Het puberbrein en leren - De werking van de hersenen


 
Module 2 Puberbrein en Leren
Module 3 Ontwikkeling van de puber

1 / 124
volgende
Slide 1: Tekstslide
psychopedagogiekHBOStudiejaar 1

In deze les zitten 124 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 16 videos.

Onderdelen in deze les


 
Module 2 Puberbrein en Leren
Module 3 Ontwikkeling van de puber

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies



module 2:  Puberbrein en leren

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Inleiding: De puber?
Een (deel)fase in de ontwikkeling van de mens...
Welke fasen ken je?

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 4 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 5 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 6 - Video

Deze slide heeft geen instructies



module 2:  Puberbrein en leren
Leren en hersenen

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

hersenen?
- besturen lichaam
- nodig om te denken, bewegen, zintuigen te gebruiken, geheugen te ontwikkelen
- maken hormonen aan, regelen elementaire lichaamsfuncties
- deel centraal zenuwstelsel, miljarden zenuwcellen, netwerken

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies



Leren en hersenen
Delen van de hersenen

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies



Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het limbisch systeem

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

limbisch systeem
bb

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 19 - Tekstslide

DIT GAAN WE NIET BEHANDELEN

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 21 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 22 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Kennen we onze hersenen? Hoe ze ontwikkelen, hoe ze leren?

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De ontwikkeling van het brein

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

GRIJZE STOF
= 100 MILJARD neuronen, al bij geboorte

HERSENEN : explosie groei
1e levensjaren door uitlopers, meer witte stof, hersenvocht,...
- 10-15 jaar : grootste volume !!
- eind adolescentie : afname volume door pruning
- stabiel in volwassenheid
- afname volume vanaf 40 jaar



De ontwikkeling van het brein:
gewicht HERSENEN
geboorte : 33%
6 jaar : 90%


Slide 26 - Tekstslide

PUBERS GROOTSTE HERSENEN DOOR HEEL VEEL VERBINDINGEN - DAARDOOR OOK CREATIEVER - DAARDOOR OOK VEEL WITTE STOF
PRUNING..anders
wandelwegen worden snelwegen
door oefening, herhaling en ervaring
wandelwegen verdwijnen

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

verschillen in TEMPO
kritisch MOMENT



ogen, spieren,...
= eerst
prefrontale = laatst

Slide 28 - Tekstslide

GROEN IS IN GROEI

rode zijn volop in ontwikkeling
geel en groen zijn in ontwikkeling
BLAUW NIET MEER 

zo zie je dat het zicht, de spieren om te lopen, etc eerst uit-ontwikkelen (rode) - de pre-cortex komt als laatste (planning, interpreteren,... remmen).

KRITISCHE PERIODES : TAAL BIJV. deze gebieden zijn enorm plastisch tot het 7e levensjaar - nadien is dit minder makkelijk om aan te leren, zeker accentloos


maar dat betekent niet dat er niets meer gebeurd in het brein

zeker tot 40 jaar is er nog heel veel 'groei' - dit is oa door dendrieten van neuronen, door leren dat de WITTE STOF toeneemt

na 40 jaar neemt dit af
Hersengebieden groeien...tot 30 jaar, maar niet met regelmaat, met dezelfde snelheid...

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 30 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Leren is verbindingen maken in de hersenen

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 32 - Tekstslide

https://www.hersenstichting.nl/dit-doen-wij/voorlichting/werking-van-de-hersenen/hersenen-in-het-kort/

De neurotransmitters op het einde van de uitloper, zorgt voor een chemische overdracht over de synaptische spleet, waarna het elektrisch signaal verder gaat naar de volgende neuron tot in de kern en dan verder langs uitlopers (axonen) naar de volgende synaptische spleet

hoe sterker het impuls of signaal, hoe beter de overdracht - en het is deze sterkte signaal dat te beïnvloeden is, ook door onderwijs "we bespelen de amgydala oa die samen met oa de hippocampus bepaalt of informatie die binnenkomt de moeite waard is of niet)

Slide 33 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 34 - Tekstslide

er worden hele netwerken gevormd en NETWERKKNOOPPUNTEN - het zijn deze netwerkknooppunten die het makkelijker maken om iets te onthouden
FIRE & WIRE
& PRUNING
- efficiënter
minder energie & specialis.

