cross

NASK.H5Water.Les6 2g

1 / 38
volgende
Slide 1: Tekstslide
Middelbare schoolhavo

In deze les zitten 38 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 40 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Poedersuiker

Sigarettenrook



WAAROM????

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het allerkleinste stukje van een stof?
Stel je voor je verdeelt een staaf goud in steeds kleinere stukjes. Kleiner .. kleiner ... tot het niet kleiner kan.

Je hebt allemaal precies dezelfde  
moleculen goud. Dit zijn de kleinste stukjes goud die er bestaan.
 
Zo'n stukje stellen we voor als bolletje. 
Elke zuivere stof bestaat uit
1 soort bolletjes.

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Deeltjesmodel - bij zuivere stoffen
Goud .. bestaat dus uit alleen deeltjes goud

Pure suiker ... bestaat uit alleen deeltjes suiker

Water ... bestaat uit alleen deeltjes water

Het zijn niet echt precies bolletjes.
 Ze zijn zo klein dat je ze niet kunt zien
 
Wat als je twee zuivere stoffen bij elkaar doet?



Slide 5 - Tekstslide

(ongeveer 0, 000 000 1 mm) 
Mengsel (moleculen) 
Als je nou twee zuivere stoffen mengt? Hoe ziet dat eruit in het deeltjesmodel?


Dan krijg je dus, door elkaar, 
 2 soorten deeltjes.






Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Een mengsel kun je wel scheiden







Scheiden is bij Nask dus eigenlijk iets anders dan in de normale taal
 
Scheiden = verschillende stoffen die waren gemengd uit elkaar halen 
De groepjes bolletjes moeten er rechts anders uitzien dan links.
 

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Puur goud is een zuivere stof. Kun je die scheiden?
A
Ja
B
Nee
C
Alleen bij hoge temperatuur

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Fases van een stof
De manier waarop de deeltjes bij elkaar zitten bepaalt de fase.

vast: deeltjes dicht op elkaar - weinig beweging
vloeibaar: wat meer ruimte - meer beweging
gas: heel veel ruimte - veel beweging


Zit er iets tussen de deeltjes in het gas?? 
Vast     vloeibaar       gas
Is poedersuiker eigenlijk een vaste stof?

En rook?

En wat als je niest - minidruppeltjes (met of zonder virus) ... welke fase?

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat betekent dan de "fase"?

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Herhaling: mengsels en scheiden

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

1. Een mengsel van 
twee vloeistoffen 
die niet mengen
2. Een mengsel van 
een vaste stof en een vloeistof die niet mengen
3. Een mengsel van 
een vaste stof, vloeistof of gas  en een vloeistof 
die goed mengen.
Suspensie
Emulsie 
Oplossing

Slide 12 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Troebel of helder? 
Slepen maar ... 
Troebel
Helder
Suspensie
Emulsie
Oplossing

Slide 13 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Verf moet je schudden voor gebruik. Daardoor weet je dat het een ... is:
A
oplossing
B
suspensie
C
emulsie
D
mengsel van bloem en water

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke bevat een emulgator?

A
verf
B
Red Bull
C
mayonaise
D
koffie met suiker

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Emulsie
Het derde mengsel in het practicum heet emulsie 

Hier  water en olie - twee vloeistoffen die niet in elkaar oplossen.

Je kunt er een emulgator bij doen.

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Scheiden


Als je een mengsel weer wil scheiden, zijn daar technieken voor.

De makkelijkste pas je toe op suspensies.

Ingewikkeldere pas je toe op oplossingen.

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bezinken en afschenken
Een makkelijke manier om een suspensie te scheiden is laten bezinken en afschenken.

Dit werkt het beste als je vaste stof bestaat uit grote deeltjes die niet goed drijven. Anders gaan ze bij het afschenken mee!

Bezinken en afschenken wordt soms als eerste stap gebruikt om daarna een tweede techniek te gebruiken.

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Filtreren
Die tweede stap kan zijn filtreren. Dit betekent de grote vaste deeltjes weghalen met een filter

In het filter blijven de grote deeltjes achter, zij vormen het residu (in het filter).
Het filtraat is de vloeistof die erdoorheen is gelopen.

Een goed filter zal de vaste deeltjes tegenhouden en de vloeistof doorlaten

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Suspensie
Residu
Filtraat

Slide 20 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Oplossing
Een oplossing is altijd helder. 

