Herhaling H2

Herhaling H2
Ga rustig zitten volgens de plattegrond
Pak allemaal een pen, geodriehoek en je rekenmachine erbij
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 3

In deze les zitten 27 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Herhaling H2
Ga rustig zitten volgens de plattegrond
Pak allemaal een pen, geodriehoek en je rekenmachine erbij

Slide 1 - Tekstslide

Planning
Zelfstandige vragen
Herhaling H2
Budgetlijn opdracht

Slide 2 - Tekstslide

Zelfstandige vragen
  1. Leg uit wat welvaart betekend.
  2. Aan de hand waarvan kan je welvaar meten?
  3. Afgelopen vrijdag heb ik €150 zorgtoeslag ontvangen, wat voor een soort inkomen is dat?
  4. Vanochtend heb ik Mondial doekoe/stacks/money ontvangen, wat voor een soort inkomen is dat?
  5. Ook heb ik vanochtend studiefinanciering ontvangen, wat voor een soort inkomen is dat?

Slide 3 - Tekstslide

Welvaart in enge en ruime zin

  • Welvaart in ruime zin:  
    geluk, gezondheid                           moeilijk te meten
  • Welvaart in enge zin:   
    welvaart in geld uitdrukken                        te meten met het BBP
                                                                    (Bruto Binnenlands Product)

Slide 4 - Tekstslide

Welvaartsindicatoren

- BBP per hoofd van de bevolking
- Groen BBP
- Lorenzcurve 
- HDI: Human development index
- Big Mac index (Koopkracht)



Slide 5 - Tekstslide

Belangrijke informatie
Jullie krijgen een blad met een aantal gegevens, daar staan een aantal inkomens. 1 volgorde zetten van inkomens en 2 berekenen hoeveel het totale inkomen in het land is. Vervolgens rekenen jullie 3 in procenten uit hoeveel het inkomen is t.o.v. het totale inkomen. 
4 Daarna cumuleren jullie de inkomens om vervolgens een 5 Lorenzcurve te tekenen

Slide 6 - Tekstslide

Vragen
  1. Zet de inkomens in volgorde van laag naar hoog.
  2. Berekenen hoeveel het totale inkomen is.  
  3. Bereken in procenten uit hoeveel het inkomen is t.o.v. het totale inkomen.
  4. Cumuleer de percentages.
  5. Teken de Lorenzcurve met de gegevens

Slide 7 - Tekstslide

Leerdoelen
Aan het einde van deze les weet je: 
  1. Waarom er inkomensverschillen zijn
  2. Wat een Lorenzcurve is
  3. Hoe je een Lorenzcurve afleest

Slide 8 - Tekstslide

Is het inkomen van iedereen gelijk? 
Waardoor ontstaan inkomensverschillen? 

Slide 9 - Tekstslide

Dus: 
Er zijn verschillende oorzaken voor inkomensverschillen. 
Denk hier bij aan: 
  • Het soort werk dat je doet
  • Hoeveel uur je werkt
  • Het niveau van je opleiding
  • Schaarste verschillen in beroepen bijv. Topsporters

Slide 10 - Tekstslide

Cumulatief  % inkomen
Cumulatief % huishouden
Om te laten zien hoe groot de inkomensverschillen zijn, gebruiken we de Lorenzcurve. 

Op de horizontale as het cumulatieve percentage huishoudens

op de verticale as het cumulatieve percentage inkomens

De lorenzcurve begint altijd bij (0,0) want 0% van de huishoudens verdient 0% van het inkomen 

Lorenzcurve

Slide 11 - Tekstslide

volkomen gelijke inkomensverdeling 
Als de inkomens volkomen gelijk verdeeld zijn, zal iedereen evenveel krijgen
Werkelijke verdeling
Hoe groter de inkomensverschillen, hoe boller de lorenzcurve verloopt.
Cumulatief % huishouden
Cumulatief  % inkomen
Lorenzcurve

Slide 12 - Tekstslide

Welvaart: geeft aan hoeveel behoeften iemand kan bevredigen.

Hoe meer behoeften je kunt bevredigen hoe hoger je welvaart.Normaal gesproken dus hoe meer geld en tijd (=middelen) iemand heeft hoe hoger de welvaart.