Slide 35 - Tekstslide

eerste levensjaren  VNL verbindingen van de spieren die het groei-snoei-proces doorlopen - BIJV KIJKEN, maar ook LEREN LOPEN, ook leren praten (= kritische periodes)

LAATSTE GEBIED = prefrontale cortex (plannen, sociaal gedrag, sturen en remmen) - pas rijp rond 24 jaar

De pruning of het snoeien gebeurt voor elk hersengebied op verschillende tijdstippen, en zorgen errvoor dat de elektriciteitsoverdracht minder energie vraagt, de gebieden zich specialiseren en efficienter werken
Invloeden op de ontwikkeling van het brein
  • kritische perioden (bv. taalgevoeligheid)
  • samenspel nature en nurture (bv. veel praten tijdens taalgevoeligheid)
  • interne en externe factoren (alcohol, training, armoede, depressie, zelfbeeld (SFP),mishandeling,...)
  • emotie (motivatie - amygdala - dopamine,...)
  • voeding, sport,...
  • slapen...en creativiteit (convergent en divergent denken)

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

INVL. op ONTWIKKELING brein?
DNA-GROEIFACTOREN NATURE
= bep. W AAR uitlopers HEEN gaan (en contact maken)

LEVENSOMSTANDIGHEDEN NURTURE
= bepalen hoeveel uitlopers er w gevormd  

             



Slide 37 - Tekstslide

DEELLEERTAAK : mooie video hierover
tot 6:40 minuten bekijken

DNA BEPERKT

HAVERMOUT : complexe koolhydraten  betere schoolprestaties

SPORT - niet alleen voor spieren, maar ook voor training werkgeheugen (vnl teamsporten)

SLAAP : betere verbindingen, op orde zetten van het geheugen


TALENT ALLEEN
IS NIET GENOEG


Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat weten we over erfelijkheid?
- al onze kenmerken zijn deels erfelijk
- effect van genen is groter dan effect van omgeving
- ons gedrag kan niet verklaard worden door alleen erfelijkheid of omgeving
- hoe beter en stimulerend de omgeving, hoe groter de invloed van erfelijkheid

Slide 39 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 40 - Video

Deze slide heeft geen instructies

0

Slide 41 - Video

DENKONTWIKKELING : FOCUS én
AANDACHTSVERDELING - toch bewijzen recente onderzoeken dat écht multitasken voor heeeeel weinig personen is weggelegd
De ontwikkeling van het PUBERBREIN

Slide 42 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat maakt een puber een puber?
(puber = adolescent gedurende geslachtsrijping)
3 sporen:
tussen 10 en 25 jaar VERANDERING in
- lichamelijke ontwikkeling
- cognitieve ontwikkeling
- sociaal-emotionele ontwikkeling

Slide 43 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat maakt een puber een puber?

3 sporen:
tussen 10 en 25 jaar VERANDERING in
- lichamelijke en seksuele ontwikkeling
- cognitieve ontwikkeling 
- sociaal-emotionele ontwikkeling (psychosociaal)
VERLOOPT NIET SYNCHROON

Slide 44 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat maakt een puber een puber?

- conflictgedrag?
- risicovol gedrag?
- stemmingswisseling?
- "storm en stress" alleen?

