K 3.2 Lezen Herhaling

Agenda
29 januari
Hoofdstuk 3
Woorden 
Grammatica 
Spelling 
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 1

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Agenda
29 januari
Hoofdstuk 3
Woorden 
Grammatica 
Spelling 

Slide 1 - Tekstslide

Doel van de les

Herhalen wat je vorige lessen hebt geleerd over:


kernzin en toelichting

Slide 2 - Tekstslide

Wat is een kernzin?

Slide 3 - Woordweb

kernzin is
A
altijd de eerste zin
B
de belangrijkste zin van de tekst
C
de belangrijkste zin van de alinea
D
nooit de laatste zin van een alinea

Slide 4 - Quizvraag

de toelichting is
A
altijd een voorbeeld
B
meestal een voorbeeld, of een uitleg
C
altijd een uitleg
D
onbelangrijk

Slide 5 - Quizvraag

Lees alinea 1 (blz. 17)
Straks krijg je de vraag: Wat is de kernzin van deze alinea?

Slide 6 - Tekstslide

Wat is de kernzin uit alinea 1 van de tekst over volleybaltalenten?
A
Nederland hoort bij de beste acht landen van de wereld.
B
Er is veel inspanning nodig om zo'n positie te behouden.
C
Topsport wordt de laatste jaren steeds professioneler.
D
Daarom is het nodig [...] veelbelovende volleyballers.

Slide 7 - Quizvraag

Wat is de kernzin uit alinea 2 van de tekst over volleybaltalenten?
A
Het RTC is een opleiding voor talenten van 11 t/m/ 16.
B
Zij trainen onder deskundige leiding.
C
De trainers hebben hiervoor een speciale training gevolgd.
D
De sporters krijgen de kans om verder te groeien en[...] in de volleybalsport.

Slide 8 - Quizvraag

Lees alinea 5 (blz. 20)
Straks krijg je de vraag: Wat is de kernzin van deze alinea?

Slide 9 - Tekstslide

Wat is de kernzin van alinea 5 (talentenjachten)?

Slide 10 - Open vraag

Doel van de les

Herhalen wat je vorige lessen hebt geleerd over:


verwijswoorden

Slide 11 - Tekstslide

Hoe kun je ontdekken waar een verwijswoord naar verwijst?

Slide 12 - Open vraag

Slide 13 - Video

Slide 14 - Video

Slide 15 - Video

Merle heeft een glas laten vallen. Het brak in honderden stukjes. Haar vader baalde van de rommel. Hij vond dat ze het zelf moest opruimen.
verwijswoorden
verwijswoorden

Slide 16 - Open vraag

Waarnaar verwijst 'Het' in zin twee?
opdracht 10, 
blz. 102

Slide 17 - Open vraag

Doel van de les

Herhalen wat je vorige lessen hebt geleerd over:


hoofd- en bijzaken

Slide 18 - Tekstslide

Hoe noem je de belangrijke informatie in een tekst?

Slide 19 - Open vraag

Vul aan: Bijzaken kunnen zijn...

Slide 20 - Open vraag

Bij faalangst, dat is geen leuke angst, ben je bang om fouten te maken. Waarnaar verwijst 'dat'?
A
fouten
B
angst
C
faalangst
D
geen leuke angst

Slide 21 - Quizvraag

Schrijf de tekst
C:\Users\engelina.muller\Documents\2017_2018\Lessen\les

Slide 22 - Tekstslide


Slide 23 - Open vraag