgebieden zijn veel MNO's, kapitaal en welvarende reizigers, dus meer zakelijk en toeristisch verkeer. Verwachte fout: alleen het patroon herhalen in plaats van verklaren.

Een netwerkkaart toont veel dunne lijnen vanuit Afrikaanse landen. Wat leid je af?

A

Die gebieden zijn minder sterk in mondiale netwerken verbonden

B

Die gebieden liggen absoluut te ver weg

C

Die gebieden hebben geen enkele verbinding

D

Die gebieden hebben de beste relatieve ligging

Let op: dunne lijnen betekent minder, niet geen verbindingen. Verwachte fout: de tweede optie.

WERELD · DIMENSIES GLOBALISERING

Vraagtype 4: beargumenteren en waarderen

  • Bij 'beargumenteer' of een waarderende vraag geef je een oordeel met argumenten.

  • Werkwijze: noem het oordeel, minimaal twee argumenten vanuit verschillende dimensies en eventueel een voorbehoud.

  • Voorbeeld: stelling 'globalisering is vooral goed voor arme landen'.

Deze slide heeft geen instructies

Beargumenteer met twee dimensies of globalisering vooral voordelen brengt.

Goed antwoord: een oordeel, een economisch argument (welvaartsstijging, maar ook toenemende ongelijkheid) en een sociaal-cultureel of politiek argument (uniformiteit en diversiteit, of concurrentie tussen gebieden), met voorbehoud. Verwachte fout: één dimensie of geen oordeel.

Welke zin is een waarderend voorbehoud bij economische globalisering?

A

Het levert welvaart op, dus het is goed

B

De ongelijkheid wordt groter, dus het is slecht

C

Het zorgt voor meer handel tussen landen

D

Het levert welvaart op, maar de ongelijkheid wordt groter

Een voorbehoud weegt twee kanten af. De laatste optie is slechts beschrijvend.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Verklaren met tijdruimtecompressie

2

Relaties tussen dimensies

3

Netwerkkaarten lezen

4

Beargumenteren en waarderen

Herhaal het gekozen type klassikaal met een extra voorbeeld.

WERELD · DIMENSIES GLOBALISERING

Tips voor op het examen

  • Gebruik begrippen uit de syllabus (relatieve afstand, FDI, ruilvoet) en leg altijd het verband met de casus.

  • Beschrijven is niet verklaren: bij 'verklaar' noem je een oorzaak of principe.

  • Noem bij beargumenteren altijd minstens twee dimensies en een voorbehoud.

Deze slide heeft geen instructies