Slide 45 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

verandering in brein
- hormonen in actie (geslachtshormonen, slaaphormonen,...)
- hersenstructuur en hersenverbindingen wijzigen
(bv. emotionele rijping versus vaardigheden)

Slide 46 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

hormonen activeren ook de (communicatie tussen de)hersenengebieden én zetten een verandering op gang in de structuur van de hersenen

Slide 47 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het puberbrein
  • Hersenstructuur ontwikkelt zich volop: Flexibele frontaalkwab, nog niet volgroeid- flexibel; Planningsvaardigheden zijn erg complex - motivatie stimuleert echter de frontaalkwab
  • Verschillend tempo: Emotioneel gebied (Amygdala) loopt voorop +  Overactief (sociaal) beloningsgebied (striatum), hoger testosterongehalte en lage impulscontrole (slechte verbinding met Frontale cortex) : (ook positief) risicogedrag, kicks, korte termijn planning en ondoordachte keuzes....invloed op sociale brein!
  • Hormonale veranderingen  - testosteron, oestrogeen    (geslachtskenmerken), melatonine (slaappatroon!) , dopamine (genot, motivatie, beweging, aandacht,...),..

Slide 48 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vier keer puberbrein
puberbrein kenmerkt zich door
1. snoeiproces (van kronkelpaadjes naar snelwegen)
- moeite met complexe taken (overzicht, concentratie)
- snelle vordering (plasticiteit)
- minder handelend vanuit automatismen, meer vanuit creativiteit
2. grillige frontaalkwab
- complexe taken sterk afhankelijk van motivatie en omgeving
3. heftige emoties
- lage impulscontrole, getriggerd door beloning en avontuur, niet door straf
4. sociale brein 
- reageren sterk op sociale acceptatie en uitsluiting, groepsdruk, status
- perspectief nemen = moeilijk

Slide 49 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 50 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het puber-sociale brein
- Risicogedrag, kicks, lage impulscontrole...(omgeving en persoonlijkheid hebben invloed), ook positieve risico's
- Sociale beloningen (hoge status, vriendendienst,...)
- beperkte lange termijn keuzes, gevolgen inschatten is moeilijk...korte termijndenken overheerst
- emotionele reacties, emotionele wisselingen
- groepsdruk (na 16 positiever zelfbeeld, identiteit krijgt vorm)
- Kritisch denken over complexe sociale vaardigheden is nog heel moeilijk tot 17 à 18 jaar. Hun identiteit krijgt meer vorm, ze bezwijken minder onder sociale druk, kunnen complexere keuzes maken, beter plannen en controleren, beter inlevingsvermogen en vermogen tot zelfreflectie. 

Slide 51 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Slide 52 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 53 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 54 - Tekstslide

Een belangrijke taak van de hypothalamus is de besturing van het hormonale systeem. Dit gebeurt op twee manieren, direct door de aanmaak van de hormonen, en indirect via de bloedbaan door beïnvloeding van de hypofyse. De hypothalamus speelt daarnaast een hoofdrol bij het reguleren van het autonome zenuwstelsel.
Hormonen opgewekt via amydala, striatum, ganglia, nucleus
  • dopamine (zin krijgen, genot) 
  • endorfine, opioïden (goed voelen)
  • oxytocine (verbonden voelen)
worden getriggerd door motivatie en omgeving

Slide 55 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Pubers: CREATIEF in DENKEN EN DOEN





door de FLEXIBELE
PREFRONTALE CORTEX

Slide 56 - Tekstslide

DOOR DE FLEXIBILITEIT VAN DE FRONTALE EN PREFRONTALE CORTEX

Slide 57 - Tekstslide

Adolescenten zijn iets creatiever dan volwassenen als zij een probleem over ruimtelijk inzicht moeten oplossen en wanneer zij divergent moeten denken. Bij divergent denken gaat het om een meer ongeorganiseerde manier van vrij denken, wat kan leiden tot een inzicht dat nieuw én toepasbaar is = het out-of-the-box denken. Dit is bijvoorbeeld zo bij een experiment waarbij je lucifers moet verleggen om een nieuw figuur te maken (Crone, 2016).
Ook de vraag ‘voor wat kan je dit allemaal gebruiken’? Is een divergente vraag, maar als er teveel informatie moet worden samengevoegd die al in je hersenen  zijn opgeslagen en alle mogelijkheden georganiseerd afwerken, dan zijn volwassenen al eens beter. Zij hebben immers meer kennis van objecten en kunnen beter beslissing nemen.

