Jazzlijn (Muziek vwo), les 3: Terugblik quiz

MUZIEK EN CULTUUR · JAZZLIJN

QUIZ

Terugblik: Jazzlijn

1 / 19
volgende
Slide 1: Slide
newEditorMuziekMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min
Dit is niet oké

Introductie

Terugblik met een quiz van elf vragen, waarvan vijf luistervragen, over blues, ragtime, New Orleans jazz, swing, jazz-rock en fusion, met stilistische, vormtechnische en muziekhistorische argumenten.

Onderdelen in deze les

MUZIEK EN CULTUUR · JAZZLIJN

QUIZ

Terugblik: Jazzlijn

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: William P. Gottlieb / Wikimedia Commons, publiek domein

Video: Muddy Waters: I'm Your Hoochie Coochie Man, 1954 (kanaal: Muddy Waters - Topic). Wat leerlingen horen: een zanger met zware, bluesy zinnen, steeds beantwoord door een korte riff van de band, in langzaam tempo. Goede antwoord: blues, zang met call-and-response in een langzaam tempo.

Welke stijl past bij dit fragment, met het juiste argument?

A

Ragtime: syncopische pianomelodie in een 2/4-maat

B

Blues: zang met call-and-response in een langzaam tempo

C

Bebop: zeer snel tempo en een unisono thema

D

Cool jazz: ingehouden manier van spelen met brushes

Zang die wordt beantwoord door een riff van de band, in langzaam tempo: blues. Er klinkt geen piano met ragged time.

Video: Scott Joplin: Pine Apple Rag, 1908, Joshua Rifkin (kanaal: Joshua Rifkin - Topic). Wat leerlingen horen: een solopiano met een syncopische melodie boven een linkerhand die basnoot en akkoord afwisselt. Goede antwoord: een syncopische melodie boven een afwisselende bas.

Welk stilistisch argument past bij dit fragment?

A

Een walking bass onder improviserende solisten

B

Gelijktijdige collectieve improvisatie van blazers

C

Een swing beat in kwarten en achtsten

D

Een syncopische melodie boven een afwisselende bas

Ragtime: syncopische melodie, onderstem wisselt basnoot en akkoorden af. Er zijn geen blazers en geen solisten.

Video: Original Dixieland Jazz Band: Tiger Rag, 1918 (kanaal: Original Dixieland Jazz Band - Topic). Wat leerlingen horen: cornet, klarinet en trombone die tegelijk spelen en improviseren, met piano en drums eronder. Goede antwoord: New Orleans jazz, klarinet, cornet en trombone improviseren tegelijk.

Welke stijl is dit, en waarom?

A

Swing: bigband met sectie-riffs en call-and-response

B

Latin jazz: ritmesectie met Latin percussie

C

Bebop: combo met saxofoon en trompet als solisten

D

New Orleans jazz: klarinet, cornet en trombone improviseren tegelijk

Drie blazers spelen en improviseren tegelijk, met piano en drums. Er is geen bigband, geen saxofoon en geen Latin percussie.

Video: Duke Ellington and His Famous Orchestra: Take the "A" Train, 1941 (kanaal: Duke Ellington - Topic). Wat leerlingen horen: een bigband met trompetten, trombones en saxofoons, een contrabas die doorloopt en een swingende beat. Goede antwoord: de bigband met blazerssecties en een swingende beat.

Waaraan hoor je dat dit swing is?

A

Aan de collectieve improvisatie van klarinet en trompet

B

Aan de bigband met blazerssecties en een swingende beat

C

Aan het unisono thema van een kleine combo

D

Aan de straight beat en de riffs van elektrische gitaren

Swing: bigband met trompetten, trombones en saxofoons en een swing beat. De afleiders horen bij New Orleans jazz, bebop en jazz-rock.

Video: Mahavishnu Orchestra: Birds of Fire, 1973 (kanaal: Mahavishnu Orchestra - Topic). Wat leerlingen horen: elektrische gitaar en viool met een scherpe riff, begeleid door een rockdrummer op een straight beat. Goede antwoord: jazz-rock, riffs op een straight rock beat.

Welke stijl is dit, en waarom?

A

Swing: een swing beat en uitgeschreven bigbandpartijen

B

Cool jazz: ingehouden spel met brushes en dempers

C

Jazz-rock: riffs op een straight rock beat

D

Free jazz: vrije improvisatie zonder vast ritme

Elektrische gitaar en viool spelen een riff op een straight beat: jazz-rock. De naam fusion, met extra funk en latin invloeden, volgt pas vanaf 1980.

Wat gebeurt er vanaf 1980 met jazz-rock?

A

Het heet fusion, met invloeden van latin jazz, funk en soul

B

Het heet nu-jazz en krijgt elektronische beats

C

Het heet free jazz en laat het akkoordenschema los

D

Het heet cool jazz en wordt ingehouden gespeeld

Jazz-rock wordt vanaf 1980 fusion genoemd. Nu-jazz is een andere stijl met draaitafels en samplers.

Vul in

Tijdens een improvisatie bedenkt de solist de melodie meteen, en een zanger doet dat met scatten op klanken zonder tekst.

improvisatie
scatten
swing
blue note

Improvisatie en scatten komen uit de generieke kenmerken van jazz.

Welke stijl is een voorloper van New Orleans jazz?

A

Bebop

B

Ragtime

C

Cool jazz

D

Jazz-rock

New Orleans jazz is een samensmelting van onder andere blues, spirituals, ragtime, marsmuziek en populaire songs. De afleiders ontstonden later.

Welke vorm hoort bij swing?

A

Associatief aaneengeregen melodische fragmenten

B

Collectieve improvisatie zonder solo's

C

Een twaalfmatig schema zonder enige solo

D

Call-and-response tussen secties en instrumentale solo's

Swing: call-and-response en instrumentale solo's. De afleiders beschrijven free jazz en New Orleans jazz.

Noem twee kenmerken van de ragtime.

Twee van: syncopische melodie, accenten voor of na de tel, ragged time, 2/4-maat, onderstem met basnoot en akkoorden, eerste genoteerde muziek van Afro-Amerikanen. Verwachte fout: improvisatie noemen.

Waaruit ontwikkelde de blues zich?

A

Field hollers en worksongs

B

Marsmuziek en populaire songs

C

Ragtime en bigbandmuziek

D

Bebop en cool jazz

Historische ontwikkeling van de blues: field hollers en worksongs. De afleiders horen bij New Orleans jazz, swing en latere stijlen.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

♪ MUZIEK EN CULTUUR · JAZZLIJN

GOED GEDAAN!

Je kunt nu een onbekend jazzfragment plaatsen in een stijl en dat beargumenteren. Luister de komende weken bewust naar jazz en benoem steeds de bezetting, het ritme en de vorm.

Deze slide heeft geen instructies