Grammatica havo 3 - Samengestelde zinnen

Samengestelde zinnen
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

Onderdelen in deze les

Samengestelde zinnen

Slide 1 - Tekstslide

Lesdoelen
Aan het einde van deze les...
... kun je uitleggen wat het verschil is tussen enkelvoudige en samengestelde zinnen;
... kun je uitleggen wat het verschil is tussen een onderschikking en een nevenschikking;

Slide 2 - Tekstslide

Huiswerkcheck (opdr. 7 en 8, Blok 3)
timer
8:00

Slide 3 - Tekstslide

Leg uit wat het verschil is tussen enkelvoudige en samengestelde zinnen.

Slide 4 - Open vraag

Enkelvoudig of samengesteld?
Ons hele gezin gaat elk jaar naar een pretpark.
A
Enkelvoudig
B
Samengesteld

Slide 5 - Quizvraag

Enkelvoudig of samengesteld?
Hij zei dat hij meer dan drie uur getennist had.
A
Enkelvoudig
B
Samengesteld

Slide 6 - Quizvraag

Enkelvoudig of samengesteld?
Door de brand heeft de doe-het-zelfzaak op de begane grond veel schade opgelopen.
A
Enkelvoudig
B
Samengesteld

Slide 7 - Quizvraag

Enkelvoudig of samengesteld?
In de meivakantie ga ik heel hard leren voor de toetsweek, omdat ik dit schooljaar niet wil overdoen.
A
Enkelvoudig
B
Samengesteld

Slide 8 - Quizvraag

Enkelvoudig of samengesteld?
Het is al laat, maar ik kom toch vanmiddag.
A
Enkelvoudig
B
Samengesteld

Slide 9 - Quizvraag

Samengestelde zinnen bevatten altijd een voegwoord
- Nevenschikkend voegwoord: koppelt twee hoofdzinnen aan elkaar (en, maar, want, dus, of)

- Onderschikkend voegwoord: koppelt een hoofd- en bijzin aan elkaar (bijv. nadat, hoewel, als, mits, dan, toen)

Slide 10 - Tekstslide

Zijn de voegwoorden nevenschikkend of onderschikkend? Gebruik eventueel blz. 66 in je boek.
Nevenschikkende voegwoorden
Onderschikkende voegwoorden
en
terwijl
maar
doordat
dus
als
toen
want
daarom
omdat

Slide 11 - Sleepvraag

Nevenschikking

Een nevenschikkend voegwoord verbindt twee hoofdzinnen met elkaar.

Hoofdzinnen: kun je los van elkaar opschrijven

NVW: en, maar, want, dus, of (uit je hoofd leren!)


De jongen heeft een fiets gekocht, want hij moet nu elke dag naar school fietsen.

Eerste deel: De jongen heeft een fiets gekocht

Tweede deel: want hij moet nu elke dag naar school fietsen



Slide 12 - Tekstslide

Onderschikking
Een onderschikkend voegwoord verbindt een hoofdzin met een bijzin. Bijzinnen kun je niet los opschrijven.
OVW: of, dat, omdat, doordat, toen, terwijl, als, etc. (zijn er heel veel..)

De mentor wil Anja spreken, omdat hij haar een belangrijke boodschap moet vertellen.
Eerste deel: De mentor wil Anja spreken
Tweede deel: omdat hij haar een belangrijke boodschap moet vertellen

Slide 13 - Tekstslide

Vandaag neem ik de bus, want het regent.
A
nevenschikking
B
onderschikking

Slide 14 - Quizvraag

Zodra ze aan de overkant zijn aangekomen, gaat ieder weer zijn eigen weg.
A
nevenschikking
B
onderschikking

Slide 15 - Quizvraag

Ga je met de fiets of neem je de bus?
A
nevenschikking
B
onderschikking

Slide 16 - Quizvraag

Wil je me laten weten of je alles begrepen hebt?
A
nevenschikking
B
onderschikking

Slide 17 - Quizvraag

Hij zegt dat hij vertrekt.
A
nevenschikking
B
onderschikking

Slide 18 - Quizvraag

Huiswerk voor volgende les
  • Maak opdr. 9 en 10 (Blok 3)

Klaar?
- Extra uitlegfilmpjes bekijken (zie volgende slides)
- Herhaling / verdieping Blok 1 t/m 3

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Video

Slide 21 - Video

Lesdoelen
Aan het einde van deze les...
... kun je uitleggen wat het verschil is tussen enkelvoudige en samengestelde zinnen;
... kun je uitleggen wat het verschil is tussen een onderschikking en een nevenschikking;

Slide 22 - Tekstslide