Want na een divergent proces liggen er verschillende ideeën op tafel, maar welk idee of oplossing is nu het beste? En past dit wel bij de vraagstelling? Convergent denken gaat over het maken van keuzes en weten waarom je deze keuzes maakt. En daarin zijn volwassenen, met een volgroeide prefrontale cortex, nu eenmaal beter (Crone E. , 2018).

wat zou je met dit voorwerp
allemaal kunnen doen?

Slide 58 - Woordweb

EN  DAN ZOU DE VOLGENDE VRAAG KUNNEN ZIJN - HOE ZOU JE DIT DAN NOEMEN?

In dat laatste is dan weer een puber beter

Slide 59 - Video

ALS HET OP OUT OF THE BOX DENKEN AANKOMT - scorrt de puber veel beteer, maar als het op echt convergetn denken aankomt, waar keuzes moeten gemaakt worden en écht is functioneel uit moet komen, dan zijn volwassenen altijd nog wat beter (crone 2018)

Slide 60 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 61 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Leren en geheugen
Wat weten we?

Slide 62 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 63 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

codering
retentie
herinnering

Slide 64 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het zintuigelijk geheugen

Slide 65 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het Kortetermijn geheugen

Slide 66 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

KTG
LTG
SG
amygdala koppelt zintuigelijke info aan emotie
interessant, verrassend,
schokkend
... = dan bevordert de amygdala
een eerste netwerk
(KTG) =
LEREN met
werk-geheugen





gebeurtenis of andere
met hevige
emotie
=
gaat sneller over naar LTG en w herinnerd
 of geleerd

Slide 67 - Tekstslide

IN DEELLEERTAAK : ZINTUIGELIJKE INFO KOMT BINNEN LANGS DE HERSENSCHORS - WORDT DAN DOORGESTUURD NAAR DE HIPPOCAMPUS die gaat beslissen (samen met de amygdala) of de info naar het KTG gaat. Indien ja, vormt de hippocampus een eerste netwerk en vuurt de info terug naar de hersenschors (= KTG). Indien geen voldoende aandacht, gaat de info niet terug en verdwijnt deze.

Als de info zodanig belangrijk is, herhaald wordt, dan worden de netwerken steviger en is dit verankerd in het LTG (voortdurend heen en weer gaan van de info)

Wanneer we genoeg aandacht besteden aan wat er via onze zintuigen aan informatie binnenkomt, is het mogelijk om deze informatie van de sensorische registers over te laten gaan naar het korte termijn geheugen. De info wordt dan van de hersenschors dieper in de hersenen gestuurd (hippocampus). Als hier wordt beslist dat de info het onthouden waard is, wordt een eerste neuraal netwerk gevormd (= korte termijn geheugen).

Dit werkgeheugen is super belangrijk om tot leren te komen (zie cursus). het is dus heel belangrijk om ook je lessen boeiend te houden (amygdala beïnvloeden)


herhalen!
ASA
doen!
toepassen!

Slide 68 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

7 CHUNKS

Slide 69 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 70 - Tekstslide

ALS WE OP BASIS VAN VOORKENNIS BEPAALDE CHUNKS KUNNEN ONTHOUDEN

BIJV DOOR TELEFOONNUMMERS
DAN ZAL DIT VEEL BETER ONTHOUDEN WORDEN OMDAT HET GEKOPPELD WORDT AAN BESTAANDE NETWERKEN
HOEVEEL KON JE ER
ONTHOUDEN
A
4 OF MINDER
B
5 OF 6
C
7 OF 8
D
MEER DAN 8

Slide 71 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 72 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 73 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 74 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 75 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

werkgeheugen - inclusief werken

  • korte instructies
  • interventies op juiste moment
  • weloverwogen elaboratieve herhaling (context, schema's, verwoorden)
  • geheugensteuntjes

