8.3 democratisering

Kenmerkend aspect
Voortschrijdende democratisering met deelname van steeds meer mannen en vrouwen aan het politieke proces.
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Kenmerkend aspect
Voortschrijdende democratisering met deelname van steeds meer mannen en vrouwen aan het politieke proces.

Slide 1 - Tekstslide

Noem de twee soorten socialisme die na 1890 ontstonden

Slide 2 - Open vraag

Slide 3 - Tekstslide

Wiens portret staat achter Rutte (rood omcirkeld)?

Slide 4 - Open vraag

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Willem I
Restauratie: koningen weer terug op hun troon
1815: België en Nederland worden 1 land. 
Constitutionele monarchie.

Slide 7 - Tekstslide

Wat betekent een constitutionele monarchie?

Slide 8 - Open vraag

Slide 9 - Video

Slide 10 - Video

Democratisering in twee stappen
- parlementair (volksvertegenwoordiging)
- kiesrecht (uitbreiding van het kiesrecht naar algemeen kiesrecht)

Slide 11 - Tekstslide

Nederland
  • Parlementair: 
  • - 1815: constitutionele monarchie
  • -1848 parlementaire constitutionele monarchie
  • Kiesrecht
  • - 1848 censuskiesrecht
  • -1887 uitbreiding
  • -1917 algemeen mannenkiesrecht (pacificatie, ook bijzonder onderwijs, invoering van evenredige vertegenwoordiging geregeld).
  • -1919 algemeen vrouwenkiesrecht 

Slide 12 - Tekstslide

Engeland
- 1215 Magna Carta
- 1688/1689 Glorious Revolution,  koning accepteerde macht van het parlement ontsloeg en benoemde nog wel ministers.
- 1837 Victoria koningin (geen ministers meer benoemen en ontslaan)
Via verkiezingen: verkiezingen/districtenstelsel strijd Conservatieven/liberalen. Na WO I worden liberalen verstoten door de sociaal-democraten

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Video

19de eeuw democratisering
Hogere huis - adel
Lagere huis - volksvertegenwoordigers (districtenstelsel)
1832/1867 uitbreiding kiesrecht
1918 algemeen mannenkiesrecht
1928 algemeen vrouwenkiesrecht

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Duitsland
1847: Angst Pruisische koning na opstanden Parijs en Berlijn.
Samenwerking met de liberalen om te voorkomen dan de socialisten aan de macht komen.
Koning van Pruisen beloofde constitutionele monarchie
Maar toen de kroon aangeboden werd door het Duitse parlement weigerde de koning van Pruissen 

Slide 17 - Tekstslide

Waarom wil de Pruisische Koning wel de kroon aannemen van de andere Duitse vorsten maar niet van het parlement?

Slide 18 - Open vraag

Duitsland (2)
1850 pruissen gekozen parlement dat uitgaven van de regering kon goed of afkeuren (bugetrecht)
Het budgetrecht leidde tot conflict met de Liberalen. 
Bismarck ging zonder instemming van het parlement door met de uitbreiding van het leger.
Bismarck begon oorlogen tegen Denemarken, Oostenrijk en Frankrijk, waardoor het nationalisme werd aangewakkerd. 

Slide 19 - Tekstslide

Duitsland 
1871 stichting Duitse rijk. 
Grondwet met veel macht voor de Keizer.
Parlement (rijksdag) had beperkte macht, het mocht wetten tegenhouden. 
Het mocht niet de regering ter verantwoording roepen
Mocht zich niet bemoeien met het leger, bureaucratie en Buitenlandse politiek.
Algemeen kiesrecht werd ingevoerd. 
Na WoI werd Duitsland een parlementaire democratie. 

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Tekstslide

Volgens de tekenaar is algemeen vrouwenkiesrecht...
A
een goede zaak, want dan krijgen arbeidersgezinnen het beter.
B
een goede zaak, want dan krijgen hoger opgeleide vrouwen kansen.
C
géén goede zaak, want dan krijgen vrouwen te veel invloed.
D
géén goede zaak, want dan krijgen de arbeiders minder invloed.

Slide 24 - Quizvraag

Waarom is de Britse Reform Bill (1832) ook een goed voorbeeld van democratisering?

Slide 25 - Open vraag