Par 22.2 kosten duurzame productiemiddelen/par 22.3 personeelskosten

Par 22.2 kosten duurzame productiemiddelen
1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
BedrijfseconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

In deze les zitten 28 slides, met tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Par 22.2 kosten duurzame productiemiddelen

Slide 1 - Tekstslide

Hoofdstuk 22 Kostensoorten
22.1 Inkopen
22.2 Kosten van duurzame productiemiddelen
22.3 Personeelskosten, arbeidsuurtarief en factureertarief
22.4 Overige kosten

Slide 2 - Tekstslide

Agenda les 1
  • Startopdracht E 22.1 (blz 32 werkboek)
  • Uitleg par 22.2 kosten van duurzame productiemiddelen
  • Opgave maken en bespreken
  • Uitleg par 22.3 personeelskosten en winstopslag
  • Zelf aan de slag
  • Huiswerk 

Slide 3 - Tekstslide

De aanschafprijs van een DPM bestaat uit:
  • aanschafprijs zelf
  • bijkomende kosten
  • installatiekosten en afleveringskosten

Slide 4 - Tekstslide

Soorten levensduur
Technische levensduur:
De technische levensduur is de periode waarin het productiemiddel de prestaties kan leveren waarvoor het is aangeschaft.


Economische levensduur:
De economische levensduur is de periode waarin het op economische gronden verstandig is het productiemiddel te gebruiken.


Slide 5 - Tekstslide

Afschrijving op DPM
Restwaarde:
De restwaarde is de geschatte verwachte opbrengst van het DPM bij verkoop aan het eind van de levensduur.

Afschrijven met een vast percentage van de aanschafprijs:
De formule om de afschrijving per periode te berekenen bij de afschrijving met een vast percentage van de aanschafprijs:
A= aanschafprijs R= restwaarde
n= economische levensduur



Slide 6 - Tekstslide

Boekwaarde en afschrijving
Boekwaarde: 
  • De waarde waarvoor het DPM op de balans staat.
  • = Balanswaarde

Boekwaarde= aanschafprijs - totaal aan afschrijvingen op die datum

Slide 7 - Tekstslide

Complementaire kosten
Complementaire kosten:
Complementaire kosten zijn alle kosten die samenhangen met het duurzaam productiemiddel op de afschrijvings- en de interestkosten na.

vb onderhoudskosten, reparatiekosten en energiekosten.

Slide 8 - Tekstslide

Voorbeeld afschrijving

Slide 9 - Tekstslide

Opgave 22.4 maken
Hoe: stil en zelfstandig 1e 2 minuten. Daarna fluisterend overleg tweetallen toegestaan.
Tijdsduur: 5 minuten
Klaar: maak opgave 22.5
timer
5:00

Slide 10 - Tekstslide

Antwoord 22.4 a

Slide 11 - Tekstslide

Antwoord 22.4 a en b

Slide 12 - Tekstslide

Opgave 22.5 maken
Hoe: stil en zelfstandig 1e 2 minuten. Daarna fluisterend overleg tweetallen toegestaan.
Tijdsduur: 5 minuten
Klaar: maak opgave 22.6
timer
5:00

Slide 13 - Tekstslide

Antwoord 22.5

Slide 14 - Tekstslide

Opgave 22.6 maken
Hoe: stil en zelfstandig 1e 2 minuten. Daarna fluisterend overleg tweetallen toegestaan.
Tijdsduur: 5 minuten
Klaar: maak opgave 22.7
timer
5:00

Slide 15 - Tekstslide

Antwoord 22.6 a

Slide 16 - Tekstslide

Antwoord 22.6 b
Soms zijn de installatiekosten in de inkoopprijs berekend, soms worden ze apart vermeld. Deze kosten zijn direct verbonden met de aanschaf van de duurzame productiemiddelen en moeten dan ook gedurende de economische levensduur worden afgeschreven.

Slide 17 - Tekstslide

Opgave 22.7 maken
Hoe: stil en zelfstandig 1e 2 minuten. Daarna fluisterend overleg tweetallen toegestaan.
Tijdsduur: 5 minuten
Klaar: maak opgave 22.8
timer
5:00

Slide 18 - Tekstslide

Antwoord 22.7

Slide 19 - Tekstslide

Personeelskosten:(par 21.3)
Kosten van brutolonen
bijkomende kosten, (sociale lasten en pensioenpremies).
Arbeidsuurtarief:
Intern tarief waarin je alle personeelskosten per productief (door te berekenen) uur opnemen.

Factuurtarief:
Tarief waarin we naast de personeelskosten ook de overige bedrijfskosten en een winstopslag opnemen.

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Tekstslide

Winstopslag
Winstopslag:
De berekening van de verkoopprijs van een product door bijvoorbeeld de inkoopprijs of verkoopprijs te verhogen met een percentage van de inkoopprijs of verkoopprijs: winstopslag.
Dus: 
verkoopprijs (exclusief omzetbelasting) = inkoopprijs + winstopslag.


Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Tekstslide

Zelf aan de slag
  • Maak opgave 22.4 t/m 22.8 af
  • Lees paragraaf 2.2 en 2.3

Slide 25 - Tekstslide

Huiswerk
  • Maak opgave 22.8 als je nog wil oefenen met afschrijvingen
  • Lees paragraaf 2.2 

Slide 26 - Tekstslide

Antwoord 22.8

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Video