Slide 76 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 77 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lange termijngeheugen

Slide 78 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 79 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 80 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Oefening
eenvoudige experts-oefening

Slide 81 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 82 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 83 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 84 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

SPEEL MET DE AMYGDALA !
DAAG HET WERKGEHEUGEN UIT -
LAAT HET INTERFEREREN MET HET LTG
MAAK STEVIGE EN UITGEBREIDE
NETWERKEN EN BANEN

Slide 85 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 86 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 87 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 88 - Video

Deze slide heeft geen instructies

KORT SAMENGEVAT
HOE MEER NETWERKEN WORDEN GEORGANISEERD
EN GEREOGANISEERD (= samenwerking LTG & KGT)

HOE UITGEBREIDER de NETWERKEN
hoe dikker de snelwegen ervan
HOE BETER HET GELEERD wordt VASTGEHOUDEN, GEÏNTEGREERD en TERUG OPGEROEPEN kan worden

Slide 89 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leren, hersenen en onderwijs

Slide 90 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


     VYGOTSKY
RIJPENDE FUNCTIES

Slide 91 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leren, hersenen en onderwijs
  • motivatie (amygdala)
  • nieuwsgierigheid (dopamine)
  • verwerving (auditief + visueel)
  • verwerking (KTG, focus, elaboratie, organisatie, accommodatie, herhalen en doen!)
  • rijpende functies: Vygotski
  • rijpende functies: feedback doet leren

Slide 92 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Emotie : maak ’t spannend en uitdagend.

Creatie : actief aan de slag, laat dieper nadenken.

Zintuiglijk rijk : voelen, proeven, ruiken, zien….

Focus : maak ’t aandachtig, nuttig, voorstelbaar en realistisch.

Herhalen : dezelfde boodschap, verschillende en beetje anders

Voortbouwen : sluit aan op voorkennis,  associatieer en reflecteer.

THEORIE VAN HET BREINLEREN

Slide 93 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 94 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 95 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Onderwijs = Breinbewust leren
Bied structuur en regels
Leerlingen willen graag duidelijke leraar, ze willen weten at van hen verwacht wordt
• Gebruik schema’s en begeleid dit verbaal.  
• Gebruik visuele hulpmiddelen (schema’s, tekeningen, video,...) in combinatie met taal 
• Leer leerlingen mindmappen maken  
• Stilstaan bij de stof (pauze inlassen, vragen stellen, herhalen) 
• Hou rekening met de spanwijdte van de aandacht (max. 20 min, voor volwassenen) 
• in praktijk gebrachte leerstof wordt makkelijker onthouden dan droge theorie 
• begrepen leerstof blijft langer hangen dan uitzichtloos van buiten geblokt materiaal 
• om op een toets 100 % te kunnen presteren moet de stof a.h.w. 200 % beheerst zijn 
• nieuw materiaal moet geassocieerd worden met reeds gekend materiaal 
• gespannenheid en angst werken de herinneringen tegen: stel leerlingen in angstwekkende situaties (toets, examen) op hun gemak 
• herhaal de stof regelmatig en onderscheid onderwerpen die op elkaar gelijken goed.  

Slide 96 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Onderwijs = Breinbewust leren
Heb oog voor elke individuele leerling
  • elke leerling wil gezien worden
  • motiveer  door hun vorderingen te melden en je te verdiepen in hun beleving
  • voer met iedere leerling af en toe een gesprekje

Slide 97 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Onderwijs = Breinbewust leren
Straal passie uit voor je vak
  • passie trots en enthousiasme zijn besmettelijk
  • jongeren zoeken rolmodellen

Slide 98 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Onderwijs = Breinbewust leren
Geef veel complimentjes als jongeren echt iets goed doen
  • jongeren leren meer met goedkeuring dan met afkeuring
  • ook in het bijzijn van medeleerlingen

