22 januari 2021

Klas 1
1 / 14
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 14 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Klas 1

Slide 1 - Tekstslide

Les devoirs 
Huiswerk voor vandaag
Werkboek: chapitre 3: 12, 13d (allebei en ligne), 13e
Herhalen: chapitre 2: vocabulaire ABEFG - grammaire CH - bron F (les heures) - phrases-clés DI
Leren: chapitre 3: vocabulaire AB
Maken/leren voor de volgende les
In werkboek: ex. 14
In LessonUp: Maak de paarse (basisstof) en gele (extra oefening)/blauwe (verdieping) opdracht uit LU 20/1
Herhalen: chapitre 2: vocabulaire ABEFG - grammaire CG - bron F - phrases-clés DI
Leren: chapitre 3: vocabulaire AB + grammaire C (avoir)
Programme d'aujourd'hui
Ex. 13e bespreken
Ex. 10
Ex. 14a ensemble

Slide 2 - Tekstslide

Le verbe avoir

Slide 3 - Tekstslide

Être of avoir?
Tu .... quel âge? 
Elle ....... 2 frères? 
Tu ........ à l'école. 
Il  ...... sympa.
as
a
est
es

Slide 4 - Sleepvraag


 avoir




il/elle/on
nous
vous
ils/elles
tu
j'
avons
ont
ai
avez
as
a

Slide 5 - Sleepvraag

r
rr
  • Ex. 13e bespreken (vertaling + vorm van avoir)
  • Ex. 14a beginnen




  • Begin zelf aan ex. 14, (15*)
  • Zometeen: nakijken ex. 11* & 13e

Klaar? 
Leerwerk:
chapitre 2: vocabulaire ABEFG - grammaire CH - bron F (les heures) - phrases-clés DI

Chapitre 3: vocabulaire AB - grammaire C

< 6,5
> 6,5

Slide 6 - Tekstslide

Ex. 13e - Vertaling + juiste vorm van avoir

  • Bonjour =
  • hallo!
  • Je m'appelle Camille. =
  • Ik heet Camille.
  • J'habite à Rouen. =
  • Ik woon in Rouen.
  • (1) J'ai 12 ans =
  • Ik ben 12 jaar. (Let op: in NL ww 'hebben')
  • (2) J'ai deux soeurs et un frère =
  • Ik heb twee zussen en een broer.
  • (3) Ils ont 13, 15 et 17 ans. =
  • Zij zijn 13, 15 en 17 jaar. (Let op: in NL ww 'hebben')
  • .
  • Nous habitons dans une grande maison. = 
  • Wij wonen in een groot huis.
  • (4) On a cinq chambres dans la maison. = 
  • We hebben vijf kamers in het huis.
  • (5) J'ai une belle chambre à moi. =
  • Ik heb een mooie kamer.
  • (6) Ma soeur, Inès a une grande chambre aussi. =
  • Mijn zus Inès heeft ook een grote kamer.
  • (7) Nous avons une piscine dans le jardin. =
  • Wij hebben een zwembad in de tuin.
  • C'est super = Het is super!
  • (8) Tu as aussi une grande maison? =
  • Heb jij ook een groot huis?
  • Liefs, Camille
timer
15:00

Slide 7 - Tekstslide

timer
2:00

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

r
rr
  • Ex. 14a bespreken
  • = hw




  • Begin zelf aan ex. 14, (15*)

Klaar? 
Leerwerk:
chapitre 2: vocabulaire ABEFG - grammaire CH - bron F (les heures) - phrases-clés DI

Chapitre 3: vocabulaire AB - grammaire C

< 6,5
> 6,5
timer
5:00

Slide 10 - Tekstslide

Doel: Ik kan het rijtje van avoir opzeggen
😒🙁😐🙂😃

Slide 11 - Poll

Slide 12 - Link

Slide 13 - Link

Les devoirs 
Huiswerk voor vandaag
Werkboek: chapitre 3: 12, 13d (allebei en ligne), 13e
Herhalen: chapitre 2: vocabulaire ABEFG - grammaire CH - bron F (les heures) - phrases-clés DI
Leren: chapitre 3: vocabulaire AB
Maken/leren voor de volgende les
In werkboek: ex. 14
In LessonUp: Maak de paarse (basisstof) en gele (extra oefening)/blauwe (verdieping) opdracht uit LU 20/1
Herhalen: chapitre 2: vocabulaire ABEFG - grammaire CG - bron F - phrases-clés DI
Leren: chapitre 3: vocabulaire AB + grammaire C (avoir)
Programme d'aujourd'hui
Ex. 13e bespreken
Ex. 10
Ex. 14a ensemble

Slide 14 - Tekstslide