Code+Deel 1 Hoofdstuk 3 Ja/nee-vragen


Uit hoeveel personen bestaat dit gezin?
A
twee personen
B
Twee volwassenen en drie kinderen
C
vijf personen
D
Drie volwassenen en vijftien kinderen
1 / 23
volgende
Slide 1: Quizvraag
NT2ISK

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 20 min

Onderdelen in deze les


Uit hoeveel personen bestaat dit gezin?
A
twee personen
B
Twee volwassenen en drie kinderen
C
vijf personen
D
Drie volwassenen en vijftien kinderen

Slide 1 - Quizvraag

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.

Uit hoeveel personen bestaat deze familie?
A
dertien personen
B
twaalf personen
C
veertien personen
D
elf personen

Slide 2 - Quizvraag

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.
Code+Deel 1 Hoofdstuk 3
ja/nee-vragen

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat weten we al?

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke zin is goed?
1  Jullie koffie drinken.
2 Jullie drinken koffie.
3 Koffie drinken jullie.
4 Drinken koffie jullie.

1 Ze vindt pinda's lekker.
2 Lekker pinda's ze vindt.
3 Ze lekker vindt pinda's.
4 Vindt lekker pinda's ze.

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

      1                       2                           3
Subject    persoonsvorm        de rest
Structuur van hoofdzin
Jullie drinken koffie.
Ze vindt pinda's lekker.

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

5W + 1 H

Wat?
Waar?
Wanneer?
Wie?
Waarom?
Hoe?
Ga naar H1 grammatica

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

      1                       2                           3
Subject    persoonsvorm        de rest
Ja/nee-vragen
      1                              2                    3
Persoonsvorm    subject        de rest?
Jullie drinken koffie.
Ze vindt pinda's lekker.
Drinken jullie koffie?         Ja, we drinken koffie.
Vindt ze pinda's lekker?   Nee, ze vindt pinda's niet lekker.

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke ja/nee-vraag is goed?
A
Ze kopen brood bij de bakker?
B
Ze brood kopen bij de bakker?
C
Kopen ze brood bij de bakker?
D
Bij de bakker kopen ze brood?

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke ja/nee-vraag is goed?
A
Drinkt hij thee?
B
Hij drinkt thee?
C
Thee hij drinkt?
D
Hij thee drinkt?

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Maak een ja/nee-vraag
Ze/boodschappen/doen?

Slide 11 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Jij/drink/koffie zonder suiker?

Slide 12 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Cola/in het park/ drinken/ u?

Slide 13 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Vinden/erwtensoep/lekker/hij?

Slide 14 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Pasta/thuis/vanavond/ze/koken?

Slide 15 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Vinden/hagelslag/niet/lekker/je vriend?

Slide 16 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Koken/eieren/onze moeder?

Slide 17 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Vinden/pizza/heerlijk/je broertje?

Slide 18 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Graag/eten/salade/bij de lunch/je?

Slide 19 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Tomatensoep/lusten/u?

Slide 20 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies


Hoe maak je een ja/nee-vraag?

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

           Aan de slag
Welke personen zitten er in jouw gezin?

Beschrijf ook kort de leden van jouw familie.






timer
1:00

Slide 22 - Tekstslide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. De docent start met modelleren en laat leerlingen vervolgens actief inoefenen. Volgens het 'ik-wij-jullie/jij-wij' principe wordt de ondersteuning geleidelijk afgebouwd. Er wordt gevarieerd in oefentypes en het leerproces wordt zichtbaar gemaakt, bijvoorbeeld met hardop denken opdrachten. Effectieve leerstrategieën zoals zelftesten, gespreid leren, schema’s maken, en samenvatten volgens de Cornell-methode worden expliciet aangeleerd. Dit herkneden van de lesstof helpt bij het bewerken van het lange termijn geheugen
           Begrippen
           uit deze les
Het gezin
De familie
De moeder
De vader 
.....

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies