In deze les zitten 12 slides, met interactieve quiz, tekstslides en 1 video.
Lesduur is: 70 min
Onderdelen in deze les
Slide 1 - Tekstslide
Deze slide heeft geen instructies
IMPROVISATIE
Ja zeggen
Einde les: - Je weet wat improvisatie is. - Je kan reageren op je tegenspeler. - Je kan scène improviseren.
Slide 2 - Tekstslide
In elke slide is het woord JA in een andere taal verstopt. Je kunt de leerlingen laten raden welke taal het is.
Ja = Engels
- Leerlingen
Afspraken in het lokaal
Op je plek zitten
Jassen, tassen op de tafels
Telefoon
Zitten in de kring
RESPECT
timer
3:00
Slide 3 - Tekstslide
Ja = Frans
Wat hebben we vorige week gedaan?
Slide 4 - Woordweb
Ja = Nederlands
Overzicht Periode 3
Thema: Impro
Week 1
Week 2
Week 3
Week 4
Week 5
Week 6
Week 7
Week 8
Week 9
Week 10
Introductie
Impro 1
Impro 2
Emoties
Verhaal
Dialogen
Komedie
Tragedie
Reclame
Presentaties
Slide 5 - Tekstslide
Deze slide heeft geen instructies
Deze les
Uitleg
Spelletje
Cadeau spel
Scenes
Afsluiten
Slide 6 - Tekstslide
Ja = Arabisch
Improvisatie
Wat is dat?
Wat is belangrijk denk je?
Ja zeggen, waarom?
VOORBEELD: Video Slide 8 (t/m 2:27)
Wat heb je gezien?
Wanneer zeggen ze ja?
Slide 7 - Tekstslide
Opstelling: Kring - Vraag de leerlingen wat ze al weten van improvisatie - Leg uit dat het belangrijk is om JA te zeggen op de ander. Voorbeeld: Hallo oma, hallo jongen. Als de ander zegt dat je oma bent, dan ben je dat. FILMPJE KIJKEN - Nabespreken
Ja = Turks
Starter/ Energizer
Stoel rechts van je
Slide 8 - Tekstslide
Opstelling Iedereen zit in een kring op stoelen.
Eén stoel is leeg.
Eén speler staat in het midden van de kring.
Spelregels
De persoon links van de lege stoel slaat snel op de lege stoel en roept de naam van iemand uit de kring.
Die persoon moet zo snel mogelijk op de lege stoel gaan zitten.
De speler in het midden probeert ondertussen ook op die stoel te gaan zitten. Maar hij mag alleen in looptempo lopen en niet versnellen.
Wie te laat is, moet in het midden gaan staan.
Daarna ontstaat weer een nieuwe lege stoel en gaat het spel door.
Extra regels
Je mag niet de naam van je directe buren noemen.
Ja = Chinees
Slide 9 - Video
Deze slide heeft geen instructies
Cadeau ontvangen
Geef een cadeau
Wat zit er in?
Slide 10 - Tekstslide
Opstelling Iedereen zit in een kring op stoelen.
Speler 1 geeft een cadeau aan de gene die naast hem zit, je kan er bij zeggen pas op hij is heel zwaar, heet, groot, dit beeld je ook uit. Speler 2 ontvangt hem zoals gekregen, bijvoorbeeld bij iets heek kleins: 'Bedankt voor deze rijstkorrel', of bij iets heel groots: 'Wat lief dat je me deze steen hebt gegeven.'
Ja = Zweeds
Scènes improviseren
Waar? Wat? Wie?
3 regels!
1. Respect
2. Docent telt de scène af 3. Applaus achteraf
Slide 11 - Tekstslide
Publieksopstelling
Leg uit dat het belangrijk is dat je weet waar de scène zich afspeelt, deze geef jij. Wat er gebeurt speel je uit (wanneer de groep dit te moeilijk vindt, geef jij een probleem). Wie laat je door de leerlingen zelf uitspelen. Opdracht Je laat 2/3 leerlingen een korte scène improviseren.
Spelregels
De spelers komen het speelvlak op en beginnen een scène op de gekozen locatie.
Ze mogen zelf personages bedenken (bijv. klant, buschauffeur, dokter).
Als een speler iets verzint, moet de ander altijd accepteren.