Maar moet hij ook kleurloos zijn? Geef een voorbeeld van een oplossing met een  kleur

Oplossingen hebben kleine deeltjes

Hoe kun je een oplossing scheiden (3x)?

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Een oplossing scheiden
De twee (of meer) soorten deeltjes zijn goed gemengd

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Indampen
  • Een oplossing waarin een vaste stof opgelost is kun je indampen.
 
  • Bij indampen gebruik je warmte om het oplosmiddel te laten verdampen. 

  • De niet-verdampte vaste stof, die eerder in de oplossing zat, blijft achter. Bij indampen wil je juist deze stof, het residu, hebben. 

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Destilleren
  • Een oplossing van meerdere vloeistoffen kun je scheiden door destilleren.
  • Dit werkt doordat de stoffen verschillende kookpunten hebben. 

  • Wat achterblijft heet het residu
  • Wat na verdampen condenseert in het nieuwe glas heet destillaat

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Adsorberen
  • Een oplossing bevat te kleine deeltjes (moleculen) - die goed gemengd blijven en dwars door filters heengaan. Een techniek die wel werkt is adsorberen.
 
  • Met adsorberen voeg je een middel toe, het adsorptiemiddel, dat zich hecht aan de opgeloste stof. Samen vormen ze grotere deeltjes. Die verwijder je - bijvoorbeeld met een filter.
  • voorbeeld Norit (actieve kool)

Norit adsorbeert gif

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Fases, smeltpunt en kookpunt

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Fases van een stof
De manier waarop de deeltjes bij elkaar zitten bepaalt de fase.

vast: deeltjes dicht op elkaar - weinig beweging
vloeibaar: wat meer ruimte - meer beweging
gas: heel veel ruimte - veel beweging


Zit er iets tussen de deeltjes in het gas?? 
Vast     vloeibaar       gas

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat betekent dan de "fase"?

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat zie je hier allemaal?

Slide 30 - Tekstslide

Wat zijn die bellen?  
Wat is de temperatuur?
Welke fase-overgang zie je?
Sleep de fase en faseovergang naar de juiste plek.
Smelten
Stollen
Condenseren
Vervluchtigen
Rijpen
Verdampen
gas
vloeistof
vaste stof

Slide 31 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

vervluchtigen en rijpen
Smelten, stollen, verdampen en condenseren zie je bijna elke dag wel een keer. 

Lastiger zijn de overgangen tussen de fases gas (bijvoorbeeld waterdamp)  en vast.

Deze faseovergangen slaan de vloeibare fase over!  

Ze heten rijpen en vervluchtigen.

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Smelten en verdampen
  • Bij steeds meer opwarmen gaat een vaste stof smelten (bij de temperatuur die we het smelpunt noemen) 

  • Bij nog meer opwarmen uiteindelijk koken  en verdampen (bij de temperatuur die het kookpunt heet). 

  • Aan het smelt- en kookpunt kun je een stof herkennen!



  • van vast naar vloeibaar = smelten

  • van vloeibaar naar gas = verdampen

Slide 33 - Tekstslide

Deze heb ik even aangepast, want dan is het een inleiding voor de vraag die hierna komt. En ik moest "kookpunt" & "smeltpunt" nog introduceren.
Als iets een vaste stof is, waar
ligt dan zijn kookpunt?
A
dat weet je niet
B
lager dan kamertemperatuur
C
hoger dan kamertemperatuur

Slide 34 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Water op aarde

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Drinkwater
Drie manieren om in Nederland drinkwater te maken:
  • Grondwater

  • Oppervlaktewater

  • Water uit de duinen
Grondwater
Dit wordt in hoog Nederland opgepompt uit de grond uit ondergrondse rivieren en meren. Deze liggen tussen de 20 en 200 meter diep.
Het water is door de grond gezuiverd maar moet daarna ook nog gezuiverd worden. 

Oppervlaktewater.
Dit wordt in laag Nederland gemaakt, hier is namelijk het grondwater te zout. Het water wordt gemaakt van uit regenwater dat we uit rivieren en meren pompen en schoonmaken.

Duinwater
Water wat bij de kust uit de bodem gepompt wordt. Het water is zoetwater wat tussen zout- en brakwater zit.

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies