1.4.1 Werkwoordspelling_herhaling

1.1.4 Werkwoordspelling_herhaling
1 / 50
volgende
Slide 1: Tekstslide
ANT2+Middelbare schoolvmbo kLeerjaar 3

In deze les zitten 50 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

1.1.4 Werkwoordspelling_herhaling

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke tijden herhalen we?
  • onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)                         Ik snap het.
  • onvoltooid verleden tijd (ovt)                                      Ik snapte het.
  • voltooid deelwoord (vd)                                                 Ik heb het gesnapt.
  • vervoeging van Engelse werkwoorden                  Zij downloadt.                 
  • voltooid deelwoord bijvoeglijk gebruikt (vdbn) het gedownloade bestand

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe zit het met jullie kennis van de DT- regel?

Tijd voor een kahootquizje!

Slide 3 - Tekstslide

kahoot 

https://play.kahoot.it/v2/?quizId=010626a8-65cf-48ab-b6c1-7ca1df503c16&hostId=dd8f2cd7-5543-4e84-a707-f69c7e4cb297

cursus p. 28

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

cursus p. 28

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

onvoltooid tegenwoordige tijd
(ott)

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 7 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Hoe weet je of het d of t is?
1) onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
  • Kijk naar de persoonsvorm en het onderwerp
  • Wat is de stam van de persoonsvorm? 
  • Pas de persoonsvorm aan aan het onderwerp.
  • jij / hij / het = stam + t

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Enkelvoud
Meervoud

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het vliegtuig ...
A
land
B
landt

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

... je het antwoord?
A
Raad
B
Raadt

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Dit ... je nooit!
A
raad
B
raadt

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Trucje
Als de stam van een werkwoord eindigt op een -d (landen -> stam= land), vervang je het door een ander werkwoord waarin de stam geen -d staat (vliegen -> stam=vlieg).
-> Hoor je dan een t? Dan is het dt


Het vliegtuig vliegt - Het vliegtuig landt

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

OTT
Kijk na. 
(achterkant)
timer
10:00
Maak de eerste 10 oefeningen.
Schrijf je antwoorden op een apart blad.

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

onvoltooid verleden tijd
(ovt)

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

2) onvoltooid verleden tijd (ovt)
  • Als de persoonsvorm in de verleden tijd staat, moet je het aanpassen aan het onderwerp en -te of -ten (-de of -den) toevoegen.

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Pag. 33

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opgelet
  • Deze regels gelden enkel voor regelmatige werkwoorden.

  • Onregelmatige werkwoorden volgen niet de regels van de vaste vervoeging. -> aanleren. (?)

  • Lijst met onregelmatige werkwoorden vind je op SS/documenten/hulpmiddelen

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hij ... op de gekste plekken.
A
belande
B
belandde

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Ik ... me naar de bus!
A
haaste
B
haastte

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

OVT
Kijk na. 
(achterkant)
timer
10:00
Maak de eerste 10 oefeningen.
Schrijf je antwoorden op een apart blad.

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

voltooid deelwoord
(vd)

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Fragment Ruud Hendrickx
Vul de twee spellingsregels aan die Ruud Hendrickx uitlegt. 
Waarom net die twee regels?

Pag. 56-57

Slide 23 - Tekstslide

https://onderwijs.hetarchief.be/item/mg7fr19h5z

Welke 2 regels legt hij uit?
En waarom?

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

3) voltooid deelwoord
  • Verleden tijd nemen/ woord verlengen - je hoort een 'd', dus schrijft een 'd'/ je hoort een 't', dus je schrijft een 't'.
   
   ge+stam+t  -> Hij heeft gemaakt(e).
   ge+stam+d -> Hij heeft gedeeld(e).

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hij ... je nooit!
A
beland
B
belandt

Slide 27 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waar is hij nu weer ... ?
A
beland
B
belandt

Slide 28 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

opgelet

Ook bij het voltooid deelwoord moet je denken aan D of T, 
maar nooit aan DT!


Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het pakje is niet op tijd ... (arriveren)
A
gearriveerd
B
gearriveert

Slide 30 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een dag niet gelachen is een dag niet ... (leven)
A
geleefd
B
geleeft

Slide 31 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

VD
Kijk na. 
(achterkant)
timer
10:00
Maak de eerste 10 oefeningen.
Schrijf je antwoorden op een apart blad.

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Engelse werkwoorden vervoegen

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

4) Engelse werkwoorden vervoegen
  • Je vervoegt ze volgens de Nederlandse regels.
 
  • ott - Hij streamt. / Zij mixt.
  • ovt - Hij streamde. / Zij mixte.
  • vd - Hij heeft gestreamd. / Zij heeft gemixt.

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

opgelet

  • Let op bij het bepalen van je stam dat je Engelse werkwoorden niet fout gelezen kunnen worden.

bv. racen
  • de stam is race en niet rac. ('ik rac' is niet herkenbaar)
  • ik race - jij/hij racet - racete - geracet.


Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

opgelet

  • Bij woorden met in de stam een o die als ‘oo’ klinkt, wordt de vervoeging vernederlandst als dit de uitspraak niet beïnvloedt:
bv. scoren
  • de stam is scoor en niet scor. ('ik scor' is niet herkenbaar)
  • ik scoor - scoorde - gescoord


Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De tiener had de handtekening van zijn ouders ...
A
gefakt
B
gefaket
C
gefakd
D
gefaked

Slide 38 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Mijn leerkracht ... mijn laptop terwijl ik oefeningen maakte.
A
upgrade
B
upgradete
C
upgradede
D
upgrate

Slide 39 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Mijn oma ... elk bericht op Insta.
A
liket
B
liked

Slide 40 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Engelse ww
Kijk na. 
(achterkant)
Maak de eerste 10 oefeningen.
Schrijf je antwoorden op een apart blad.
timer
10:00

Slide 41 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voltooid deelwoord als bijvoeglijk naamwoord

vdbn

Slide 42 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

5) Voltooid deelwoord als bijvoeglijk naamwoord (vdbn)

  • Het VDBN wordt zo gevormd: voltooid deelwoord + -e:
 
  • Ik heb gedownload.
  • De gedownloade bestanden heb ik.


Slide 43 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opgelet
  • -> Dit kan dus nooit met dubbele -tte of -dde zijn!
  • Het is namelijk geen werkwoord maar een bijvoeglijk naamwoord.
  • Eindigt het voltooid deelwoord op -en? 
         ---> Geen extra -e. (bv. gesloten)
  • Eindigt het voltooid deelwoord op -d of -t? 
         ---> Wel een extra -e. (bv. verbrand -> verbrande).


Slide 44 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

VDBN
Kijk na. 
(achterkant)
Maak de eerste 10 oefeningen.
Schrijf je antwoorden op een apart blad.
timer
10:00

Slide 45 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies




  1. Kabouter Wesley
  2. 't Is per ongeluk gebeurd: frequente fouten!
  3. opdracht 3
  4. opdracht 4
 Maak volgende oefeningen:
  1.4 werkwoordspelling
Klaar? Ga verder met oef. 5
Gebruik je hoofdtelefoon.
Indienen via Lernova.
Werk per twee.

Slide 46 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Evaluatie:
AGENDA:
Toets
  • Les 1.4 Werkwoordspelling _________________

Wat moet ik kennen?
  • Lernova/ Deel 1/ Les 1.4
  • ott - ovt - vd - Engelse werkwoorden - vdbn
  • woordenschat Lernova/ Deel 1/ Les 1.4

Slide 47 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 48 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 49 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bookwidgets
We oefenen het stappenplan voor werkwoordspelling via bookwidgets:
  • SS > vakken > Nederlands 3BW/MWW > oefeningen > Taalsysteem Les 3: werkwoordspelling >  De spelling van werkwoorden: stappenplan

Slide 50 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies