Les 5 motiverende gespreksvoering

Motiverende gespreksvoering
1 / 19
volgende
Slide 1: Woordweb
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quiz, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Motiverende gespreksvoering

Slide 1 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Motiverende gespreksvoering
Wat is het? 
- Zoek op internet op wat motiverende gespreksvoering inhoud.
- Deel naderhand met je groepsgenoot.

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Definitie

  • Motiverende Gespreksvoering is een benadering die mensen helpt hun gedrag ‘van binnenuit’ te veranderen. 

  • Motiverende gespreksvoering is een op samenwerking gerichte gespreksstijl die iemands eigen motivatie en bereidheid tot verandering versterkt. Daarbij speelt het verkennen en oplossen van ambivalentie een belangrijke rol.
Motiverende gespreksvoering

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 4 - Video

Deze slide heeft geen instructies

5 technieken van motiverende gespreksvoering
- Techniek 1: Open vragen stellen
- Techniek 2: Reflectief luisteren
- Techniek 3: Bevestigen
- Techniek 4: Samenvatten
- Techniek 5: Uitlokken van verandertaal 

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Eigenlijk zou ik... maar...
Aan de ene kant wil ik... maar...
Ik wil het wel, maar ik kan het niet.
Verandertaal
Behoudtaal
Ambivalentie

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Uitgangspunten
Partnerschap: vanuit werkelijk gelijkwaardigheid werken cliënt en hulpverlener met elkaar samen. 
Acceptatie: de accepterende houding van de hulpverlener probeert de autonomie van de cliënt op volledige sterkte te laten functioneren.
Compassie: de hulpverlener doet alles om de belangen en het welzijn van de cliënt zo optimaal mogelijk te dienen
Ontlokken: de hulpverlener probeert doelgericht gedachten en gevoelens van de cliënt te onderzoeken en te begrijpen ten einde samen met de cliënt zijn intrinsieke motivatie (zijn doelen, wensen, verwachtingen en beweegredenen) te ontdekken en te versterken.

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Gesprekstechnieken: 4 principes
1 Engageren
2 Focussen
3 Ontlokken
4 Plannen

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Fase 1: engageren
Fase 1 betreft de mate waarin iemand zich een comfortabele en actieve deelnemer in het gesprek voelt. Engageren is het proces van het vestigen van een helpende relatie die zich kenmerkt door wederzijds vertrouwen en respect. 

Valkuilen; 
- Deskundigheid;
- Voortijdig focussen;
- Etiketteren;
- Schuldvraag.  

Bevorderende factoren
1. Wensen of doelen: wat hoopte je toen je erheen ging? Waar ben je naar op zoek?
2. Belang: hoe belangrijks is het waar je naar op zoek bent, welke prioriteit heeft het?

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Fase 2: focussen
Focussen is een doorgaand proces van richting zoeken en behouden. Het proces van focussen  gaat om het vinden van die richting en daarbinnen meer specifieke en haalbare doelen

Doelen:
Agenda bespreken en begrijpen

Drie focusbronnen
1 de patiënt (mensen komen zelf en hebben hulpvraag)
2 de setting (bijv gedwongen opname)
3 de expertise van de hulpverlener (wanneer de hulpverlener in verloop van gesprek een ander soort verander idee krijgt)

Bij focussen kun je zowel sturen, volgen en gidsen waarbij de laatste vorm de meest effectieve is. Soms is een koers duidelijk en soms moet je samen een focus kiezen. Met name als er complexe problematiek speelt.

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Fase 3: ontlokken

Ontlokken is gericht op verandertaal en motivatie

Doelen:
- toestemming vragen
- uitvragen wat de patiënt al weet
- navragen wat hij nog wil weten
 
Verandertaal en behoudtaal

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verandertaal


Taalgebruik waarmee je gesprekspartner bereidheid tot verandering aangeeft.



  




Slide 12 - Tekstslide

Je vraagt niet rechtstreeks naar verandertaal. 

Als professional weet je vaak wat beter zou zijn voor de leerling. Bijvoorbeeld in hoe hij kan leren. 
Maar zodra je zegt: zou je het niet eens zo doen. Dan ontstaat er meestal weerstand. 

Voorbeeld - Flip. 

Je kan uiteindelijk wel een tip geven. Maar het is altijd met toestemming van de leerling. De leerling houdt de regie. 
Fase 4: plannen
Fase 4 bestaat uit drie scenario’s : 

1. Het veranderplan is al duidelijk, 
2. route kiezen uit verschillende opties;
3. de weg naar het doel is nog niet duidelijk zichtbaar.

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Belangrijk:
Resultaten / ontwikkeling hangen samen met:
 
- Mate waarin de zorgvrager verandertaal gebruikt
- Mate van ambivalentie (tegenstrijdige gevoelens) van zorgvrager
- Juiste toepassing van technieken

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Gesprekstechnieken: 4 principes


1. Wees empathisch: het gaat om daadwerkelijk inleven in de cliënt en niet doen alsof. 
2. Ontwikkelen van discrepantie: richt je op het verschil (vanuit het perspectief van de cliënt) tussen het huidige en toekomstige gedrag. ‘Hoe ben of doe ik nu en hoe wil ik doen of zijn?’
3. Meeveren met weerstand: vermijd discussie of argumentatie. Veer mee met de weerstand en zie dit als een kans.
4. Ondersteunen van eigen effectiviteit: het gaat er hierbij om dat je het geloof in eigen kunnen ondersteunt en versterkt. Eigen effectiviteit is een directe voorspeller van gedragsverandering.

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

reflectief luisteren
- Wat wordt eigenlijk bedoeld?
- Wat speelt er, wat gaat er in iemands hoofd om?
- Een reflectieve uitspraak roept minder weerstand op dan een vraag
- Het zijn uitspraken die getuigen van begrip

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Reflectief luisteren 4 niveaus:
- Herhalen
- Herformuleren
- Parafraseren (eigen woorden)
- Reflectie van gevoel

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

oefening
Oefening: uitnodigen tot verandertaal
In tweetallen: Welke verandering ben je aan het overwegen (en
waar ben je ambivalent over?)
Ga met elkaar in gesprek, geef geen advies en stel de
volgende vragen:
1) Wat zou je willen veranderen?
2) Hoe zou je dit kunnen veranderen?
3) Welke 3 redenen heb je om te veranderen?
4) Hoe belangrijk is dit voor jou? (op een schaal van 1-10…wat maakt
dat je x zegt en niet y (lager getal)
5) Geef een korte samenvatting en vraag:
“Wat denk je dat je gaat doen?

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 19 - Video

Deze slide heeft geen instructies