Woordtekens: trema, accenten en apostrof

Woordtekens
  • Trema
  • Accenten
  • Apostrof 
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMBOStudiejaar 1,2

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Woordtekens
  • Trema
  • Accenten
  • Apostrof 

Slide 1 - Tekstslide

Goed gespeld
Fout gespeld
opticien
tweeenvijftig
beëindigen
geupload 

Slide 2 - Sleepvraag

Wanneer gebruik je een trema? ë, ï, ü ...

Slide 3 - Woordweb

Woordtekens: trema
Je gebruikt een trema als twee klinkers in een woord naast elkaar staan, maar je deze klinkers niet als één klank leest. Het trema geeft aan dat er een nieuwe lettergreep begint:
  • Reünie
  • Geïnteresseerd
  • Geëerd
TIP: Spreek je het woord zonder trema verkeerd uit? Voeg dan een trema toe.
Bij samenstellingen (?!) géén trema, maar een koppelteken: zee-eend.

Slide 4 - Tekstslide

Geen trema:
Indien geen spraakverwarring? Géén trema. Bv bij: chaos en verdraaiing.
Verder geen trema bij:
1. Bij de au, ij, oe, ou of ui.
Bijvoorbeeld: geautomatiseerd/geoefend/geuit.
2. Als er drie of meer klinkers achter elkaar staan.
Bijvoorbeeld: officieel. Maar: officiële i.v.m. uitspraakverwarring!
3. Bij de oorspronkelijk buitenlandse uitgangen -eum, -ien(s) en -ienne(s).
Bijvoorbeeld: museum/opticien/lesbienne.

Slide 5 - Tekstslide

Wel trema:
  • Een trema gebruik je dus ook bij getallen onder de duizend, want dit geeft aan dat er een nieuwe lettergreep begint: bv. tweeëntwintig.

  • Bij meervouden van woorden met -n/-en die eindigen op -ee en -ie:              ligt de klemtoon op de laatste lettergreep: -ën. Bijv. ideeën/melodieën.

      Ligt de klemtoon niet op de laatste lettergreep: -n en het trema komt op de laatste -e van het woord, Bijvoorbeeld: bacteriën.

Slide 6 - Tekstslide

Financieel
A
goed
B
fout

Slide 7 - Quizvraag

Patient
A
goed
B
fout

Slide 8 - Quizvraag

Elektricien
A
goed
B
fout

Slide 9 - Quizvraag

Kopieen
A
goed
B
fout

Slide 10 - Quizvraag

Wanneer gebruik je een accent als è of é ?

Slide 11 - Woordweb

Woordtekens: accenten
Accenten worden meestal gebruikt op de e: de é spreek je uit als een lange ee (zoals in beest), de è spreek je uit als een korte e (zoals in bes).
Accent van linksboven naar rechtsonder (uitspraakverwarring): hè/scène/carrière.
Accent van linksonder naar rechtsboven, bijvoorbeeld: hé/café/coupé.

Wil je ergens de nadruk op leggen, dan kun je alleen dit accent gebruiken: é
Bijvoorbeeld: Niet dit maar dát huis of Vóór het weekend inleveren.

Slide 12 - Tekstslide

Wat is juist geschreven?
A
Broodje sate
B
Frietje saté

Slide 13 - Quizvraag

Wat is juist geschreven?
A
Handcrème
B
Dagcreme

Slide 14 - Quizvraag

Kort af door letters weg te laten en een apostrof toe te voegen: zijn feest

Slide 15 - Open vraag

Wanneer gebruik je een apostrof? '

Slide 16 - Woordweb

Woordtekens: apostrof
De ' apostrof is een soort hoge komma die je gebruikt:
  • om uitspraakproblemen te voorkomen bij bepaalde meervoudsvormen als oma's/ski's/menu's.
  • om bezit aan te geven, bijv. Eva's tas/Joris' schoen (achter de s-klank).
  • bij sommige verkleinwoorden als pony'tje (maar wel cowboytje).
  • als weglatingsteken ter vervanging: m'n fiets/uit R'dam/in '98/'s avonds.
  • bij cijfer- en lettercombinaties en afkortingen: sms'je/BN'er/18+'ers.




Slide 17 - Tekstslide

De hoofdstad van Noord-Brabant is
s Hertogenbosch
A
goed
B
met apostrof
C
met streepje
D
met apostrof en streepje

Slide 18 - Quizvraag

Welk woord is juist gespeld?
A
Pim's moeder
B
vmbo'er
C
cafe's
D
spray's

Slide 19 - Quizvraag

S'avonds ga ik naar het cafe voor twee drankje's. Dan loop ik naar de taxis, die officiëel op het Leidseplein in A'dam geparkeerd staan.
A
3 fouten
B
4 fouten
C
5 fouten
D
6 fouten

Slide 20 - Quizvraag