Slide 99 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Geheugen en effectief leren
3 belangrijke leerpsychologische stromingen:
Behaviorisme - Skinner/Thorndike: observeerbaar gedrag en gedragsmodificatie uitlokken of stimuleren door herhalen, stappenplannen, feedback,...minder focus op geheugen
Cognitivisme - Piaget/Ausubel/: brein = informatieverwerker, interne processen (geheugen) stimuleren 
Constructivisme - Vygotski/Bruner/Jonassen: gepaste leeromgevingen ontwerpen, kennis construeren, (culturele) betekenis geven, collaboratie, zelfregulatie

Slide 100 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 101 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

LEERBEELD
"Het unieke beeld van het leren van elke leerling"

Afhankelijk van NATURE & NURTURE

DNA - MOGELIJKHEDEN, talenten
& ervaringen, omgeving, opvoeding,....

Slide 102 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Onderwjs = Actief en constructief leren

Passend onderwijs: inspelen op elke leerling !

  1. aanpak van de leerling = leerprofiel (hoe leren? - strategiecomponent/ voorkeuren of stijlen/tempo)
  2. leerniveau van de leerling  = leerstatus (wat leren ? - kenniscomponent)
  3. motivatie van de leerling= leerinteresse (waarom leren? - affectieve componenten)

Slide 103 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Slide 104 - Tekstslide

-    verschillen in interesses (o.a. motivatie, leefwereld; waarom wordt er geleerd?),
-    verschillen in leerstatus (o.a. voorkennis, mogelijkheden; wat kan er geleerd worden?) en
-    verschillen in leerprofiel (o.a. voorkeuren, strategieën; hoe wordt er geleerd?).2F

Voorbeelden
Voorbeeld leerstatus : Kobe kan best goed relaties leggen of verbanden zien tussen verschillende hoofdstukken van de leerstof, bijvoorbeeld socio-economische en socio-politieke thema’s zoals het verband tussen een economische crisis en een revolutie. De omgang met bronmateriaal ligt hem minder. Kobe is geneigd om bronnen te nemen voor wat ze zijn en vindt het moeilijk om ze te interpreteren binnen hun specifieke historische context. Zijn leerstatus wat betreft inzicht in het samenhang en interactie tussen verschillende historische gebeurtenissen of structuren is dus een stuk verder ontwikkeld dan die van zijn historische vaardigheden. Het zou een reductie van de werkelijkheid zijn om te stellen dat Kobe ‘sterk’ dan wel ‘zwak’ is in geschiedenis.

Slide 105 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voorbeelden
Voorbeeld leerprofiel: Fiona is een snelle werkster, ze weet van aanpakken en doet graag door. Ze is altijd bij de eerste van de klas die klaar is met een opdracht. Sofie heeft meer tijd nodig, ze leest graag alles grondig en bedenkt vooraf alle strategieën die mogelijk om tot een oplossing te komen. Jan werkt graag individueel aan een taak. In groep is hij eerder afwachtend. Als Adil de keuze zou krijgen, zou hij altijd in groep werken. Je merkt dat hij open bloeit als hij samen met anderen een onderzoeksplan kan bedenken en uitwerken.

Slide 106 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerprofiel
- VOORKEUR - omgeving / input
- TEMPO
- LEERSTRATEGIE - aanpak
(+ interesses)

Slide 107 - Tekstslide

- VOORKEUR : Heb je de voorkeur aan leren met muziek of zonder muziek, leren in groep, met 2 of alleen, leren in een grote zaal of alleen op je kamer, leren door te lezen of leren door te discussiëren en redeneren met anderen, leren door te lezen, te schrijven of door te luisteren,…

- TEMPO : trage of snelle leerders en studeerders

- LEERSTRATEGIE : Een leerstrategie is de manier waarop de leerlingen het leren aanpakken, zodat ze makkelijker hun leerdoel bereiken. Bijvoorbeeld : hoe plan je je huiswerk, leer je eerst de theorie en maak je dan de oefeningen, gebruik je mnemotechnische middeltjes om dingen beter te onthouden (!!), maak je samenvattingen, herhaal je je les soms, maak je schema’s, maak je aantekeningen in de zijlijn, ga je zelf op zoek naar voorbeelden, koppel je nieuwe informatie aan oude (zoek je verbanden tussen de dingen), teken je tijdens het leren…

