- Je kunt vertellen waar de letters VOC voor staan.
- Je kunt vertellen waar de letters WIC voor staan.
- Je weet wat een droogmakerij is.
- Je kunt uitleggen wat regenten en stadhouders zijn en uitleggen hoe het leven voor hen was.
- Je kan uitleggen hoe het verschil tussen arm en rijk was.
- Je kunt uitleggen waarom kunst zo belangrijk was.