In deze les zitten 47 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Lesduur is: 15 min
Onderdelen in deze les
l'adjectif possessif
het bezittelijk voornaamwoord
Slide 1 - Tekstslide
Partie (deel) 1
Je gaat het bezittelijk voornaamwoord herhalen. Lees telkens de uitleg goed door en beantwoord de vragen.
Begrijp je iets niet? Stel een vraag!
Slide 2 - Tekstslide
Het bezittelijk voornaamwoord
C'est mon billet!
Ce n'est pas ton billet!
Slide 3 - Tekstslide
In welke zin staat een bezittelijk voornaamwoord?
A
Ik heb een grote hond.
B
Ik heet Jan.
C
Dat zijn mijn ouders.
D
Heb jij een nieuwe fiets?
Slide 4 - Quizvraag
Wat is het bezittelijk voornaamwoord op het plaatje?
Slide 5 - Open vraag
Bezittelijk voornaamwoord
JOUW hond
JULLIE huis
ONZE vrienden
HAAR auto
etc.
Slide 6 - Tekstslide
In welke zin staat een bezittelijk voornaamwoord?
A
Ik heb een grote hond.
B
Ik heet Jan.
C
Dat zijn mijn ouders.
D
Heb jij een nieuwe fiets?
Slide 7 - Quizvraag
En in het Frans?
"Mijn" heeft 3 betekenissen:
voor mannelijke woorden (le)
voor vrouwelijke woorden (la)
voor meervoudswoorden (les)
MON
MA
MES
le stylo
la maison
les parents
C'est mon stylo.
C'est ma maison.
Ce sont mes parents.
Slide 8 - Tekstslide
Wat is het bezittelijk voornaamwoord op het plaatje?
Slide 9 - Open vraag
Vertaal "Het is MIJN rugtas."
C'est ___ sac à dos.
A
mon
B
ma
C
mes
Slide 10 - Quizvraag
Bezittelijk voornaamwoord
JOUW hond
JULLIE huis
ONZE vrienden
HAAR auto
etc.
Slide 11 - Tekstslide
Vertaal: "Dat zijn MIJN boeken."
Ce sont ___ livres.
A
mon
B
ma
C
mes
Slide 12 - Quizvraag
En in het Frans?
"Mijn" heeft 3 betekenissen:
voor mannelijke woorden (le)
voor vrouwelijke woorden (la)
voor meervoudswoorden (les)
MON
MA
MES
le stylo
la maison
les parents
C'est mon stylo.
C'est ma maison.
Ce sont mes parents.
Slide 13 - Tekstslide
Vertaal: "Sophie is MIJN zus."
Sophie est ___ soeur.
A
mon
B
ma
C
mes
Slide 14 - Quizvraag
Vertaal "Het is MIJN rugtas."
C'est ___ sac à dos.
A
mon
B
ma
C
mes
Slide 15 - Quizvraag
Vertaal: "Dat zijn MIJN boeken."
Ce sont ___ livres.
A
mon
B
ma
C
mes
Slide 16 - Quizvraag
Vertaal: "Sophie is MIJN zus."
Sophie est ___ soeur.
A
mon
B
ma
C
mes
Slide 17 - Quizvraag
En de andere personen?
Julian is jouw broer
Slide 18 - Tekstslide
Jullie vader is aardig.
____ père est sympa.
A
votre
B
notre
C
vos
D
nos
Slide 19 - Quizvraag
Hun vrienden zijn Frans.
____ amis sont français.
A
nos
B
leur
C
leurs
D
notre
Slide 20 - Quizvraag
(Haar)___ père travaille comme prof.
A
Son
B
Sa
C
S'
D
Ses
Slide 21 - Quizvraag
C'est (zijn) ___ tante.
A
son
B
sa
C
ses
D
ta
Slide 22 - Quizvraag
c'est (onze) .............. chien
A
nos
B
notre
C
vos
D
votre
Slide 23 - Quizvraag
c'est (hun)________ ami
A
leurs
B
sleur
C
leur
D
luer
Slide 24 - Quizvraag
voilà (uw)................vêtements
A
vos
B
voi
C
votre
D
wu
Slide 25 - Quizvraag
Mijn vriendin spreekt Engels.
___ copine parle anglais.
Slide 26 - Open vraag
Haar oma is oud.
___ grand-mère est vieille.
Slide 27 - Open vraag
Uw huis is duur.
____ maison est chère.
Slide 28 - Open vraag
de bezittelijke voornaamwoorden enkelvoud Maak de juiste combinaties.
MIJN
JOUW
ZIJN/HAAR
mon
ton
son
ta
tes
mes
ses
ma
sa
Slide 29 - Sleepvraag
Het zelfstandig naamwoord bepaalt!
ma tante (v)
mon oncle (m
mes tantes / mes oncles
Slide 30 - Tekstslide
Sleep de juiste 2 bezittelijke voornaamwoorde naar het midden
les chiens
ma
mon
mes
ton
ta
tes
Slide 31 - Sleepvraag
Sleep de juiste 2 bezittelijke voornaamwoorde naar het midden
une piscine
ma
mon
mes
ton
ta
tes
Slide 32 - Sleepvraag
Sleep de juiste 2 bezittelijke voornaamwoorde naar het midden
les livres
ma
mon
mes
son
sa
ses
Slide 33 - Sleepvraag
de Bezittelijke Voornaamwoorden meervoud Maak de juiste combinaties.
ONS/ONZE
JULLIE / UW
HUN
nos
votre
leur
notre
vos
leurs
Slide 34 - Sleepvraag
I: Leg uit: waarom is de vertaling van zijn moeder sa mère?
Slide 35 - Open vraag
Geen regel zonder uitzondering
de klinkerbotsing en stomme H.......
Slide 36 - Tekstslide
Als een zelfstandig naamwoord met een klinker of stomme H begint (a,e,i,o,u,h)....
dan krijg je OOK bij vrouwelijke zelfstandige naamwoorden mon, ton of son.
son école (v)
mon amie (v)
ton armoire (v)
Slide 37 - Tekstslide
Vertaal het bezittelijk voornaamwoord tussen haakjes. Kies het goede bezittelijk voornaamwoord.
_________ (zijn) oncles (mannelijk meervoud)
A
ton
B
tes
C
son
D
ses
Slide 38 - Quizvraag
Vertaal het bezittelijk voornaamwoord tussen haakjes. Kies het goede bezittelijk voornaamwoord.
_________ (zijn) oncle
A
ton
B
tes
C
son
D
ses
Slide 39 - Quizvraag
Bezittelijk voornaamwoord: mijn vriendin=
A
ma amie
B
mon amie
C
mon ami
D
ma ami
Slide 40 - Quizvraag
Vertaal het bezittelijk voornaamwoord tussen haakjes. Kies het goede bezittelijk voornaamwoord.
_________ (hun) oncles
A
leur
B
leurs
C
sa
D
ces
Slide 41 - Quizvraag
Ik kan het bezittelijk voornaamwoord in het Frans toepassen.
Ja
Nee
Een beetje
Slide 42 - Poll
Partie (deel) 2
Je hebt de vragen van de LessonUp af.
Heb je geen vragen? Dan mag je op de link in de volgende dia klikken. Maak deze opdracht. Denk goed na of het zelfstandig naamwoord mannelijk/ vrouwelijk of meervoud is.
Slide 43 - Tekstslide
www.viviennestringa.com
Slide 44 - Link
Partie (deel) 3
Maak een memory spel van het bezittelijk voornaamwoord. Haal papier op en ga aan de slag. Je mag deze opdracht in duo's doen.
Slide 45 - Tekstslide
Evaluation
But:
ik kan een bezittelijk voornaamwoord herkennen en op de juiste manier gebruiken in een Franse zin.