Zelfvoorziening: zelf maken/doen wat je nodig hebt

Slide 13 - Tekstslide

Welvaart in enge en ruime zin

  • Welvaart in ruime zin:   inkomen, geluk, gezondheid -> moeilijk te meten
  • Welvaart in enge zin:   welvaart in geld uitdrukken ->
    te meten met het BBP (Bruto binnenlands product)

Slide 14 - Tekstslide

Een wereld van verschil
Welvaartsindicatoren
- BBP per hoofd van de bevolking
- Lorenzcurve 
- HDI: Human development index
- Big mac index 



Slide 15 - Tekstslide

Welvaart en het BBP
BBP = het Bruto Binnenlands Product
             dit is de totale productie van bedrijven en 
             overheid in een land

De welvaart in enge zin wordt gemeten door het BBP te delen door het aantal inwoners = BBP per inwoner. 

Slide 16 - Tekstslide

De Big Mac-index :
hoeveel hamburgers krijg je voor $ 50

Slide 17 - Tekstslide

Indicatoren voor welvaart
in ruime zin
Dit bewustzijn heeft er toe geleid dat er ook indicatoren bedacht zijn om welvaart in brede zin  uit te kunnen drukken en landen met elkaar te vergelijken. Zo heb je:
  • de HDI (Human Development Index)
  • en het groene BBP 

Zie voor beide ook het boek




    Slide 18 - Tekstslide

    HDI (Human Development Index)
    Een ranglijst van landen in de mate van welvaart. 
    Indexgetal tussen de 0 en 1. 

    HDI meet méér dan het bbp, denk aan:
    • Levensverwachting
    • Onderwijs
    • Het bbp zelf (dit is dus ook een onderdeel van de HDI)

    Slide 19 - Tekstslide

    Slide 20 - Tekstslide

    Leerdoelen
    • De leerling kan in zijn eigen woorden beschrijven wat een overdrachtsinkomens is en hierbij een aantal voorbeelden bij geven.
    • De leerling kan in zijn eigen woorden beschrijven wat een primair inkomen is en hierbij een aantal voorbeelden bij geven.
    • De leerling weet bij de 4 productiefactoren de beloningen op te noemen.
    • De leerling kan uitleggen wat het nationaal inkomen/BBP is.

    Slide 21 - Tekstslide

    OverdrachtsinkoOmens (worden verdiend in het productieproces)
    Overdrachtsinkomens
    Krijg je zonder dat je een tegenprestatie levert op dat moment. 
    Bijvoorbeeld:
    • uitkeringen
    • kinderbijslag
    • zakgeld
    • huurtoeslag (toeslag= subsidie)

    Slide 22 - Tekstslide

    Primair inkomens
    Een primair inkomen ontvang je door met je arbeidskracht of je bezit een bijdrage te leveren aan het productieproces.

    1. Loon
    2. Rente
    3. Huur/Pacht
    4. Winst

    Slide 23 - Tekstslide

    Primaire inkomens

    Slide 24 - Tekstslide

    Primaire inkomens (worden verdiend in het productieproces)

    • rente /huur      voor productiefactor Kapitaal(goederen)
    • loon.                    voor productiefactor Arbeid

    • pacht.                 voor productiefactor Natuur               
    • winst.                  voor productiefactor Ondernemerschap

    ezelsbrug: productiefactoren= KANO

    Slide 25 - Tekstslide

    Leerdoelen
    • De leerling kan in zijn eigen woorden beschrijven wat een overdrachtsinkomens is en hierbij een aantal voorbeelden bij geven.
    • De leerling kan in zijn eigen woorden beschrijven wat een primair inkomen is en hierbij een aantal voorbeelden bij geven.
    • De leerling weet bij de 4 productiefactoren de beloningen op te noemen.
    • De leerling kan uitleggen wat het nationaal inkomen/BBP is.

    Slide 26 - Tekstslide

    Leerdoelen
    Aan het einde van deze les weet je: 
    1. Waarom er inkomensverschillen zijn
    2. Wat een Lorenzcurve is
    3. Hoe je een Lorenzcurve afleest

    Slide 27 - Tekstslide