Leerprofiel
- VOORKEUR : Heb je de voorkeur aan leren met muziek of zonder muziek, leren in groep, met twee of alleen, leren in een grote zaal of alleen op je kamer, leren door te lezen of leren door te discussiëren en redeneren met anderen, leren door te lezen, te schrijven of door te luisteren,…

- TEMPO : trage of snelle leerders en studeerders

- LEERSTRATEGIE : Een leerstrategie is de manier waarop de leerlingen het leren aanpakken, zodat ze makkelijker hun leerdoel bereiken. Bijvoorbeeld : hoe plan je je huiswerk, leer je eerst de theorie en maak je dan de oefeningen, gebruik je mnemotechnische middeltjes om dingen beter te onthouden (!!), maak je samenvattingen, herhaal je je les soms, maak je schema’s, maak je aantekeningen in de zijlijn, ga je zelf op zoek naar voorbeelden, koppel je nieuwe informatie aan oude (zoek je verbanden tussen de dingen), teken je tijdens het leren…

Slide 108 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

KRITIEK LEERSTIJLEN
je bent niet zo of zo
niet bewezen : leert beter volgens je voorkeur of stijl
COMBINATIE & VARIATIE van verschillende zintuigen !!
Bovendien lokt het aanvaarden van leerstijlen SFP uit (onderzoek Kirchner)

Slide 109 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 110 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

KOLB

Slide 111 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

STERNBERG

Slide 112 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Robert Marzano
Vijf dimensies van het leren (leerproces)

1. motiveren
2. activerend aanbieden
3. leervaardigheden oefenen ( vergelijken, classificeren, induceren, deduceren, analyseren, construeren van ondersteuning, abstraheren en analyseren van perspectieven)
4. betekenisvol gebruiken (besluitvormingstaken, onderzoek, experimenteel onderzoek, probleem-oplossen en uitvinden/ontwerpen)
5. zelfkritisch en creatief denken

Slide 113 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 114 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leren in context
Sociaal leren (modeling - plaatsvervangend leren)
Latent leren (onbewust schema's leren)
Inzichtelijk leren (verband zien - aha-erlebnis/herstructureren/transfer)

Slide 115 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

SOORTEN VAN LEREN
MODELING & PLAATSVERVANGEND LEREN
Intentioneel nabootsingsgedrag
EXPERIMENT BANDURA (1961)
Volwassene mishandelt een pop

Kinderen GROEP A zag BEKRACHTIGING,
B zag STRAF, C zag GEEN GEVOLG



Slide 116 - Tekstslide

Experiment https://www.youtube.com/watch?v=Czy99NF8ZL0 – sociaal cognitieve leertheorie – bandura geboren 1925, leeft nog

Aan een groep kleuters werd een filmpje getoond waarin een levensgrote plastic pop (bobo) op een zeer agressieve wijze door een volwassene werd afgetuigd. De kinderen konden zien hoe die de pop in de neus knijpt, erop slaat met een hamer en er allerlei dingen naar gooit, terwijl hij haar allerlei krachttermen en scheldwoorden naar het hoofd slingert. (Er werden) drie verschillende slot scènes voorzien. Een groep kinderen (A) kon zien hoe het model door een andere volwassene om zijn gedrag werd geprezen: hij werd tot kampioen uitgeroepen en kreeg snoep en drankjes. Een tweede groep (B) was er getuigen van dat het model berispt werd: hij kreeg een tik en werd een slechterik genoemd, en terwijl hij huilend weg liep, kreeg hij te horen dat haar een pak slaag te wachten stond als dit nog eens zou gebeuren. Een derde groep (C) kreeg geen gevolg te zien.
Na de filmvertoning kreeg ieder kind de kans om in een aparte observatiekamer te spelen met allerlei speelgoedjes, waaronder ook een kopie van de pop uit de film.
 
