Toets Leerjaar 3, Periode 4

Titel
Module
Les
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
InformaticatoetsPraktijkonderwijsLeerjaar 3

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 120 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Titel
Module
Les

Slide 1 - Tekstslide

Wat is het grootste risico van het versturen van een naaktfoto?
A
Je telefoon gaat sneller leeg
B
Je krijgt meer volgers
C
De foto kan worden doorgestuurd zonder jouw toestemming

Slide 2 - Quizvraag

Iemand vraagt om een intieme foto. Jij wilt dat eigenlijk niet. Wat is de beste keuze?
A
Toch sturen
B
Nee zeggen en de foto niet sturen
C
Eerst aan iedereen vragen
D
Een foto van iemand anders sturen

Slide 3 - Quizvraag

Wat betekent 'online identiteit'?
A
Je wifi-wachtwoord
B
Hoe jij jezelf laat zien op internet
C
Je telefoonnummer
D
Je bankrekening

Slide 4 - Quizvraag

Wat zet je beter niet openbaar op social media?
A
Je adres en telefoonnummer
B
Je hobby
C
Je favoriete kleur
D
Je lievelingseten

Slide 5 - Quizvraag

Iemand die je alleen online kent vraagt om af te spreken. Wat is verstandig?
A
Je adres geven
B
Eerst met een volwassene overleggen
C
Alleen je bankgegevens sturen
D
Meteen afspreken

Slide 6 - Quizvraag

Waarom kan iemand online zich anders voordoen?
A
Dat kan niet
B
Omdat je niet kunt controleren wie er echt achter een account zit
C
Omdat internet stuk is
D
Omdat iedereen verplicht eerlijk is

Slide 7 - Quizvraag

Waaraan merk je dat je misschien te veel op je telefoon zit?
A
Je gebruikt wifi
B
Je telefoon is schoon
C
Je slaapt slechter en blijft steeds doorscrollen
D
Je batterij is vol

Slide 8 - Quizvraag

Wat helpt tegen eindeloos scrollen?
A
Een schermtijdlimiet instellen
B
Nog een app downloaden
C
Je telefoon harder zetten
D
Je notificaties aanzetten

Slide 9 - Quizvraag

Welk wachtwoord is het veiligst?

A
123456
B
Welkom01
C
Marloes1979
D
B7!kQ9#Lm2

Slide 10 - Quizvraag

Wat is tweestapsverificatie?

A
Twee e-mailadressen hebben
B
Twee telefoons gebruiken
C
Inloggen met je wachtwoord én een extra controlecode
D
Twee wachtwoorden tegelijk

Slide 11 - Quizvraag

Computers werken met...


A
Alleen kleuren
B
Alleen letters
C
Enen en nullen

Slide 12 - Quizvraag

Waarom gebruiken computers binaire code?

A
Dat vinden computers leuk
B
Computers herkennen alleen twee toestanden: aan en uit
C
Omdat kleuren niet bestaan
D
Omdat toetsenborden dat willen

Slide 13 - Quizvraag

Wat betekent Computational Thinking?

A
Zo snel mogelijk typen
B
Problemen stap voor stap oplossen
C
Alleen programmeren
D
Computers repareren

Slide 14 - Quizvraag

Wat is een algoritme?

A
Een soort computer
B
Een wachtwoord
C
Een stappenplan om een probleem op te lossen
D
Een computervirus

Slide 15 - Quizvraag

Waarvoor gebruik je Scratch?
A
Om foto's af te drukken
B
Om muziek te luisteren
C
Om e-mails te versturen
D
Om stripverhalen en games te maken

Slide 16 - Quizvraag

Welke blokken zorgen ervoor dat een sprite beweegt?
A
Bewegingsblokken
B
Uiterlijk-blokken
C
Geluidsblokken
D
Variabelen

Slide 17 - Quizvraag

Wat hebben een sterk wachtwoord, goed nadenken voordat je iets deelt en kritisch kijken naar online contacten met elkaar gemeen?
A
Ze maken internet sneller
B
Ze besparen batterij
C
Ze zorgen voor gratis wifi
D
Ze helpen je veilig online te blijven

Slide 18 - Quizvraag

Welke uitspraak is WAAR?

A
Alles wat online staat is waar
B
Iedereen online is betrouwbaar
C
Alles wat je online zet verdwijnt vanzelf
D
Denk na voordat je iets online deelt

Slide 19 - Quizvraag

Noem drie dingen die jij kunt doen om veilig en verstandig met sociale media om te gaan

Slide 20 - Open vraag

Stel je voor: Je krijgt een bericht van iemand die je niet kent. Die persoon wil je telefoonnummer en vraagt of je wilt afspreken.

Wat zou jij doen? Leg uit waarom

Slide 21 - Open vraag


Hoe vond je 
deze toets?
😒🙁😐🙂😃

Slide 22 - Poll

Slide 23 - Tekstslide