Welk gedrag verwacht je bij de kinderen uit de drie condities? (nl. A,B,C)
Zoals verwacht, vertoonden de kinderen uit de A-conditie de meeste agressie: je zou kunnen zeggen dat ze via een plaatsvervangend leerproces, als het ware geleerd hadden dat agressie loont. De kinderen uit de B-conditie uitten het minst agressie. Ook dit kunnen we verklaren vanuit plaatsvervangende leerproces: ze hadden uit de film kennelijk begrepen dat agressie bestraft wordt. Maar wat deden de kinderen uit de C-conditie, die geen plaatsvervangende beloning, noch een bestraffing meegemaakt hadden? Men zou kunnen verwachten dat zij het gedrag niet zouden stellen, maar het bleek dat ook zij heel agressief tekeergingen. Kennelijk gold voor hen het gezegde: niet zeggen is instemmen.
 
Om een antwoord te kunnen bieden aan critici, die Bandura verweten dat de kinderen van de B-groep wellicht niets geleerd hebben, zette hij een experiment verder op de volgende manier.
 
Experiment
‘Aan de kinderen uit de B-groep, die de bestraffing van het agressieve model meegemaakt hadden en het gedrag daarom het minst geïmiteerd hadden, werd nu gevraagd om gewoon eens uit te beelden wat het model in de film zoal had uitgespookt met de pop. Voor ieder gebaar dat ze konden nadoen, werd hun wat snoep beloofd. Het bleek dat zij zeer goed in staat waren om de agressieve handelingen van het model na te doen.


Slide 117 - Video

Deze slide heeft geen instructies

PLAATSVERVANGEND LEREN
= leren doordat de ander een bep. Gedrag stelt

GROEP A zag BEKRACHTIGING = zelf agressief
GROEP B zag STRAF = minst agressief, WEL GELEERD
GROEP C zag GEEN GEVOLG = zelf heel agressief









Slide 118 - Tekstslide

PLAATSVERVANGEND LEREN, voordoen : BELANGRIJK ALS ZE HUN HUISWERKBEGELEIDING GAAN DOEN

Bijv. Zien dat spieken niet bestraft wordt bij de medeleerling.

Slide 119 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

LEREN DOOR TE ZIEN DOEN

Slide 120 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Leren door bekrachtiging !

Gevolg geven aan gedrag
= belangrijk

Slide 121 - Tekstslide

KINDEREN LEREN VOORAL DOOR POSITIEVE BEKRACHTIGING – zo is uit onderzoek gebleken.

Reageren op gedrag is heel belangrijk, want als er geen reactie volgt op negatief gedrag, gaat men het wel stellen – want LEREN GEBEURT ALTIJD – OOK DOOR OBSERVATIE
EN OOK WANNEER MEN HET GEDRAG NIET STELT – dat bewijst het ‘latent leren’ = leren zonder dat het gedrag gesteld wordt – men gaat het pas stellen wanneer het beloond wordt.


LATENT LEREN
KINDEREN LEREN VOORAL DOOR POSITIEVE BEKRACHTIGING – zo is uit onderzoek gebleken.

Reageren op gedrag is heel belangrijk, want als er geen reactie volgt op negatief gedrag, gaat men het wel stellen – want LEREN GEBEURT ALTIJD – OOK DOOR OBSERVATIE
EN OOK WANNEER MEN HET GEDRAG NIET STELT – dat bewijst het ‘latent leren’ = leren zonder dat het gedrag gesteld wordt – men gaat het pas stellen wanneer het beloond wordt.

Slide 122 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

INZICHTELIJK LEREN
- geen gissen en missen, aha-erlebnis
- herstructureren van probleemsituatie
- transfer

Slide 123 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


module 3 
Ontwikkeling van de puber

Slide 124 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies